Ieder mens beschikt over een eigen waarnemend vermogen. Toch lijkt het voor velen lastig om van dit vermogen gebruik te kunnen maken. Vooral omdat waarneming ontstaat in de vrije ruimte die in ons aanwezig is.
Wij leven in een tijd waarin vrijwel onmiddellijk wordt uitgelegd wat wij zien, horen of meemaken. Nog voordat wij zelf hebben kunnenonderzoeken, is de verklaring vaak al gegeven. Door deskundigen, media, boeken, sociale media of tegenwoordig ook door AI.
Waarnemen is iets anders dan verklaren. Het gaat vooraf aan iedere uitleg, gevoel of denken. Pas daaruit ontstaan interpretaties, meningen, overtuigingen en theorieën.
Daarom is het vermogen tot waarnemen een wezenlijk onderdeel van ons mens-zijn. Omdat een mens die niet meer zelf waarneemt, zijn verhouding tot de werkelijkheid laat bepalen door anderen.
Ik neem daarbij waar dat steeds meer mensen denken een eigen mening te hebben, terwijl die mening vaak is opgebouwd uit dat wat zij hebben overgenomen. En dat is iets anders dan een mening hebben, die is voortgekomen uit een eigen verhouding tot wat werd waargenomen.
In waarnemen zit geen oordeel. Door waar te nemen plaats je jezelf in de open vrije ruimte. Dat vermogen onderscheidt ons in ons mens-zijn. Misschien is de belangrijkste vraag daarom: ‘Hoe maak je ruimte in jezelf om waar te nemen?’
Ad Broere