In een periode waarin covid-19 wereldwijd zichtbaar werd in het publieke leven, was wetenschap nadrukkelijk aanwezig. Zij sprak via modellen, grafieken, persconferenties en adviezen. Haar taal werd richtinggevend voor beleid, gedrag en omgangsvormen.
In diezelfde periode deden mensen waarnemingen. Over hun lichaam. Over hun omgeving. Over cijfers, verwachtingen en uitkomsten. Ook deze waarnemingen vonden hun weg naar het publieke domein.
Wat waarneembaar werd, was niet alleen wat wetenschap zei, maar ook hoe zij functioneerde in relatie tot uitgesproken ervaring.
In de eerste maanden nadat covid-19 verscheen, werden in veel landen vergelijkbare maatregelen doorgevoerd. Dat gebeurde gelijktijdig en in een grote mate van overeenstemming. Zweden koos een andere benadering.
In die periode verschenen voorspellingen van wetenschappers waarin werd gesteld dat deze afwijkende aanpak zou leiden tot een dramatisch aantal doden. Deze voorspellingen werden breed gedeeld en kregen gezag.
Na verloop van tijd kwamen cijfers beschikbaar. Die cijfers lieten zien dat de voorspelde dramatische uitkomst zich niet in die vorm voordeed.
Wat waarneembaar was, is dat deze discrepantie nauwelijks expliciet werd benoemd. De eerdere voorspellingen verdwenen uit het gesprek. Er volgde geen openlijke terugblik op het verschil tussen verwachting en uitkomst.
Ook dit werd waargenomen.

In diezelfde periode publiceerde ik cijfers over oversterfte in Zweden en in andere Europese landen, waaronder Nederland. De bron van deze cijfers was Stichting MOMO.
De cijfers werden niet inhoudelijk besproken. Er werd niet gevraagd naar herkomst, methode of betekenis. Wat volgde, waren reacties van een andere orde.
Er werd honend gereageerd. Opmerkingen werden gemaakt in de trant van: ‘Ga dan naar Zweden verhuizen.’
Ook werd gezegd: ‘Die cijfertjes van jou bewijzen niets.’
En: ‘Laat dit soort analyses over aan experts.’
Wat waarneembaar werd, is dat de cijfers zelf geen plaats kregen. Niet om bevestigd te worden, en ook niet om weerlegd te worden. De aandacht verschoof van wat werd getoond naar wie het toonde.
In dat verschuivingsproces veranderde het gesprek. Waarneming werd niet onderzocht, maar vervangen door geautoriseerde uitleg. Niet door inhoudelijke tegenspraak, maar door positionering.
Wat zich daarin liet zien, was een bepaald functioneren van autoriteit. Wetenschap verscheen niet alleen als onderzoekend proces, maar ook als sluitend kader. Wat daarbuiten viel, werd niet meegenomen, maar terzijde geschoven.
Dit had gevolgen.
Wanneer waarneming herhaaldelijk geen plaats krijgt, verandert de verhouding tot het spreken zelf. Niet omdat iemand ongelijk krijgt, maar omdat wat wordt gezien geen toegang vindt tot dialoog. De ervaring blijft bestaan, maar wordt niet meer gedeeld.
In dat proces verschijnt pijn. Niet als emotionele uitroep, maar als ervaring van buitensluiting. De ervaring dat waarneming niet mag blijven bestaan, maar telkens moet wijken voor uitleg die zichzelf niet ter discussie stelt.
Deze pijn is niet te herleiden tot één persoon. Zij werd zichtbaar bij velen. In stilte, in terugtrekking, in het niet meer uitspreken van wat werd gezien.
Ook dit is waarneembaar.
In die zin kan wetenschap zelf onderwerp van waarneming worden. Niet als waar of onwaar, niet als goed of fout, maar als praktijk die spreekt, reageert en ruimte laat — of niet.
Wat zich toont, is niet alleen de inhoud van verklaringen, maar ook hun werking. Niet alleen wat wordt gezegd, maar wat daarmee mogelijk blijft, en wat verdwijnt.
In dezelfde periode ontving ik ook andere reacties.
Van mensen die schreven dat wat ik publiceerde voor hen van betekenis was.
Zij noemden het een vorm van houvast.
Deze reacties gingen niet over gelijk of ongelijk.
Zij spraken niet over overtuigen.
Zij verwezen niet naar conclusies.
Wat zij benoemden, was dat het zien van cijfers, het benoemen van verschillen en het uitspreken van waarneming hen hielp om bij zichzelf te blijven. Om niet volledig los te raken van wat zij zelf ervoeren.
Ook dit werd waargenomen.
Ad Broere
Mijn blogartikelen zijn gebaseerd op vrijwilligheid