een vernieuwende visie op mens, geld en waarde

Een ander kerstverhaal

Als je zegt – wat velen doen – dat god niet bestaat, dan vraag ik aan jou ‘Wie is – of was – god voor jou?’ Want afschaffen zonder begrip van wat je afschaft kan ertoe leiden dat je dezelfde vergissing begaat als destijds de mens die god buiten zichzelf projecteerde. Omdat de vorm anders is dan toen, wordt AI niet herkend als de potentiële nieuwe externe god.

Daarom schreef ik dit verhaal in de kersttijd van het 17e -eeuwse Amsterdam.

Kersttijd 1665

Het was winter in Amsterdam.
Buiten waren de klanken van een koor dat een kerstlied zong:

‘O kom, o kom, Immanuël,
Verlos uw volk, uw Israël,
Herstel het van ellende weer,
Zodat het looft uw naam, o Heer!’

In een kleine kamer, niet ver van het water, zat een man bij het raam. De woorden drongen tot hem door, maar hij besteedde er geen aandacht aan. Hij was verdiept in het slijpen van glazen. Met een scherp mesje maakte hij dat ze helderheid van zien gaven aan de drager. Hij was stil, om niets te missen van wat zijn innerlijk oor hoorde. Het licht viel schuin naar binnen, raakte de rand van de tafel, gleed langs het hout en kwam tot rust op zijn handen.

Er klonk uit zijn mond geen gebed,
geen smeekbede,
geen woord gericht aan een macht buiten hem.

God was geen wezen dat luisterde, geen stem die antwoordde, geen hand die ingreep. Het was orde — maar niet de orde van wetten en bevelen. Zijn orde was samenhang. Noodzaak. Een innerlijke wetmatigheid die zich niet liet dwingen, maar ook niet kon worden ontweken.

Hij wist:
wie dit eenmaal ziet, kan niet meer doen alsof hij vrij is om naar willekeur te handelen.

Niet omdat er een straf volgt.
Maar omdat inzicht bindt.

Vrijheid was voor hem nooit geweest: doen wat je wilt.
Vrijheid was: niet anders kúnnen dan handelen, dan in overeenstemming met wat men heeft doorzien.

Zoals een mens die, eenmaal wakker, niet opnieuw kan slapen.

Hij had gezien hoe mensen hun hoogste vermogens naar buiten hadden geprojecteerd — wijsheid, liefde, rechtvaardigheid — en die vervolgens hadden aanbeden als iets wat hén overstijgt. Zo hadden zij zichzelf klein gemaakt. En wie zichzelf verkleint, wordt afhankelijk.

Niet alleen van God,
maar van elke autoriteit, die belooft te leiden.

Wat hij zag, was eenvoud. Geen mystiek in nevelen gehuld, geen geheimtaal.
Alles wat is, is in samenhang. Alles wat bestaat, bestaat noodzakelijk. En de mens — niet erboven, niet erbuiten — maakt daar deel van uit.

Wie dit verstaat, wordt niet koud.
Hij wordt helder.

Niet stuurloos.
Maar precies.

Niet losgeslagen.
Maar gegrond.

Er is geen ruimte meer voor haat, omdat haat voortkomt uit onbegrip.
Geen ruimte meer voor verheerlijking, omdat verheerlijking afstand schept.
Geen ruimte meer voor een God die gediend moet worden.

Wat overblijft, is leven in overeenstemming met wat is.

Dat is geen armoede.
Dat is rijkdom zonder bezit.

Misschien, dacht hij, zal de mens ooit begrijpen dat het gevaar niet zit in het verliezen van God —
maar in het steeds opnieuw uit handen geven van zichzelf.

God, zo wist hij, was niet iemand.

God was dat wat is.

Niet buiten de wereld, maar erin.
Niet los van de mens, maar door hem heen.
Niet als wil, maar als noodzakelijkheid.
Niet als gebod, maar als orde.

De meeste mensen konden dat niet verdragen.

Zij wilden een God die hen zag — maar niet zichzelf.
Een God die macht had — zodat zij die niet hoefden te dragen.
Een God die sprak — zodat zij niet hoefden te luisteren naar wat in hen zelf bewoog.

Daarom plaatsten zij Hem buiten zich.
Op een troon.
In een boek.
In een leer.

En noemden dat geloof.

Maar de man aan de tafel wist:
wie God buiten zichzelf zoekt, verliest zowel God als zichzelf.

Hij had gezien wat er gebeurde wanneer mensen hun innerlijke kracht projecteerden. Eerst werd God almachtig. Daarna werd de mens klein. En tenslotte werd gehoorzaamheid een deugd.

Wat ooit een bron was, werd een wet.
Wat ooit leven was, werd moraal.
Wat ooit vrijheid was, werd plicht.

En toch —
hij was geen bestrijder.
Geen profeet.
Geen hervormer.

Hij wist: waarheid dwingt niet.

Wie ziet, ziet.
Wie nog niet ziet, kan niet worden overtuigd.

Ad Broere

Je kunt je abonneren op mijn nieuwsbrief. Dan heb je ook toegang tot mijn boek ‘De Weg naar Vrijheid’. Kosten € 25 voor een heel jaar. Klik op deze link om je te abonneren. Tot 31 december kom je in aanmerking voor € 5 korting.

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is beschermd!!