Er zijn mensen die zeggen dat iedereen het goed heeft in Nederland en dat degenen die gebrek lijden, dit aan zichzelf te wijten hebben. Ik heb mijn oude werk voor deze gelegenheid nog eens opgepakt om fact checking te doen. Veel mensen hebben weinig met cijfers. Daarom probeer ik niet te overvallen met tabellen en grafieken.
In dit geval is deze tabel onontkoombaar:

Wat staat hier? De cijfers zijn van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ze informeren over armoede en rijkdom in 2024. In de tabel staan tien groepen van gelijke grootte. Per groep zijn er 828.000 huishoudens (1, 2 of meer persoons-) De eerste groep is het minst bedeeld en de tiende is het rijkst bedeeld.
Vermogen betekent alle bezittingen min alle schulden. De bezittingen zijn ingedeeld in spaargeld en beleggingen op de beurs. Deze worden financiële bezittingen genoemd. De financiële bezittingen van groep 1 bedragen € 8,2 miljard en van groep 10 € 1.781 miljard. Tot de spaartegoeden worden ook die van spaarhypotheken gerekend. Dat is geen vrij besteedbaar geld.
De belangrijkste bezitting in Nederland is onroerend goed en vooral de eigen woning. De totale WOZ waarde van de woningen bedraagt € 2.181 miljard. Groep 1 heeft een totale waarde van € 37,2 miljard. Daar staat hypotheekschuld tegenover. De totale hypotheekschuld is € 807 miljard. Bij groep 1 is de totale hypotheekschuld € 55 miljard. De schuld overtreft het bezit met € 17,8 miljard.
In groep 2 tot en met 4 is het eigen woningbezit relatief laag. Dit komt doordat in deze groepen veel huurders zitten.
Vanaf groep 5 neemt het eigen woningbezit toe en ook de overwaarde als verschil tussen de WOZ waarde en de hypotheek.
In groep 1 zitten vooral jongeren. Dit blijkt uit de hoogste studieschuld – € 16,3 miljard –
Zelfstandige ondernemers zijn te vinden onder Ondernemingsvermogen. Bij de groepen 1 tot en met 8 is het ondernemingsvermogen laag en in groep 1 negatief.
Aanmerkelijk belang betekent dat er een groter aandeel is in het aandelenkapitaal van een besloten vennootschap of een naamloze vennootschap. Het zijn vaak de – voormalige – familiebedrijven, waarom het draait, zoals Heineken. Het grootste aanmerkelijk belang is te vinden in groep 10.
Ook beleggingen in onroerend goed – de rubriek onroerend goed overig – zijn vooral te vinden in de groepen 9 en 10. In deze rubriek staan ook de tweede woningen.
Op de onderste regel staat het vermogen per groep als daar de overwaarde van de woningen vanaf is gehaald. Ik heb de regel rood gemaakt, evenals de regel waarin het vermogen inclusief overwaarde staat vermeld. De vermogens zonder overwaarde op de eigen woning zijn voor de groepen 1 tot en met 8 relatief laag. Alleen groep 9 heeft meer met € 126 miljard vermogen en groep 10 gaat daar ver bovenuit met € 1.070 miljard.
Is Nederland een rijk land? De cijfers geven aan dat Nederland alleen op papier bemiddeld is. De rijkdom zit vooral in stenen. En dat is rijkdom zolang we met een overspannen onroerend goed markt te maken hebben. Zakt dat in, dan is Leiden in last.
En niet te vergeten, tot op heden gaan de banken en andere hypotheekverschaffers mee met de financiering van steeds hogere hypotheken. Eind 2024 was het totaal aan hypotheekschuld op de eigen woning € 807,5 miljard. Hoe lang kan dit nog doorgaan? De koopkracht van veel Nederlanders neemt niet toe, doordat de kosten van levensonderhoud sneller stijgen dan het inkomen. De basis waarop de hypotheken worden verleend, is daarom smaller aan het worden…
(c) Ad Broere