Uit mijn recente publicaties wordt duidelijk hoe belangrijk waarnemen voor mij is. In dit artikel geef ik een voorbeeld hiervan.
Ik vroeg mij af: ‘Wordt de veelgehoorde bewering dat de temperatuur van het Atlantische Oceaanwater steeds warmer wordt bevestigd door de meetgegevens?’
Daarom heb ik een onderzoek gedaan, gebaseerd op waarnemingen.
Dit onderzoek pretendeert geen volledig klimaatonderzoek te zijn. Het is een beperkte toets aan de hand van een concrete, reproduceerbare meetreeks.
Daarvoor zijn de zeewatertemperaturen op 10 juni in de periode 2016–2026 onderzocht voor acht vaste meetpunten langs de oostelijke Atlantische Oceaan, op basis van NOAA OISST v2.1-gegevens.
De uitkomsten hebben uitsluitend betrekking op deze meetpunten, deze meetdatum en deze onderzochte periode. Het doel van het onderzoek is na te gaan of de veelgehoorde bewering dat de temperatuur van het Atlantische Oceaanwater steeds warmer wordt, in deze meetreeks wordt bevestigd.
De gegevens worden beschreven zoals zij zijn gemeten. Er wordt geen verklaring gegeven voor de waargenomen ontwikkelingen.
Ik heb gebruik gemaakt van de dagelijkse **NOAA OISST v2.1**-gegevens (Optimum Interpolation Sea Surface Temperature). Voor ieder jaar is de zeewatertemperatuur bepaald op 10 juni. Alle gegevens zijn rechtstreeks afkomstig uit de NOAA-dataset.
Er zijn acht vaste meetpunten gekozen langs de oostelijke Atlantische Oceaan:
- West van Lissabon, Portugal
- Golf van Biskaje, Biarritz, Frankrijk
- West van Brest, Frankrijk
- West van Galway, Ierland
- West van Isle of Skye, Schotland
- West van Lerwick, Shetland
- West van Bergen, Noorwegen
- West van Tromsø, Noorwegen
Voor alle meetpunten zijn gedurende de gehele periode dezelfde geografische coördinaten gebruikt.
Onder het artikel volgt een overzicht van de gevonden meetgegevens (Bijlage 1)
Bij dit rapport horen verder acht grafieken, een voor ieder meetpunt (Bijlage 2)
Uit de meetreeks kunnen de volgende waarnemingen worden gedaan
1. Op geen van de acht onderzochte meetpunten is over de periode 2016–2026 sprake van een regelmatige stijging van de zeewatertemperatuur.
2. Op alle locaties wisselen stijgingen en dalingen elkaar af.
3. De temperatuurverschillen tussen de locaties hangen duidelijk samen met de geografische ligging. De noordelijkste meetpunten zijn structureel kouder dan de zuidelijkste.
4. Op zeven van de acht onderzochte meetpunten blijven de temperaturen gedurende de gehele meetreeks binnen een bandbreedte die eerder in de meetreeks al voorkomt.
5. Alleen bij Tromsø is vanaf 2024 een duidelijke verschuiving zichtbaar naar temperaturen die hoger liggen dan in alle voorgaande jaren van de meetreeks.
Deze waarnemingen geven ruimte voor de volgende conclusies
De meetreeksen laten op geen van de acht meetpunten een regelmatige stijging van de zeewatertemperatuur zien. Op alle locaties wisselen stijgingen en dalingen elkaar af. Alleen bij Tromsø is vanaf 2024 een duidelijke verschuiving zichtbaar naar temperaturen die hoger liggen dan in alle voorgaande jaren van de meetreeks.
De onderzochte meetgegevens bevestigen daarmee de veelgehoorde bewering dat de temperatuur van het Atlantische Oceaanwater steeds warmer wordt niet. Integendeel, de meetreeksen laten een aanzienlijk grilliger verloop zien dan een geleidelijke, voortdurende stijging.
Dit onderzoek bevestigt het belang van waarneming voordat conclusies worden getrokken. Op deze manier stappen we niet automatisch in wat anderen ervan zeggen. Dit geldt ook voor de mening van autoriteiten en de berichtgeving in de media.
(c) Ad Broere
Bijlage 1
Zuidelijke meetpunten
| Jaar | Lissabon | Biskaje | Brest | Galway |
| 2016 | 19,75 | 16,78 | 15,22 | 16,19 |
| 2017 | 19,67 | 16,81 | 15,03 | 12,84 |
| 2018 | 17,18 | 15,83 | 15,30 | 14,39 |
| 2019 | 18,07 | 15,51 | 15,26 | 12,70 |
| 2020 | 19,08 | 16,20 | 14,87 | 12,36 |
| 2021 | 18,42 | 16,84 | 14,90 | 12,25 |
| 2022 | 19,78 | 17,00 | 15,55 | 13,11 |
| 2023 | 20,13 | 17,24 | 15,64 | 15,52 |
| 2024 | 19,04 | 15,68 | 14,96 | 12,85 |
| 2025 | 18,93 | 17,41 | 16,41 | 13,41 |
| 2026 | 18,86 | 17,23 | 14,38 | 12,59 |
Noordelijke meetpunten
| Jaar | Isle of Skye | Lerwick | Bergen | Tromsø |
| 2016 | 14,44 | 10,24 | 8,01 | 7,61 |
| 2017 | 12,67 | 10,32 | 10,33 | 8,79 |
| 2018 | 12,94 | 11,47 | 11,01 | 7,42 |
| 2019 | 12,19 | 9,89 | 8,98 | 6,87 |
| 2020 | 11,34 | 9,76 | 8,73 | 7,89 |
| 2021 | 11,31 | 10,76 | 10,52 | 7,84 |
| 2022 | 12,90 | 10,40 | 8,61 | 7,83 |
| 2023 | 13,30 | 9,55 | 8,91 | 7,34 |
| 2024 | 11,33 | 10,02 | 9,88 | 9,25 |
| 2025 | 12,07 | 10,55 | 9,30 | 9,34 |
| 2026 | 12,30 | 11,60 | 9,91 | 9,90 |
Bijlage 2
