Lange tijd leek de wereldorde vast te liggen. Sinds de Tweede Wereldoorlog waren de Verenigde Staten het centrum van de economische, militaire en financiële macht.
De dollar werd de spil van de wereldhandel en groeide uit tot de wereldreservemunt. Vrijwel alle internationale handel liep uiteindelijk via de dollar. Landen hielden dollarreserves aan, olie werd in dollars afgerekend en de internationale financiële infrastructuur kwam onder westerse controle te staan.
Die periode loopt zichtbaar ten einde.
Dat betekent niet dat de Verenigde Staten of Europa plotseling onbelangrijk worden. De militaire, technologische en financiële macht van het Westen is nog steeds enorm. Toch verschuift het economische zwaartepunt van de wereld in hoog tempo richting Azië en in het bijzonder China.
Wie mijn eerdere boeken heeft gelezen, weet dat ik deze ontwikkeling al langer zag aankomen. In Geld komt uit het niets en Geld in de bijrol beschreef ik hoe de dollarhegemonie, de schuldenexpansie, de globalisering van productie en de concentratie van financiële macht uiteindelijk zouden leiden tot een verschuiving van de economische en geopolitieke machtsverhoudingen. Wat destijds voor velen nog theoretisch leek, wordt nu zichtbaar in de wereldpolitiek en de wereldeconomie.
Die verschuiving is namelijk niet van gisteren.
Al tientallen jaren wordt productiecapaciteit vanuit het Westen verplaatst naar lagelonenlanden. Vooral China groeide hierdoor uit tot de fabriek van de wereld. Terwijl het Westen zich steeds sterker ontwikkelde tot een financieel-economisch systeem gebaseerd op schulden, consumptie en digitalisering, bouwde China aan industrie, infrastructuur, technologie en grondstoffenposities.
Het Westen leefde steeds meer van krediet.
China bouwde productiecapaciteit op.
Daardoor ontstond een merkwaardige afhankelijkheid. Het Westen had goedkope consumptiegoederen nodig om zijn levensstandaard in stand te houden. China had het Westen nodig als afzetmarkt om zijn economische groei voort te zetten.
Jarenlang functioneerde dit systeem betrekkelijk stabiel. Maar onder de oppervlakte veranderde de machtsbalans. China accepteerde aanvankelijk de dominantie van de dollar en hield enorme dollarreserves aan om zijn exportpositie veilig te stellen. Tegelijkertijd groeide echter het besef dat een wereld waarin één land de reservemunt beheerst ook een wereld is waarin financiële macht als geopolitiek wapen kan worden ingezet.
Sancties, bevriezing van tegoeden en controle over internationale betalingssystemen hebben dat besef de afgelopen jaren versterkt.
Steeds meer landen proberen daarom minder afhankelijk te worden van de dollar. De BRICS-landen spelen daarin een centrale rol. Handel in nationale valuta neemt toe, alternatieve betaalsystemen worden ontwikkeld en de positie van de dollar als vanzelfsprekend middelpunt van de wereldhandel komt langzaam onder druk te staan.
Ook binnen internationale monetaire instituties zijn de verschuivingen zichtbaar geworden. Toen de Chinese renminbi werd opgenomen in het SDR-mandje van het IMF, betekende dit feitelijk een erkenning dat China een structurele plaats inneemt binnen de toekomstige monetaire wereldorde.
Veel mensen onderschatten hoe fundamenteel deze ontwikkeling is.
De dollar was namelijk veel meer dan een munt. De dollar vormde de basis onder de Amerikaanse hegemonie. Door de positie van de dollar konden de Verenigde Staten decennialang:
- enorme schulden opbouwen,
- militaire dominantie financieren,
- financiële sancties opleggen,
- en tegelijkertijd een hoge levensstandaard handhaven.
Maar een op schuld gebaseerd systeem blijft afhankelijk van vertrouwen.
Precies daar ontstaat nu spanning.
De schulden in het Westen zijn explosief gegroeid. Centrale banken hebben enorme hoeveelheden geld gecreëerd om het systeem overeind te houden. Bezit, vastgoed en financiële markten zijn daardoor sterk afhankelijk geworden van kredietgroei en monetaire steun.
Veel bezit blijkt daardoor minder solide dan het lijkt.
Huizenprijzen, aandelenkoersen, pensioenen en spaargelden zijn uiteindelijk afhankelijk van een financieel systeem dat alleen stabiel blijft zolang vertrouwen, groei en geldcreatie in stand kunnen worden gehouden.
Ook daarom is de huidige geopolitieke verschuiving meer dan een strijd tussen landen alleen. Het gaat eveneens om de toekomst van het mondiale financiële systeem en om de vraag welke valuta, welke economieën en welke machtsstructuren het vertrouwen van de wereld behouden.
Tegelijkertijd groeit buiten het Westen een wereld die zich steeds minder vanzelfsprekend voegt naar de bestaande machtsorde.
China denkt daarbij in lange lijnen. Het land bouwt handelsroutes, infrastructuur, technologische capaciteit en geopolitieke invloed op. De Nieuwe Zijderoute is daarvan een zichtbaar voorbeeld. Rusland, India, Brazilië, Iran en andere landen zoeken ondertussen naar manieren om zich economisch en financieel minder afhankelijk te maken van het Westen.

De grote vraag is hoe de Verenigde Staten en Europa op deze ontwikkeling zullen reageren.
Historisch gezien verlopen verschuivingen van hegemonie zelden zonder spanningen. Gevestigde machten proberen hun positie meestal zo lang mogelijk te behouden, terwijl opkomende machten een grotere rol opeisen.
Daarbij speelt nog iets anders.
Europa heeft zich sinds de Tweede Wereldoorlog grotendeels ontwikkeld in het economische en militaire kielzog van de Verenigde Staten. Ook Nederland is diep verweven geraakt met het westerse financiële systeem, internationale handel en globalisering.
Daardoor raakt deze verschuiving uiteindelijk ook direct het dagelijkse leven van gewone mensen.
Niet alleen geopolitiek verandert er iets, maar ook financieel en economisch. De zekerheden waarop veel mensen vertrouwen — spaargeld, pensioen, koopkracht en bezit — blijken afhankelijk van een wereldorde die minder stabiel wordt dan lange tijd werd aangenomen.
De vraag die daardoor steeds nadrukkelijker op de achtergrond verschijnt is:
kan de overgang naar een multipolaire wereld vreedzaam verlopen?
Of zullen machtsdenken, financiële belangen en geopolitieke spanningen leiden tot een periode van ontwrichting waarin economieën, valuta en samenlevingen onder zware druk komen te staan?
De contouren van een nieuwe wereldorde worden zichtbaar. Dat dit gaat leiden tot veranderingen, ook in Nederland, is wel zeker. De vraag is hoe die veranderingen eruit gaan zien. Wordt het een zachte landing of een harde en explosieve?
Het geopolitieke toneel kan door ons individueel niet worden beïnvloed. Wat we wel kunnen is meewerken aan lokale en regionale initiatieven, die ons minder afhankelijk maken van de globalistische economie.
© Ad Broere
Mijn blogartikelen zijn gebaseerd op vrijwilligheid.