Dit is geen economische analyse, maar een beschrijving van een geloofssysteem dat zo vanzelfsprekend is geworden dat we het niet meer als geloof herkennen.
Wie dit leest als een aanval, mist wat hier wordt blootgelegd.
Hoe ziet het geloof eruit?
Het grootste geloof in de wereld is overal verspreid, tot in de meest afgelegen landen. De missionarissen van dit geloof hebben indrukwekkende gebouwen neergezet, overal waar mensen massaal waren bekeerd. De organisatie achter dit geloof is volstrekt hiërarchisch. Geheimhouding, recht en gezag zijn de middelen, waarmee het geloof wordt gehandhaafd.
De hogepriesters van dit geloof zijn onzichtbaar voor het gelovige volk. Weinigen kennen hen en toch oefenen ze een formidabele macht uit. Die macht uit zich doordat hun woord landen, internationale organisaties en legers gehoorzaamheid afdwingt. De god voor wie alles en -bijna – iedereen buigt, is allesbehalve dood.
Wie is deze god met zoveel macht?
We hebben er dagelijks mee te maken. Het bepaalt de levens van velen. Voor sommigen is de god gunstig gezind, voor de meeste mensen is het een kwelling. Er zijn mensen die er vrij van willen komen. Ze merken dan tot hun verdriet dat deze god tot in alle vezels van ons bestaan is doorgedrongen. De hogepriesters zorgen ervoor dat dissidenten worden geïsoleerd, om hen geen invloed op de rest te laten uitoefenen.
Waar heb ik het over?
Eigenlijk heb ik het over hetzelfde thema dat in mijn vorige artikel ‘een ander kerstverhaal’ naar voren komt. Het gaat over ons. Wij zijn het die ons zelf uit handen geven.
Aan wie geven we ons zelf uit handen?
Aan een god buiten ons, aan autoriteiten die zeggen ons te leiden. De grootste macht waaraan we ons zelf uit handen geven is misschien wel geld.
Voordat het geld-geloof ontstond, ging het om wat wij mensen voor elkaar konden betekenen. De een was goed in schoenmaken, de ander in kleding maken, weer een ander in voeding produceren et cetera. Er werd geruild. Als dat niet direct lukte dan werd er onderling afgesproken, dat degene die had geleverd zonder er iets voor terug te krijgen een tegoed had. Dat tegoed kon dan later worden gebruikt door degene die het in handen had.
In kleinere gemeenschappen werkte dit lang zonder problemen. De mensen kenden elkaar en wisten dat het woord en de belofte te vertrouwen waren. Geld speelde nauwelijks een rol. Dit veranderde door de handel. Er werden producten gekocht die van verder weg kwamen, soms van heel ver weg en er werden producten verkocht naar andere landen.
Hierdoor ontstond de behoefte aan iets dat ook door mensen buiten de gemeenschap als van waarde werd gezien. Iets dat waarde vertegenwoordigde en gemakkelijk overdraagbaar was. Goud, zilver, diamanten et cetera deden hun intrede.
Het bezit van goud en zilver bracht risico’s met zich mee als het mee op handelsreis werd genomen. Er waren mensen die dat goud en zilver in bewaring namen en een papier afgaven dat de handelsman bij die en die … kilo goud en … kilo zilver in bewaring had gegeven. Naarmate de reis verder weg ging, was de naam en betrouwbaarheid van degene die het in bewaring had genomen van groot belang.
Zo ontstonden banken.
Er zouden geen problemen zijn ontstaan als er niet meer papier werd uitgegeven dan wat er ook werkelijk in de kluis aanwezig was. Dit principe is echter al snel losgelaten. Er werd meer papier in omloop gebracht dan er goud en zilver en andere waardevolle dingen in de kluis aanwezig was. Het was niet toegestaan, maar te aantrekkelijk voor de bankiers om het niet te doen, want zij lieten zich ruim belonen voor de door hun geleverde diensten en de leningen die zij verstrekten.
Naarmate het geldvermogen van de bankiers toenam, groeide ook hun macht. Hun woord en hun handtekening werd voldoende om vertrouwen te hebben in de waarde van hun papiergeld. Zo ontstond fiduciair geld. De waarde ervan werd gegarandeerd door de handtekening van de bankier op het geldbiljet. De centrale banken, die vanaf de zeventiende eeuw ontstonden moesten het idee van betrouwbaarheid versterken. Zij kregen het alleenrecht om papiergeld uit te geven. Tot de dag van vandaag staat op ieder euro biljet de handtekening van een directeur van de Europese Centrale Bank.

Fiduciair geld bestaat dus bij de gratie van vertrouwen. In het begin was het nog mogelijk om deze biljetten in te wisselen voor goud bij de bank. Deze belofte is echter ingetrokken en wordt ook niet meer vermeld op het eurobiljet.
Zo ontstond de geldkerk met miljarden gelovigen, want wat is dit vertrouwen anders dan geloven? De rollen zijn compleet omgedraaid. Het is niet langer de waarde die de mens creëert, die het uitgangspunt is. Geld is voorwaarde geworden. Als je het hebt dan kun je wat, als je het niet hebt dan kun je in materiele zin niets.
Het verband tussen geld en waarde is nog verder vervaagd door de introductie van digitaal geld. De plastic kaart, de chip, de pinpas en nog in ontwikkeling zijnde technologieën geven toegang tot het materiele leven. Heel veel mensen, waaronder jongeren, weten niet beter dan dat je met een tegoed op je bankrekening uit de voeten kunt.
Geld is god. Wij hebben onszelf uit handen gegeven aan deze grillige heerser.
© Ad Broere
Je kunt je abonneren op mijn nieuwsbrief. Dan heb je ook toegang tot mijn boek ‘De Weg naar Vrijheid’. Kosten € 25 voor een heel jaar. Klik op deze link om je te abonneren. Tot 31 december kom je in aanmerking voor € 5 korting.