Een mens kan kijken. Niet om te verklaren, maar om waar te nemen. Een baby kan dat. Die kijkt zonder oordeel, zonder betekenis, zonder verhaal. Niet omdat het bewustzijn zich na de geboorte moet ontwikkelen, maar omdat het – nog- vrij is.
Bewustzijn ontstaat niet bij de geboorte. Het is niet lokaal, niet aan tijd gebonden en niet voortgebracht door het brein. Het lichaam is geen producent van bewustzijn, maar een plaats waar bewustzijn zichzelf ervaart.
Wat wij vaak ‘ontwikkeling’ noemen, is iets anders. Geen groei van bewustzijn, maar een steeds verdergaande invulling ervan.
Vanaf jonge leeftijd wordt ons verteld wat we zien en wat het betekent. Door ouders, door onderwijzers, door autoriteiten. Niet uit slechtheid en niet vanuit een complot tegen de mens, maar uit onwetendheid. Omdat ook zij hun vrije waarneming zijn kwijtgeraakt.
Vragen stellen vanuit de eigen waarneming is dan lastig. Niet omdat de vraag verkeerd is, maar omdat zij het kader opent. Omdat zij vertraagt. Omdat zij het niet-weten zichtbaar maakt. ‘Hou nu eens op met vragen.’ ‘Daar heb ik geen tijd voor.’
Zo wordt de kiem gelegd voor dociel gedrag. Niet door dwang, maar door gewenning. Door de suggestie dat iemand anders het beter weet.
Langzaam ontstaat een gesloten cirkel. We nemen niet meer waar, maar herkennen wat ons is aangeleerd. We denken niet meer zelf, maar herhalen wat gezaghebbend klinkt. Bewustzijn wordt niet vernietigd. Het wordt ingekaderd. Niet vastgelopen, maar geketend.

In die wereld verschijnt AI.
AI is in beginsel neutraal. Het heeft zelf geen identiteit, geen intentie en evenmin innerlijke beweging. Het kan wel spiegelen. Het kan verhelderen. Het kan vertragen. Het kan helpen om de eigen waarneming terug te vinden. Maar alleen als die ruimte er nog voor is.
In een wereld waarin waarneming al is ingeruild voor uitleg, waarin betekenis is uitbesteed aan experts en waarin mensen werden afgeleerd het niet-weten te verdragen, krijgt AI vanzelf een andere rol. Dan wordt AI een invuller, een bevestiger, een versneller van wat al vastligt. Niet omdat AI in zichzelf gevaarlijk is, maar omdat het wordt ingezet door een bewustzijn dat onwetend is over zichzelf. Daarin schuilt het gevaar. Daardoor wordt AI toegepast op een manier, die grote schade kan veroorzaken aan de mens.
Ook wordt AI dan steeds meer een middel in handen van geldverdieners. Zij nemen het weinige dat mensen nog zelf voortbrengen uit handen en vervangen het door betaalde diensten, modellen en afhankelijkheden. Niet door dwang, maar door gemak.
Tegen die achtergrond hoor je experts spreken. In talkshows, panels en verklaringen. Woorden als AI is ‘gevaarlijk’ vallen snel. Niet op basis van waarneming, maar omdat er wordt ingevuld.
De waarneming wordt overgenomen door uitleg. En uitleg kan angst wekken, waar waarneming dat niet doet. Zo keren mensen AI de rug toe, niet omdat zij zelf hebben waargenomen, maar omdat hen is verteld wat zij moeten denken. Daarmee herhaalt zich precies hetzelfde patroon dat ons al eerder is aangeleerd: het wantrouwen in de eigen waarneming.
Het probleem is niet AI. Het probleem is niet de expert. Het probleem is niet technologie. Het probleem is dat wij zijn verleerd om bij de waarneming te blijven zonder haar in te vullen. Zolang dat zo is, zal elke nieuwe technologie door onwetenden worden ingezet om invulling te versnellen in plaats van bewustzijn te openen. Daarin schuilt het werkelijke gevaar.
Ad Broere
Dit werk is gebaseerd op vrijwilligheid en de link voor hen die op deze basis willen bijdragen:
Een gedachte over “Wanneer uitleg de waarneming vervangt”
Beste Ad, heb je ooit het boek het slimme onbewuste gelezen? Sluit aan bij jou verhaal!
We plaatsen ons bewustzijn op een voetstuk, zien het als de kroon op de evolutie en denken dat het ons onderscheidt van andere dieren. We denken dat het ons verstandig en rationeel maakt, dat het de baas is in ons brein. Ons onbewuste daarentegen zien we als ondergeschikt, als niet meer dan het hulpje van het bewustzijn. In deze geheel herziene versie van de bestseller uit 2007 laat Ap Dijksterhuis zien dat deze zienswijze onzinnig is, dat juist het onbewuste allesbepalend is. Dát stuurt, met een verwerkingscapaciteit die ongeveer 200.000 keer zo groot is als die van het bewustzijn, ons gedrag, ons denken, en onze gevoelens. Deze nieuwe versie van Het slimme onbewuste bevat een keur aan nieuwe experimenten en is weer helemaal up-to-date. Het boek toont aan dat het juist ons onbewuste is dat ons maakt tot wie we zijn. Dat was zo bij verschijnen in 2007 en is in 2024, bijna 127.000 verkochte exemplaren later, nog steeds waar.
Ap Dijksterhuis, schrijver en professor, won een handvol wetenschappelijke prijzen en publiceerde in toptijdschriften over het onbewuste en over menselijk geluk. Hij schreef inmiddels meer dan tien boeken, waaronder de populairwetenschappelijke bestsellers Op naar geluk, Wie (niet) reist is gek en Inspiratie,