een vernieuwende visie op mens, geld en waarde

Waarom ‘koopkracht’ ons niet blij maakt

‘De rivier is gemiddeld een meter diep, stelde de wiskundige vast en hij verdronk in het midden.’

Koopkracht is wat er overblijft om te leven. Niet in theorie, maar in de praktijk.

Het gaat niet om percentages, maar om de ruimte die je ervaart wanneer je vaste lasten zijn betaald en je gewone uitgaven zich aandienen.

Vaste lasten zijn uitgaven, die je niet of nauwelijks kunt veranderen en waar je weinig invloed op hebt, zoals huur, zorg en energie.

Als die vaste lasten zijn betaald, blijft er — als het goed is — een hoeveelheid geld over waarover je zelf kunt beslissen wat je ermee wilt doen.

Dat is het deel van je inkomen waarin vrijheid zit en waarin je je vertrouwde leven vormgeeft.

Door koopkrachtverlies blijft er minder van die ruimte over. En met wat er wél overblijft
kun je ook minder kopen dan voorheen.


Wanneer ‘gecompenseerd’ niet zo voelt

Je hoort het vaak: ‘De inflatie bedroeg in 2025 drie procent.
Die werd dan gecompenseerd, want de inkomens zijn ook met drie procent gestegen.’

Dat klinkt logisch. Maar veel mensen ervaren iets anders.

Hun huur stijgt bijvoorbeeld met 4,6 procent. De energierekening wordt hoger.
De boodschappen kosten meer.

En aan het eind van de maand is het geld eerder op, terwijl ze niet meer hebben gekocht.

Hoe kan dat?


Gemiddelden en leven

Inflatie is een gemiddeld cijfer. Koopkrachtcompensatie ook.

Maar mensen leven niet van gemiddelden. Ze leven met vaste lasten en met een uitgavenpatroon, dat in de loop van de tijd vertrouwd is geworden.

Juist die vaste lasten — wonen, energie, zorg, voedsel — stijgen vaak harder dan het inflatiegemiddelde.

Als je inkomen met drie procent stijgt, maar je grootste uitgaven met vier, vijf of zes procent,
dan verlies je ruimte.

Niet op papier, maar in het dagelijks leven.


Vaste lasten en vertrouwd leven

Koopkrachtverlies laat zich eerst zien in vaste lasten waar nauwelijks aan te ontsnappen is.

Daarna wordt het zichtbaar in het uitgavenpatroon dat je als normaal bent gaan ervaren.

Dat patroon aanpassen betekent niet rekenen, maar schrappen.

Niet minder percentages, maar minder leven.


Waarom het toch ‘gecompenseerd’ heet

In modellen telt alles mee:
– ook uitgaven die je misschien niet hebt,
– ook prijsdalingen die je nauwelijks merkt,
– ook gemiddelden die niets zeggen
over jouw situatie.

Zo kan het gebeuren dat er wordt gezegd: ‘Uw koopkracht is op peil gebleven,’ terwijl jij ervaart dat je krapper bent komen te zitten.

Dat is geen vergissing. Het is een gevolg van rekenen met gemiddelden in een leven dat niet gemiddeld is.


In één zin

Je zou het ook zo kunnen zeggen:

Koopkracht wordt berekend over modellen, maar geleefd wordt er met vaste lasten en vertrouwde uitgavenpatronen.

En precies daar ontstaat het verschil tussen wat wordt gezegd en wat mensen ervaren.

Waar modellen spreken over koopkracht, ervaren mensen vooral wat zij moeten laten.

Ad Broere

Dit werk is gebaseerd op vrijwilligheid en de link voor hen die op deze basis willen bijdragen:

Donatielink

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is beschermd!!