Dit is geen artikel over het weer.

Het weer is in dit artikel slechts het meest alledaagse en zichtbare voorbeeld van iets wat zich op veel meer terreinen tegelijk aftekent: het verdwijnen van vaste patronen zonder dat er al nieuwe voor in de plaats zijn gekomen. Wat volgt, is een oefening in waarnemen — niet om conclusies te trekken, maar om ruimte te houden voor wat zich nog vormt.
I
De afgelopen weken merk ik hoe moeilijk het is geworden om het weer te lezen. Er zijn geen stabiele hogedrukgebieden die zich rustig vastzetten boven Europa, geen herkenbaar ritme van depressies dat zich aankondigt, uitregent en weer verdwijnt. Wat zich aandient, wisselt snel. Temperaturen lopen uiteen, soms binnen één dag, soms binnen korte afstanden in een land zo klein als Nederland.
Het is niet zozeer dát het regent of waait, koud is of zacht. Het is de afwezigheid van een duidelijk patroon. Het ene moment lijkt de lente zich aan te dienen, het volgende moment keert de kou terug. Wat blijft, is geen type weer, maar een ervaring: onvoorspelbaarheid.
Die ervaring staat niet op zichzelf. In delen van Noord-Amerika houden winterse omstandigheden langer aan dan verwacht, terwijl Zuid-Europa wordt getroffen door uitzonderlijke regenval. Tegelijkertijd voltrekken zich grootschalige processen in de atmosfeer: het afnemen van La Niña, de mogelijke overgang naar El Niño, en recente sterke opwarming in de stratosfeer die bestaande circulatiepatronen kan verstoren.
Wat deze verschijnselen gemeen hebben, is niet dat ze één richting aanwijzen, maar dat ze beweging laten zien. Oude patronen verliezen hun vanzelfsprekendheid, terwijl nieuwe zich nog niet hebben gevormd. Het systeem is niet tot rust gekomen; het is onderweg.
II
Het weer staat daarin niet op zichzelf. Ook op andere terreinen zien we iets vergelijkbaars. Economische modellen schuiven, politieke verhoudingen veranderen, maatschappelijke structuren verliezen hun vaste vorm. Het oude werkt niet meer zoals het werkte, maar het nieuwe heeft nog geen stabiel evenwicht gevonden.
In zulke tijden groeit de behoefte aan duiding. Aan verklaringen die houvast bieden. Aan verhalen die zeggen: dit is wat er gebeurt, en dit is waar het naartoe gaat. Die behoefte is begrijpelijk. Onzekerheid is ongemakkelijk.
Toch schuilt daar ook een risico. Wanneer ontwikkelingen nog in beweging zijn, kan stellige duiding leiden tot overschatting van wat we weten. Politiek en beleid kunnen vooruitlopen op processen die zelf nog geen vaste richting hebben gevonden. Dat kan onbedoeld gevolgen hebben, zeker wanneer er veel wordt gevraagd van mensen — financieel, fiscaal en moreel — op basis van aannames die later bijstelling vragen.
In Nederland wordt zwaar ingezet op het opvangen van klimaatverandering. Tegelijkertijd wordt het beeld complexer. Eerdere verklaringskaders, zoals de nadruk op opwarming door het broeikaseffect, verdwijnen niet, maar raken verweven met andere dynamieken. Zekerheid maakt plaats voor waarschijnlijkheid.
In zo’n overgangstijd ontstaat ook ruimte voor interpretaties die spreken van bewuste beïnvloeding van wat er in de wereld gebeurt. Wanneer samenhang ontbreekt, lijkt intentie soms aannemelijker dan onzekerheid. Maar afwezigheid van duidelijkheid is niet automatisch bewijs van regie. Het kan ook betekenen dat we ons bevinden in een fase waarin systemen hun evenwicht nog niet hebben hervonden.
Misschien vraagt deze tijd daarom iets anders dan snelle conclusies. Niet om ontkenning en niet om blind vertrouwen, maar om bezinning. Om zorgvuldig waarnemen zonder te forceren. Om voorzichtigheid met stellige duiding. En om ruimte te laten voor niet-weten.
Niet als profeet die het einde aankondigt, maar als mens tot medemens. Aandachtig kijkend naar wat zich toont, terwijl het nog onderweg is.
(c) Ad Broere
Dit werk is gebaseerd op vrijwilligheid.