Het is misschien wel de krachtigste energie die de mens ervaart. Zij raakt aan voortplanting, nabijheid, verlangen en identiteit. Seksualiteit zou een bron van verbinding kunnen zijn, maar veroorzaakt veelal verwijdering, verwarring en ontregeling.
Het lijkt erop dat deze kracht bij verreweg de meeste mensen niet werkelijk geïntegreerd is in bewustzijn en relatie. Zij leeft eerder als een afzonderlijke stroom in het menselijk bestaan.
Wanneer dat zo is — bijvoorbeeld in kringen rond charismatische leiders of in omgevingen waar grenzen vervagen — kan die energie een eigen dynamiek krijgen. Niet alleen bij degene die de ruimte creëert, maar ook bij degenen die eraan deelnemen. Wat normaal verborgen blijft, kan dan naar voren komen zonder dat er een innerlijk evenwicht is dat haar draagt.
Misschien is de vraag daarom niet alleen waarom bepaalde leiders seksualiteit gebruiken om invloed te krijgen, maar ook waarom mensen zo ontvankelijk zijn voor een ruimte waarin deze kracht zonder begrenzing wordt losgelaten.

Wie naar recente geschiedenis kijkt, ziet dat dit geen abstract verschijnsel is. In verschillende bewegingen rond charismatische leiders werd een ruimte gecreëerd waarin seksuele grenzen vervaagden.
In een recente documentaire over de commune rond Bhagwan, uitgezonden door de Nederlandse televisie, wordt zichtbaar hoe in zo’n omgeving seksuele grenzen geleidelijk kunnen verdwijnen. Voormalige deelnemers vertellen hoe jongeren en zelfs kinderen werden blootgesteld aan situaties, waarin volwassen verantwoordelijkheid ontbrak. Wat destijds als vrijheid werd gepresenteerd, bleek voor sommigen later een bron van verwarring en levenslang leed.
Iets soortgelijks wordt zichtbaar in andere contexten waarin macht, invloed en seksuele toegang met elkaar verweven raken, zoals ook blijkt uit de Epstein files. Wanneer grenzen verdwijnen en niemand nog verantwoordelijkheid neemt voor de kwetsbare andere, kan een omgeving ontstaan waarin mensen dingen doen, die zij buiten die context wellicht nooit zouden hebben gedaan.
Wat hier zichtbaar wordt, is niet alleen het handelen van een leider of van een kleine groep daders. Het legt ook iets bloot over de mens zelf. Over hoe een oerkracht, wanneer zij wordt losgemaakt van bewustzijn en wederkerigheid een eigen, verwoestende dynamiek kan krijgen.
In zo’n omgeving verdwijnt langzaam het besef dat de ander een grens heeft. Wat begint als vrijheid kan veranderen in onverschilligheid voor de ander. En waar niemand meer ingrijpt, kan een hele groep deelnemen aan iets waarvan later nauwelijks nog te begrijpen is hoe het heeft kunnen gebeuren.
Juist daarom vraagt vrijheid misschien iets eenvoudigs maar wezenlijks: dat een mens, ook wanneer sterke driften in hem wakker worden, blijft luisteren naar zijn eigen innerlijk kompas.
© Ad Broere