Share this emailCopy the public link or share it on your favorite channel.
De Weg naar Vrijheid
Als we over bewustzijn spreken dan gaat het meestal over het geheel van onze gewaarwording van de fysieke ruimte in ons en om ons heen. De zintuigen spelen daarbij een belangrijke rol, want door middel van zien (ogen) , horen (oren), voelen (handen), ruiken (neus) en proeven (tong) worden we ons gewaar van de fysieke ruimte. Ogen, oren, huid en handen, neus en tong geven de prikkels door aan de hersenen, die ons de materie doen ervaren.
Het ervaren van de fysieke ruimte hangt samen met hoe onze hersens functioneren. Welke prikkels worden geregistreerd en welke worden uitgezeefd? Goed beschouwd nemen we niet DE werkelijkheid waar, maar één van de fysieke werkelijkheden. Bij dit proces speelt de pijnappelklier een belangrijke rol. De pijnappelklier ligt onder de hypothalamus midden in de hersens. Het is het controlecentrum van het bewustzijn en het zorgt ervoor dat ons beeld van de fysieke werkelijkheid consistent blijft. De vergelijking met een radio waarvan je met een knop op een zender kunt afstemmen helpt daarbij wellicht. Als de radio dertig zenders tegelijk zou uitzenden, dan wordt het een chaotiserende kakafonie van geluiden.

De kwaliteit van ons bewustzijn is daarom een wezenlijk belangrijke factor in wat er via de zintuigen wel en niet wordt doorgeven. Zit hier een boosaardige bedoeling achter? Ik denk dat dit niet het geval is, het is eerder een bescherming. Aan deze bescherming zit echter tevens een beperking vast. We nemen slechts een – klein – deel van de fysieke werkelijkheid waar. De Hindoeïstische wijsheidsleer onderkent naast de ons bekende vijf zintuigen, die zintuigen van waarneming worden genoemd, vijf zintuigen van handelen: Vāk – spraak (het vermogen te spreken), Pāi – handen (het vermogen te grijpen of te handelen), Pāda – voeten (het vermogen te bewegen), Pāyu – uitscheidingsorgaan (het vermogen om afval uit te scheiden), Upastha – voortplantingsorgaan (het vermogen tot voortplanting) Door de zintuigen van handelen te onderscheiden, is er meer gereedschap aanwezig om de fysieke ruimte bewust te ervaren en de aandacht erop te richten. Zo kan door bijvoorbeeld de spraak als het vermogen tot spreken beter worden benut als daar bewuste sturing achter zit.
In het Hindoeïsme wordt verder Manas , als het zesde zintuig onderscheiden. Het is het zintuig, dat het denkvermogen bewust in werking zet. Manas zetelt in de hersenen, in de hypothalamus en in de pijnappelklier onder de hypothalamus. Van daaruit ordent, interpreteert en geeft het betekenis aan informatie van de andere zintuigen. Als Manas ontwikkelt dan wordt het ook de hogere zintuigen gewaar. Bij de meeste – westerse – mensen ontbreekt echter de bewuste sturing vanuit het zesde zintuig. Ik heb in een eerdere brief aangegeven dat de pijnappelklier gehackt zou zijn door externe krachten.

Bezien vanuit de Hindoeïstische wijsheidsleer, zou het kunnen zijn dat als het menselijke bewustzijn Manas niet gebruikt, de sturing door krachten van buitenaf plaatsvindt. De mens is daardoor niet heer in eigen huis. Het zou hacken kunnen worden genoemd, maar beter is het wellicht om te zeggen dat een onbeheerde ruimte wordt ingenomen door externe krachten. Ik veralgemeniseer het niet, het geldt niet voor alle westerse mensen. Evenals dat het niet zo is, dat alle Aziatische mensen een meer ontwikkeld bewustzijn hebben. Zolang we echter in het onderwijs leren dat er vijf zintuigen zijn, dan is onze westerse bagage in dat opzicht beperkt.
Ik heb mij verdiept in de vraag wat er gebeurd kan zijn waardoor de westerse mens zich zo weinig bewust is van de zintuigen die hij buiten de vijf bekende tot zijn beschikking heeft. In esoterische stromingen zoals de theosofie, antroposofie en de rozenkruisers wordt er een gelaagde menselijke structuur onderscheiden: fysiek lichaam, etherisch lichaam, astraal lichaam en denklichaam. Kennis over de andere lichamen buiten het fysieke is er buiten de esoterische stromingen nauwelijks. Ik denk dat dit het gevolg is van het stempel dat het kerkchristendom eeuwenlang op alle levensuitingen heeft gezet, inclusief op het wetenschappelijk onderzoek.
De groeiende katholieke (algemene) kerk richtte vanaf de tweede eeuw zijn pijlen op esoterische stromingen.
Kerkleiders zoals Irenaeus van Lyon (rond het jaar 180) begonnen esoterische stromingen te bestrijden en legden daardoor de basis voor het kerkchristendom dat de nadruk legde op geloof in plaats van kennis en op kerkelijke autoriteit. Het onthouden van kennis heeft mijns inziens een aanwijsbare oorzaak, die terug te vinden is in de eerste eeuwen van de jaartelling. Het Romeinse kerkchristendom vindt zijn basis in het visioen dat Paulus kreeg, volgens overlevering op zijn weg naar Damascus. In dit visioen verscheen Jezus aan hem en toonde zich in zijn verheerlijkte, bovenmenselijke staat. Paulus had de Jezus (Yeshua) van vlees en bloed nooit gesproken. Anders dan zijn broer Jacobus de Rechtvaardige, die de Mens die Jezus was beter dan wie ook had gekend en die ‘De Weg’ verkondigde op basis van wat zijn broer werkelijk had onderwezen aan zijn volgelingen.


De “Weg van de Nazireeërs” verschilde zowel van de traditionele Joodse leer als van de latere leer van Paulus. Jacobus, die de Rechtvaardige werd genoemd, speelde een centrale rol in het vroege Jeruzalemse geloofsleven. Hij was volgens oude bronnen een diep vroom man die de Joodse Wet volledig naleefde — hij bracht veel tijd door in de Tempel, leefde als een nazireeër (onthouding van wijn, vlees, en scheermes) en stond bekend als een rechtvaardige priesterlijke figuur. Over zijn broer Jezus sprak Jacobus niet in de theologische termen die Paulus later gebruikte (zoals “Christus de Verlosser” of “Zoon van God in een kosmische zin”). In plaats daarvan heeft Jacobus Jezus beschouwd als:

De Messias van Israël: een door God gezalfde leider die de Wet vervulde, niet afschafte.
De Leraar van De Weg: een mens die de ware bedoeling van de Thora openbaarde — barmhartigheid, gerechtigheid en innerlijke reinheid.
De Rechtvaardige die geleden heeft: in lijn met de profeten, wiens dood door onrechtvaardige machten een morele en spirituele boodschap droeg.

In de Brief van Jacobus (Nieuw Testament) zie je dit duidelijk terug. Hij benadrukt geen geloof zonder werken, maar juist geloof dat zich uit in daden — heel anders dan Paulus’ nadruk op “gerechtigheid door geloof alleen”.
De eerste volgelingen van Jezus werden niet christenen genoemd maar mensen van ‘De Weg’. De benaming christendom komt uit de Paulinische hoek. De Weg kenmerkte zich door:

nadruk op innerlijke verlichting,
innerlijke ervaring – in het eigen hart - van de Geest (Pneuma),
leven in waarheid en liefde in plaats van uiterlijk ritueel,
Geen afschaffing, maar vervulling van de Wet.

Deze innerlijke en mystieke focus maakte de volgers van “De Weg” gevoelig voor gnostische interpretatie: de gedachte is daarbij dat ware kennis (gnosis) de mens bevrijdt uit onwetendheid en duisternis. De uitspraak van Jezus ‘U zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken’ sluit hierop aan.

Volgens Jacobus wilde Jezus de joodse wet (Thora) vervullen en niet afschaffen. De vervulling van de Wet is, dat de Geest van Liefde in het hart ontvlamt en dat daardoor de Wet geen van buiten opgelegde last meer is, maar dat deze van binnenuit wordt aanvaard en vervolgens oplost in de Geest van Liefde. Zoals de dag de nacht in zich opneemt, gesymboliseerd door de opgaande zon. Het oude kan pas voorbijgaan als er innerlijke Vrede is. Dan kan de hechting aan het oude loslaten en komt er ruimte voor de inademing van het nieuwe (de Geest).

Door de kerkchristelijke mensheid gnosis (kennis) te onthouden kreeg de ziel niet het inzicht in hoe zich in het hart te verbinden met de geest. Het heil van de mens werd afhankelijk gemaakt van de kerk die de verlosser op aarde zegde te vertegenwoordigen en die een dwingende autoriteit op alle levensgebieden uitoefende. De westerse wetenschap had daardoor een materialistisch karakter, omdat het de enige vorm was, waarin deze zich kon ontwikkelen. Onderwerpen zoals ziel, etherisch en astraal lichaam bleven in de esoterische hoek en werden onder invloed van de kerk door de erkende westerse wetenschap ver van zich geworpen.
De Wet is gegeven om tot bewustzijn te komen en de vervulling van de Wet is de weg die leidt tot bewustzijnsverandering. Voor de vervulling zouden wij nu in de Aquariustijd rijp moeten zijn geworden. Dat de westerse mensheid de route is gevolgd van geloof en het accepteren van autoriteit (hiërarchie), heeft niet alleen te maken met machtsuitoefening van boven uit de hiërarchische piramide – wat een ontsporing is - , maar ook met de onvolwassen staat waarin het grootste deel van de westerse mensheid nog verkeerde. Het vaak gehanteerde beeld van de goede zielenherder en zijn schaapskudde past daarin. Of het een onvermijdelijke route is geweest, is een vraag waarop geen antwoord kan worden gegeven, omdat de andere mogelijkheden die zich in de eerste eeuwen van de jaartelling ontvouwden niet in brede zijn benut. Eigenlijk is het ook zinloos om je daarin te verliezen, het gaat om het Nu en welke mogelijkheden er in dit tijdsgewricht openbaren.

Er zijn relatief weinigen, die weten van ‘De Weg’ van de Nazireeërs. Van het ‘Evangelie van de Nazireeërs’ zijn slechts fragmenten overgebleven, waardoor De Weg nog meer in het vergeetboek is geraakt. Nog minder bekendheid is er over gnostisch geïnspireerde gemeenschappen die in de eerste eeuwen van de jaartelling ontstonden. Een belangrijke erfenis van deze bewegingen werd in 1945 gevonden in Egypte, in Nag Hammadi. Een schat aan kennis (gnosis) wordt op 52 op papyrus geschreven teksten overgedragen. Dat deze documenten niet verloren zijn gegaan, is te danken aan het feit dat ze in een grote kruik zijn begraven in de vierde eeuw op een Koptisch kerkhof, voordat ze vernietigd konden worden door de kerk. Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans hebben de teksten in het Nederlands vertaald en van commentaar voorzien in De Nag Hammadi geschriften.

Het biedt volop inspiratie voor de aangevangen Aquariusperiode. Niet terug naar het oude, maar door Liefde en Vrede het oude achter ons laten en open staan voor vernieuwing.
Hieronder volgt het eerste hoofdstuk van 'De Weg en de stad', waarin ik een beeld wil schetsen van de voor de verre toekomst bepalende eerste eeuwen na het begin van de Gregoriaanse kalender. Dit aan de hand van Eli en Mirjam, inwoners van Jeruzalem, volgers van De Weg van de Nazireeërs.

De Weg en de stad

Hoofdstuk 1

Nisan 3821

Het was de eerste van Nisan in het jaar 3821 volgens de Hebreeuwse jaartelling (62 volgens de Gregoriaanse kalender). Jeruzalem ontwaakte in het licht van de opgaande zon. Eli zat voor zijn werkplaats met op zijn schoot een eenvoudig ontbijt van olijven, brood en geitenmelk. Eli was timmerman, na het ontbijt zou hij naar zijn werkplaats gaan om verder aan de kast te werken die hij voor de avond zou worden opgehaald door een klant. Naast hem zat zijn vrouw Mirjam. Ze werkten samen en vulden elkaar aan in wat zij deden. Ze zaten op deze dag zwijgend naast elkaar. Dat was geen regel. Eli en Mirjam spraken vaak met elkaar. Eli sprak zijn verontwaardiging uit over wat er in Judea gebeurde. Judea viel onder Romeins bestuur en de Romeinen bestuurden het volk met harde hand. Het Joodse volk werd onder zware druk gezet door de bezetter. De godsdienstvrijheid werd beperkt en de Romeinse belasting drukte zwaar. Beiden waren zij diep getroffen door de recente moord op Jacobus, de broer van Jezus.
Jacobus was leider van de beweging van de Nazireeërs die ‘De Weg’ werd genoemd. Eli en Mirjam hadden zich enkele jaren geleden aangesloten bij deze beweging. Ze hielden beiden van Jacobus. Hij was zachtmoedig en niet oordelend. Zijn taal was direct, inspirerend en compromisloos. Zij luisterden graag naar Jacobus als hij in Jeruzalem sprak op de binnenplaats van de Tempel. Zo waren ze enkele weken geleden bij een bijeenkomst op de Tempelberg. Jacobus nam het woord. De woorden die hij toen uitsprak hadden Eli en Mirjam beiden in hun geheugen gegrift. Hun verslag was als volgt:

Broeders en zusters van Israël,

luister naar mij, Jacobus, dienaar van de Ene,
en broeder naar het vlees van Jezus, de Gezalfde.


Vanaf het begin heeft de Eeuwige onze vaderen geleid
met de Wet die Hij Mozes gaf,
opdat wij zouden wandelen in gerechtigheid,
en liefde zouden tonen aan de weduwe, de wees, en de vreemdeling.

Want wie de Wet hoort maar niet doet,
is als iemand die in de spiegel kijkt en vergeet wie hij is.
Onze broeder Jezus van Nazareth —
die velen de Gezalfde noemen —
heeft ons niet een nieuwe Wet gebracht,
maar de ware adem van de Wet hersteld.

Hij heeft ons geleerd dat de offers van dieren niet opwegen
tegen een zuiver hart en een milde hand.
Hij heeft ons gewezen op de armen,
op de zieken, op de zondaars —
en gezegd:


“Degene in wiens hart Vrede is neergedaald en de Geest van Liefde is ontvlamd, heeft de Wet vervuld.”

Daarom zeg ik u, broeders en zusters:
Laat ons trouw blijven aan de Wet,
maar in het hart vervuld van de Geest die Jezus ons wees.
Wie deze weg bewandelt, wandelt in het licht van De Weg
en zal gerechtvaardigd worden door zijn werken.
De schrik en ontreddering was groot toen met stenen gewapende mannen het plein bestormden. Zij schreeuwden: ‘Godslastering, dood aan de verrader’. Jacobus werd ruw beetgepakt en van de muur naar beneden gesmeten. Alsof dat nog niet genoeg was werd zijn gewonde lichaam bekogeld met stenen. Jacobus stierf met een vredige glimlach op zijn gezicht.
Het was als de dag van gisteren en telkens kwam de herinnering aan deze verschrikkelijke gebeurtenis weer naar boven bij Eli en Mirjam.

Eli verbrak het stilzwijgen. ‘Mirjam, hoe moeten we nu verder? De Weg lijkt verduisterd nu Jacobus er niet meer is.’ Mirjam rustig en bezonnen als gewoonlijk antwoordde Eli. ‘Liefde is de ziel van de Wet. De geboden volgen zonder liefde is als een lichaam zonder bloed. De Wet van Mozes was het pad van gehoorzaamheid, maar De Weg is een pad van vrijheid in verbondenheid. We moeten leren zelf onze verantwoordelijkheid te nemen. Wij eren Jacobus en zijn leven als we dat daadwerkelijk doen.’ Eli omarmde Mirjam met tranen in zijn ogen. ‘Bedankt Mirjam voor deze woorden’, sprak hij.

Op dat moment kwam de zon tevoorschijn van achter de wolken en scheen op Jeruzalem waar het bruisende leven van elke dag nam ook op de eerste Nisan 3821 voor de tachtigduizend inwoners van Jeruzalem zijn loop.

In het volgende hoofdstuk, in de volgende brief, beschrijf ik de Joodse oorlog, die woedde tussen de jaren 66 en 70 volgens de Gregoriaanse kalender door de ogen van Eli en Mirjam. Vier Romeinse legioenen onder aanvoering van Titus, de zoon van keizer Vespanianus trokken op tegen het opstandige Judea.

Betaald abonnement

Vanaf 1 januari 2026 worden mijn brieven verstuurd aan betalende abonnees. Wil je de brieven ook in het komende jaar ontvangen ? Schrijf je dan nu in via mijn online winkel.

Vanzelfsprekend geldt dit niet voor mijn zeer gewaardeerde donateurs. Wil je als donateur de brieven blijven ontvangen? Een mailtje met jouw naam en mailadres volstaat. Stuur dit mailtje svp naar adbroere@protonmail.com.
Doneren kan op NL59TRIO0379342502 ten name van Humane Economy Publishing

AI is veel, behalve menselijk

Wat betekent vrijheid werkelijk? Hoe ontdekt een mens de vrijheid in zichzelf? Het gaat daarbij niet om de vrijheid die de mens wordt gegeven door een autoriteit. Evenmin gaat het om de vrijheid die voortkomt uit welvaart of bezit. Mijn nieuwste boek De Weg naar Vrijheid gaat over deze zoektocht. Ik denk dat de twee vragen van groot belang zijn …
AI is veel, behalve menselijk

De Weg naar Vrijheid is gepubliceerd

De Weg naar Vrijheid is gepubliceerd
Blij en trots ben ik op dit prachtige boek, dat vandaag - 26 mei 2026 - bij mij werd aangeleverd door de drukker. Het is een roman geworden, omdat een roman ruimte geeft om mensen van binnenuit te volgen. Niet via theorieën of betogen, maar via hun leven, hun ontmoetingen, hun worstelingen en hun innerlijke groei. De eerste en tweede …

Het grote vergeten 

Wie de geschiedenis bestudeert, ziet dat beschavingen zich vaak ontwikkelen volgens een terugkerend patroon. Er is een periode van opbouw, groei en expansie. Daarna volgt een hoogtepunt van macht, rijkdom en zelfvertrouwen. Vervolgens ontstaat langzaam verval. Schulden nemen toe, macht concentreert zich, de afstand tussen bestuur en bevolking wordt groter en samenlevingen raken steeds verder verwijderd van hun oorspronkelijke kracht. …
Het grote vergeten