Wie naar de ontwikkeling van de samenleving in de afgelopen decennia kijkt, ziet een patroon dat zich op uiteenlopende terreinen herhaalt. Voeding, gezondheidszorg, onderwijs, energie en economie bijvoorbeeld, functioneren steeds sterker vanuit schaalvergroting. Het gaat daarbij om beheersbaarheid, productie en in het bijzonder financiële rendementen. De vraag wat werkelijk goed werkt voor mensen raakt daarbij naar de achtergrond.
Zorg
In de gezondheidszorg gaat het grootste deel van de aandacht en de middelen naar behandeling. Preventie speelt een ondergeschikte rol. Tegelijkertijd nemen chronische aandoeningen sterk toe en stijgen de zorgkosten onafgebroken. Het verband tussen voeding, leefstijl, stress, lichamelijke belasting en gezondheid wordt wel gezien, maar krijgt binnen het zorgsysteem relatief weinig aandacht.
Wie kijkt naar de kwaliteit van voedsel dat in ziekenhuizen wordt aangeboden, ziet hoe beperkt de rol van voeding binnen de zorg feitelijk is geworden. Terwijl voeding rechtstreeks samenhangt met herstel, weerstand en lichamelijke conditie, ligt de nadruk vooral op medische verrichting, medicatie en technische zorg.
De behandelmethodes binnen de zorg zijn sterk geconcentreerd geraakt rond protocollen, medicijnen en technische ingrepen. Voor herstelkracht, leefomgeving, voeding, stressbelasting en preventie bestaat veel minder structurele aandacht. Daardoor ontstaat een zorgmodel, dat vooral gericht is op behandelen nadat ziekte zichtbaar is geworden.
Voeding
Ook buiten de zorg is de voedselvoorziening ingrijpend veranderd. Sterk bewerkt voedsel is normaal geworden. Producten worden ontwikkeld op snelheid, smaak, houdbaarheid, aantrekkelijkheid en verkoopbaarheid. Smaakstoffen, geraffineerde suikers en industriële bewerking spelen daarin een centrale rol. Supermarkten liggen vol producten die goedkoop geproduceerd, lang opgeslagen en breed verkocht kunnen worden. De overvloed aan plastic is vooral het gevolg van convenience voor producenten.
Gevolgen
De maatschappelijke gevolgen worden steeds zichtbaarder:
- overgewicht,
- diabetes,
- hart- en vaatziekten,
- chronische ontstekingen,
- vermoeidheid,
- en andere gezondheidsproblemen nemen sterk toe.
Ondertussen blijft het verband tussen voeding en gezondheid in de publieke voorlichting beperkt aanwezig. Voor preventieve geneeskunde worden relatief weinig middelen vrijgemaakt. In 2026 lijden 8,8 miljoen Nederlanders aan een of meer chronische aandoeningen. (bron: ziektemeter.nl)
Ook de sterftecijfers zijn verontrustend. Er is sprake van oversterfte als het aantal sterfgevallen in een bepaalde periode boven de verwachting ligt. Omdat het CBS in 2021 de verwachte sterfte heeft verhoogd, is er volgens de statistieken nauwelijks sprake van oversterfte, terwijl in absolute aantallen de sterftecijfers het hele jaar door op een aanzienlijk hoger niveau liggen.
‘In januari 2024 heeft het RIVM de sterfterapportage overgenomen van het CBS. Het in de zomer van 2021 plotseling gestegen sterfteniveau wordt vanaf nu meegenomen in de sterfteverwachting. Het RIVM verwacht dus dat die onverklaarde sterfte zal blijven en hiermee wordt deze ‘oversterfte’ omgedoopt tot ‘verwachte sterfte’. Er ontbreekt hierdoor een referentie op basis van de pre-coronajaren. Zonder zo’n baseline wordt de “onverklaarde oversterfte” binnen enkele jaren onzichtbaar in de statistieken. De vooralsnog aanhoudende onverklaarde oversterfte verdwijnt uit de rapportages en wordt ondergebracht bij de normale, verwachte sterfte.’ (bron: sterftemonitor.nl)
Zorgvuldigheid
Veel mensen gaan zorgvuldig om met het externe milieu. Afval wordt gescheiden, energieverbruik beperkt en duurzaamheid krijgt brede maatschappelijke aandacht. Tegelijkertijd krijgt het eigen lichamelijke milieu veel minder aandacht. De kwaliteit van voeding, de invloed van sterk bewerkt voedsel en de relatie tussen voeding en gezondheid spelen in het dagelijks bewustzijn een veel kleinere rol.
Onderwijs
Een vergelijkbare ontwikkeling is zichtbaar in het onderwijs. Ook daar zijn standaardisering, toetsbaarheid en beheersbaarheid leidend geworden. Scholen en opleidingen worden afgerekend op meetbare prestaties, slagingspercentages en organisatorische efficiëntie. Tegelijkertijd klinkt vanuit werkgevers, docenten en studenten steeds vaker de kritiek dat zelfstandigheid, diepgang en werkelijk begrip afnemen.

problemen zichtbaar
Op al deze terreinen zijn de problemen al jarenlang zichtbaar. Toch leiden zij nauwelijks tot fundamentele koerswijzigingen.
Daarvoor bestaan duidelijke economische en bestuurlijke oorzaken. Rond bestaande systemen ontstaan omvangrijke structuren van:
- budgetten,
- productie,
- werkgelegenheid,
- organisaties,
- investeringen,
- financiële belangen,
- en afhankelijkheden.
Daardoor ontstaat een sterke gerichtheid op instandhouding van bestaande werkwijzen.
Verandering?
Het gevolg is dat oplossingen die eenvoudiger, goedkoper, preventiever of menselijker zijn vaak moeilijk doordringen binnen systemen die functioneren op schaal, beheersing en financiële continuïteit.
Dit patroon beperkt zich niet tot zorg, voeding of onderwijs. Het werkt door in vrijwel de gehele samenleving. Geldstromen bepalen in hoge mate:
- wat aandacht krijgt,
- wat ontwikkeld wordt,
- welke oplossingen ruimte krijgen,
- en welke belangen worden beschermd.
De maatschappelijke kosten daarvan zijn enorm. Niet alleen financieel, maar ook lichamelijk, sociaal en geestelijk.
De vraag die daardoor steeds dringender wordt, is niet hoe deze systemen verder kunnen worden uitgebreid, maar of zij nog functioneren in dienst van de mens. Zijn we in staat om de systemen ondergeschikt te maken aan de mens en onafhankelijk van allesbepalende geld?
© Ad Broere