Iemand las mij onlangs een verhaal voor. Of het verhaal feitelijk waar is, weet ik niet. Maar het riep bij mij gedachten op die bleven hangen. Niet omdat ik ze meteen kon plaatsen, maar omdat ze iets blootlegden wat vaak onbesproken blijft. Dat was voor mij aanleiding om er dit blogartikel aan te wijden.
Goud en geld
Het fiatgeldstelsel is een systeem waarin geld niet langer is gebaseerd op een intrinsieke waarde, maar op vertrouwen. Dat vertrouwen wordt niet gedekt door een vaste materiële basis, zoals goud, zilver, platina of andere waardevolle grondstoffen, maar door de autoriteit van de uitgevende centrale bank en het vertrouwen van gebruikers in dat systeem.
Dat is niet altijd zo geweest. Lange tijd kenden we een geldstelsel waarin goud de onderliggende waarde vormde. Er werd niet meer (papier)geld in omloop gebracht dan er goudreserves beschikbaar waren. Daardoor bleef de geldhoeveelheid begrensd en was geld direct verbonden met een tastbare waarde.
Ook na de Tweede Wereldoorlog speelde goud nog een centrale rol. In het bijzonder de Amerikaanse dollar werd beschouwd als as good as gold. Dollars waren inwisselbaar voor goud, en andere valuta ontleenden hun waarde aan een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar. De dollar fungeerde daarmee als wereldreservemunt en vormde het anker van het internationale monetaire systeem.

de goudbasis verdwijnt
De grote verandering kwam toen de Amerikaanse overheid, geconfronteerd met steeds hogere uitgaven, zich gedwongen zag de goudwisselstandaard los te laten. Dat gebeurde in 1971, onder president Nixon. Vanaf dat moment nam de hoeveelheid dollars in omloop sterk toe, terwijl de koppeling met goud werd verbroken. Daarmee verwaterde de waarde van de dollar. Eenvoudig gezegd: men kon er steeds minder voor kopen.
Deze geschiedenis is bij velen bekend. Ik herhaal haar hier slechts om duidelijk te maken dat vanaf 1971 de geldhoeveelheid structureel is toegenomen. Niet alleen die van de dollar, maar ook die van andere valuta, die zich aan dit systeem spiegelden. De geldontwaarding die hieruit voortkwam, is verder versterkt door de digitalisering van het geldsysteem.
Commerciële banken kregen ruime bevoegdheden om geld te scheppen op basis van activa als onderpand: onder meer onroerend goed, voorraden, bedrijfsuitrusting en vorderingen. Dat leidde tot een versnelde toename van de geldhoeveelheid, in het bijzonder van digitaal geld. Tot op de dag van vandaag is daardoor de geldontwaarding doorgegaan.
Tegelijkertijd is — uitgedrukt in geld — de totale schuldhoeveelheid gigantisch gegroeid. De realiteit is dat een kleine minderheid netto schuldeiser is geworden van landen, bedrijven en particulieren over de hele wereld. Die kleine minderheid is daardoor op papier onvoorstelbaar rijk geworden. Rijk in valuta die, strikt genomen, geen intrinsieke waarde meer hebben, maar die tot nu toe nog wel — fiduciair — worden vertrouwd als vertegenwoordigers van waarde.
Maar wat gebeurt er als dat vertrouwen plotseling verdwijnt?
Als mensen zich realiseren dat zij hun zekerheid hebben gebouwd op een systeem dat niet langer geloofwaardig is?
Dan breken chaos en paniek uit bij allen die dachten zich binnen een comfortzone te bevinden. Want wat is waarde dan nog? Hoeveel is vijfentwintig kilo aardappelen waard? Hoeveel tien liter benzine? Hoeveel één kilowattuur elektriciteit?
Bestaat er een plan B?
Wordt geld opnieuw gekoppeld aan goud? Of aan zilver? Of misschien aan energie? Goud ligt historisch gezien het meest voor de hand, omdat het door de eeuwen heen een vertrouwde basis is geweest. Stel — ik ga nu fantaseren — dat er ergens op de wereld een enorme hoeveelheid goud ligt opgeslagen. Goud dat wacht om verdeeld te worden over landen, zodat ieder land op basis daarvan orde op zaken kan stellen.
Zouden wij dan opnieuw dezelfde fout maken?
Geven we hebzucht en machtsconcentratie opnieuw vrij spel?
Of zijn we inmiddels zo ver ontwikkeld dat we welvaart werkelijk breed durven te spreiden, en ervoor zorgen dat ieder mens een materieel goed bestaan kan leiden, zonder extreme uitschieters naar boven of naar beneden?

En zijn we dan ook zo ver dat we de waarde die wij voor elkaar creëren als uitgangspunt nemen? Dat niet het systeem, maar de wederzijdse betekenis van wat wij voortbrengen — goederen én diensten — bepalend wordt voor waarde? Niet wat iets op papier vertegenwoordigt, maar wat het de ander werkelijk waard is.
Verandering begint bij onszelf.
Een systeem kan worden aangepast of vervangen om breed gespreide welvaart en welzijn mogelijk te maken. Maar uiteindelijk zullen wij het zelf moeten doen, wanneer de blokkades die het fiatgeldsysteem heeft opgeworpen, zijn opgeheven.
Ad Broere
Dit werk is gebaseerd op vrijwilligheid.
De link voor hen die op deze basis willen bijdragen: