Hiërarchie is van alle tijden. In eerdere eeuwen was zij zichtbaar in kleding, kleur en uiterlijk vertoon. Wie tot de adel behoorde, droeg andere stoffen, andere kleuren en andere versieringen dan wie onderaan de samenleving stond. Die scheidslijnen waren niet vrijblijvend. Zij maakten zichtbaar wie macht had en wie niet.
De kleding benadrukte de stand. Eenvoudige mensen droegen ruwwollen kleding. Het dragen van kleding die niet bij de eigen stand hoorde, werd niet geaccepteerd. Daarmee werd niet alleen een regel overtreden, maar ook een ordening doorbroken. De reactie daarop was direct: sociale afwijzing en sancties. De sociale controle op het ‘niet boven je stand leven’ was groot.

In onze tijd is die zichtbaarheid minder direct geworden, maar de hiërarchie is niet verdwenen. Zij heeft zich verplaatst.
Waar vroeger kleding de ordening liet zien, is het nu het bezit van geld en vermogen. Dat bepaalt wie toegang heeft, wie invloed uitoefent en wie gehoord wordt.
In deze tijd kun je niet buiten je kader spreken of schrijven. Die kaders worden bepaald door algoritmes. Rangen en standen zijn er nog steeds, dat merk je als je de scheidslijnen niet in acht houdt en ook in wat je bijvoorbeeld kunt waarnemen bij praatprogramma’s op de tv. ‘Want als je voor een dubbeltje geboren bent, dan word je nooit een kwartje’, zong Louis Davids. Geld en bezit vormen de hedendaagse scheidslijn en de toegang hiertoe wordt strikt in acht gehouden. Zo beschermt de hiërarchie zichzelf, ook in deze digitaliserende wereld.
© Ad Broere