Illusie van gratis

In ‘Geld in de Bijrol’ wordt in hoofdstuk 9 ‘contant geld en privacy’ aandacht besteed aan de gevolgen van de digitalisering voor de samenleving. Mensen die niets te verbergen hebben maakt het wellicht weinig uit, maar voor mensen die het besef hebben dat elk mens uniek is en dat het nodig is om een eigen identiteit te hebben, is het ronduit beklemmend wat er aan het gebeuren is. Mijn antwoord op deze ontwikkeling is dat we terug moeten naar kleinschaligheid, ook in onze communicatie. In de volgende quote uit ‘Geld in de Bijrol’ licht ik dit toe.

‘Aan nagenoeg alle economische activiteiten ligt een verdienmodel ten grondslag. Toch hebben veel mensen het idee dat Google, Facebook et cetera gratis zijn. Dit is een vergissing. De prijs die je betaalt voor het gebruikmaken van deze gratis diensten is het inleveren van je privacy. Dit principe gaat op voor alles wat zich als ‘gratis’ aandient op internet, inclusief internet zelf.

Internet heeft een militaire oorsprong. Het komt voort uit het Arpanet, dat werd geïnitieerd door Darpa. Darpa ontwikkelt samen met de CIA sinds 1958 technologie voor militaire toepassingen, dus op basis van een vijandbeeld. Internet is een technologische toepassing op basis van een vijandbeeld en daarom logischerwijs gericht op controle en spionage. Darpa is eveneens verbonden met de ontwikkeling van artificiële intelligentie (AI). Voor dit project levert het internet vanzelfsprekend een schat aan informatie.

Als je gratis gebruikmaakt van internet en de vele toepassingen, betaal je met informatie over jouzelf. Informatie voor promotiedoeleinden, maar ook voor gedragsbeïnvloeding en voor dossiervorming. Als je op geen enkele manier aantasting van jouw privacy wilt toestaan, zou je geen gebruik van internet moeten maken en zelfs geen telefoon moeten gebruiken, want telefonische informatieoverdracht gaat eveneens via het internet. Tenzij de op internet overgedragen informatie zo goed worden versleuteld met behulp van cryptotechniek, zijn we aan de heidenen overgeleverd. Alleen degenen die voor hun privacy willen en kunnen betalen, blijven onder de radar. Afspraken over een betere bescherming van de privacy bestaan alleen op papier. Dat Facebook in 2018 negatief in het nieuws kwam, is het gevolg van onhandigheid. Het is waarschijnlijk dat de lekken worden gedicht en dat beterschap wordt beloofd, om vervolgens in essentie op de oude voet verder te gaan.

Privacy is een zeldzaam iets geworden. Je zou volledig ‘off the grid’ moeten, zoals dat in een gelijknamige documentaire van de Boeddhistische Omroep werd verkend, als het om werkelijke privacy gaat. Er is veel inventiviteit, samenwerking en doorzettingsvermogen voor nodig om volledig losgekoppeld te zijn van ‘het systeem’. Het is een griezelige gedachte dat de mensheid in zekere zin in een immens laboratorium leeft en dat er vrijwel geen ontkomen aan is om onopgemerkt te blijven. Een land kan nog zo arm zijn of de meeste mensen hebben toch een smartphone, waardoor vrijwel de hele wereldbevolking, tot in de verste uithoek, gevangen is in het wereldwijde web.

Verreweg de meeste mensen denken niet na over het belang van privacy of vinden het geen punt dat hun informatie wordt gestolen (‘ik heb niets te verbergen’). Zij die het wel doen schrikken er veelal voor terug om volledig van de radar te gaan, uit angst om geïsoleerd te raken. Er wordt vooral uit nieuwsgierigheid gebruikgemaakt van de sociale media en in veel mindere mate om informatie te delen tot op grote afstand. Ook kan er van de meeste uitingen op de sociale media niet worden gezegd dat deze ons dichter bij elkaar brengen of dat ze meer begrip voor elkaar kweken. Dit is de reden waarom bijvoorbeeld Facebook steeds meer passief wordt gebruikt. Wel erop kijken, maar zelf niets of vrijwel niets erop zetten.

Hoe zouden we elkaar op een veilige en niet-gecontroleerde manier kunnen bereiken tot over de hele wereld, met gebruikmaking van de technologie die we nu tot onze beschikking hebben? Als Ernst Friedrich Schumacher, de auteur van ‘Small is Beautiful’ (1973) in deze tijd zou hebben geleefd, dan zou hij ook voor de intermenselijke communicatie hebben terugverwezen naar de ‘schoonheid van het kleine’. Intermenselijke communicatie die wordt opgebouwd vanuit een groep mensen (bijvoorbeeld coöperaties) die een schakel hebben met andere groepen, internationaal en uiteindelijk wereldwijd. Deze coöperaties houden zich dan niet uitsluitend bezig met communicatie, maar ook met voeding, energie, wonen et cetera.

Producenten van deze belangrijke aspecten van het bestaan brengen in overleg met en ten behoeve van de leden van de coöperatie de gevraagde goederen en diensten voort. Dit kan leiden tot een nieuw wereldwijd web, dat ontstaat vanuit de mens zelf. De technologie om groepen op een veilige manier te schakelen en om goederen en diensten onderling uit te wisselen, is er. Nu nog het inzicht dat dit echt van belang is en de wil om het uit te voeren. Het gaat om niets minder dan de keuze of we naar een menswaardige samenleving gaan of naar een maatschappij gestuurd door artificiële intelligentie, waarin menselijkheid en menswaardigheid onbekende grootheden zijn geworden.’

(c) Ad Broere, auteur en econoom