Welke keuze maken wij?

Na onzegbaar lange tijd op een route te hebben gelopen van vijandbeelden, strijd, alles inzetten om te winnen, is de mensheid op een belangrijk kruispunt aangekomen. De vraag is nu, gaan we door op de ingesleten weg of kiezen we voor een nieuwe nog niet door de mensheid begane route?
Het antwoord op SARS-Cov-2 is er een die past in het oude patroon. De maatregelen zijn erop gericht om zoveel mogelijk doden als gevolg van dit virus te voorkomen. Er wordt gesproken over ‘de oorlog tegen corona’. Maar bereiken we met deze oorlog niet het tegendeel van wat we als mensheid eigenlijk willen? Is een maatschappij, die gebaseerd is op controle en beveiliging de door ons gedroomde samenleving? Natuurlijk, de maatregelen kunnen van tijdelijke aard zijn en als het virus is bedwongen dan kunnen de autoriteiten de teugels laten vieren. Na dit virus komt er echter waarschijnlijk weer een volgende of misschien een andere externe levensbedreigende situatie. De angst zit er inmiddels bij heel veel mensen over de hele wereld behoorlijk diep in. En waar angst is wordt niet goed nagedacht. Worden de maatregelen teruggedraaid, of blijven we in een permanente alarmsituatie? Zoals die ook het gevolg was van 9/11?
Angst is de tegenhanger van liefde. Uit angst kiezen we voor afgescheidenheid en isolement en een veiligheid die zich niet tot het werkelijke leven verhoudt. Uit angst gaan we akkoord met controle en geven we onze soevereiniteit uit handen aan autoriteiten die het ook niet weten en die zich laten voorlichten door experts die het evenmin zeker weten. Angst is een slechte raadgever, angst is ziekmakend. Bij inheemse culturen, zoals bij de Q’eros indianen in Peru gaat het erom een goed leven te leven en op een goede manier te sterven. De dood maakt onderdeel uit van het leven en goed sterven betekent niet dat je pijnloos sterft, maar dat je op een goede manier door de poort tussen leven en dood gaat. Wij in onze moderne samenleving weten ons geen raad met de dood. Het is het einde van alles, want we leven in afgescheidenheid. Dood en doden worden bij ons weggehouden en alleen al het zien van een aantal doodkisten doet ons gruwen.
Hoe kunnen we op het kruispunt gekomen de juiste weg vinden om verder te gaan? Na twee verwoestende wereldoorlogen was na 1945 de wil aanwezig om een wereld te creëren waarin de mensenrechten overal zouden worden geëerbiedigd. Op basis hiervan ontstond in 1948 de Universele verklaring van de rechten van de mens. 50 landen, lid van de Verenigde Naties, tekenden de verklaring. Nederland deed dit zonder voorbehoud. Internationale verdragen gaan uit boven nationale wetgeving en vooral omdat Nederland geen voorbehoud heeft gemaakt, is de Nederlandse overheid gehouden de mensenrechten te eerbiedigen. Er zijn echter meerdere artikelen waarover de overheid zich te rade mag gaan of deze handelt in overeenstemming met de rechten van de mens.

In het bijzonder gaat het om de artikelen 3, 5, 8, 9, 12, 13, 18, 20 en 23. Het eerbiedigen van mensenrechten is niet iets anders dan het eerbiedigen van het leven. Een leven gebaseerd op angst voor de dood is geen leven. Angst en afgescheidenheid hebben een verkrampte samenleving tot gevolg. Wij kunnen ons verlangen om de mensenrechten te eerbiedigen bij de overheid neerleggen, als we zo’n samenleving niet willen. Het gevolg ervan is dat we er niet meer alles aan doen om dood te vermijden en het als onverbrekelijk onderdeel van het leven gaan zien, evenals de Q’eros indianen dat doen. Het antwoord op de vraag welke weg we na het kruispunt inslaan, ligt daarom allereerst bij ons. Als we daarop ons antwoord hebben gegeven, dan kunnen we van de overheid eisen om onze wens te eerbiedigen.  


© Ad Broere