Stop de onwettige digitale €

Op 30 mei 2019 werd de petitie ‘Stop de onwettige digitale euro’ voor ondertekening vrijgegeven. De petitie wordt in principe in oktober 2019 aangeboden aan het parlement. Petitionaris Jurgens Redczus van Stichting de Stuiver heeft besloten tot dit initiatief omdat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid naar zijn mening tekort is geschoten met de aanbevelingen die aan de Ministerraad zijn uitgebracht op basis van het Burgerinitiatief Ons Geld. In dit artikel wordt toegelicht waarom Redczus deze mening is toegedaan en waarom het nodig is om de discussie over geld, schuld en geldschepping opnieuw te voeren in het parlement, met veel draagvlak door steun voor de petitie. Teken daarom ook!

Aanbevelingen door de WRR

De vorige minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, formuleerde het in de adviesaanvraag dd. 15 april 2016 aan de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kernachtig: ‘Het Burgerinitiatief Ons Geld pleit voor een herbezinning op de wijze waarop geldschepping in het huidige monetaire bestel plaatsvindt.’

De adviesvraag heeft geleid tot een door de WRR zorgvuldig uitgevoerd onderzoek en resulteerde in het rapport ‘Geld en Schuld, de publieke rol van banken.’ Dit rapport werd op 2 januari 2019 aangeboden aan de Ministerraad.

De WRR deed in het rapport de volgende aanbevelingen:

  • Zorg voor diversiteit in de financiële sector
  • Tem de overmatige schuldengroei
  • Wees beter voorbereid op de volgende crisis
  • Veranker de publieke dimensie van banken

Werd hiermee recht gedaan aan het pleidooi voor een herbezinning? In mijn opinie is dat niet het geval. De WRR heeft zich vooral laten leiden door de overweging dat: ‘De combinatie van de onzekerheid over de effecten en de risico’s van een transitie maken dat de overgang naar een publiek-geldsysteem zou neerkomen op een ongeëvenaard experiment met de ruggengraat van onze economie. Het is om deze reden dat de WRR niet voor een dergelijke overgang pleit.’ In deze twee zinnen wordt het initiatief van Ons Geld van tafel geveegd. De aanbevelingen zijn daardoor niet meer dan aanpassingen om de risico’s die het huidige geldsysteem met zich meebrengt te verminderen.

DNB geen wettig betaalmiddel

Waarde van de aanbevelingen

‘Tem de overmatige schuldengroei’ is een vrome maar niet realistische aanbeveling tegen de achtergrond van een wereldschuldenberg (publieke en private schulden), die is gegroeid van $ 142 biljoen in 2008 toen de vorige crisis begon naar $ 243 biljoen in 2018. De crisis werd opgelost met nog meer schulden schrijven Wellink en Hoogervorst in executivefinance.nl (maart 2018) en is inmiddels gestegen naar gevaarlijke hoogten. Van de 100 meest verdienende multinationals, indeling per sector, stonden banken in 2016 bovenaan met 36 van de 100 multinationals en een opgetelde winst van $ 409 miljard van de in totaal behaalde winst van $ 1.045 miljard. De bankensector heeft wereldwijd geprofiteerd van de schuldengroei. Tegelijkertijd is daardoor de kwetsbaarheid vergroot. Als er een nieuwe crisis uitbreekt dan zal blijken hoe kwetsbaar. Banken zoals de Deutsche Bank staan al aan de rand van de afgrond en als ze omvallen dan volgt er waarschijnlijk een domino effect. Er wordt gezegd dat bovendien de financiële positie van een aantal Europese banken slechter is dan wordt getoond. Temmen van de overmatige schuldengroei is een wereldwijde, zeer gecompliceerde operatie. In de praktijk zal het mijns inziens niet lukken. Als Nederland als enige land de schuldengroei wel zou gaan aanpakken, dan werkt dat contraproductief voor de Nederlandse economie. Het zal erop uitdraaien dat de wal het schip gaat keren. Gelet op de vaart van het schip gaat dat met een oorverdovende klap.

‘Veranker de publieke dimensie van banken’ is een miskenning van wat banken zijn. Banken zijn commerciële instellingen, die voor het aandeelhoudersbelang gaan en daarom streven naar een zo hoog mogelijk kortetermijnresultaat. Het maakt daarbij niet uit of de aandelen geheel of gedeeltelijk in handen zijn van de overheid. Banken werken niet in het belang van de samenleving en zullen er daarom ook niet zonder druk vanuit de gemeenschap toe over gaan om de geldstromen naar die sectoren te laten stromen waar de grootste maatschappelijke financieringsbehoefte ligt als de risico’s te groot en de opbrengst te laag wordt ingeschat.

Meer diversiteit in de financiële sector betekent met name dat er een spaar- en betaalbank zou moeten komen, die het geld van de rekeninghouders niet gebruikt als dekking voor leningen en kredieten. Deze spaar- en betaalbank zou dan een publieke instelling kunnen zijn. Het lost een probleem op binnen het huidige systeem, maar het is allerminst vernieuwend. De aanbeveling heeft bijvoorbeeld geen betrekking op het bevorderen van rentevrije en schuldvrije geld initiatieven als alternatief voor het digitale bankengeld.

Digitaal banken’geld’ onwettig

Vierennegentig procent van de geldhoeveelheid is digitaal ‘geld’ dat door schuld ontstaat. Het is geen wettelijk geld. Digitaal bankengeld is een vordering die rekeninghouders op de bank hebben en ook is het een claim op wettelijk of chartaal geld. Chartaal geld zijn bankbiljetten en munten die door de centrale bank in circulatie worden gebracht. Digitaal bankengeld wordt ondanks dat het geen chartale status heeft toch als betaalmiddel gebruikt omdat het als zodanig wordt geaccepteerd. Hoofdzakelijk als gevolg van onbekendheid van de meeste mensen met wat digitaal bankengeld is, want het is de vraag hoe groot het enthousiasme voor dit geld nog zou zijn als in brede kringen echt zou doordringen dat het niet meer is dan een vordering van de klant op de bank en dat als de bank in moeilijkheden komt, de vordering op de tocht staat. De depositogarantieregeling ten spijt, want die gaat slechts op zolang er geld in de pot zit. Als er een grote crash optreedt waarbij meerdere banken zijn betrokken, dan zal snel blijken dat de garantieregeling ontoereikend is. Banken dekken bovendien hun vorderingen op klanten, die over meerdere jaren worden terugbetaald met geld dat op de betaalrekening van klanten staat en dus op elk moment ervan af gehaald kan worden.

Digitaal bankengeld is niet gekaderd in de wet. De technologie is de wetgeving vooruitgesneld. Banken hebben hun eigen regelgeving ontworpen via de BIS Bank (Basel III). In feite is dat niet anders dan de slager die zijn eigen vlees keurt en het kan dan ook geen vervanging zijn voor wetgeving. Door een wettelijk kader te scheppen rond digitaal bankengeld worden niet alleen banken juridisch beschermd, maar alle partijen die bij dit geld betrokken zijn. Plichtsethicus Jurgens Redczus heeft gelijk als hij de niet wettelijke digitale geldschepping door commerciële banken valsemunterij noemt. Terecht roept Redczus in de petitie ‘Stop de onwettige illegale euro’ het parlement op om wetgeving te ontwerpen met betrekking tot digitaal geld, waarin alle belanghebbenden en niet alleen banken en hun aandeelhouders juridisch worden beschermd.

“Gechargeerd durf ik te stellen, dat het geld – zelfs als de regering het WRR -advies voor een Staatsbank zou opvolgen- tóch het eigendom van de belastingparadijsbezoekers is en blijft. De schuldenberg wordt op het publiek afgewenteld en werkt als een wurggreep c.q. molensteen om hun nek. Deze schuld is onevenredig groot en groeit via de gedoogde renteschepping, die onlosmakelijk met de geldschepping samenhangt. Strategen noemen dit ook wel verdeel – en heers- politiek.” Jurgens Redczus

Rente als verdienmodel

De vanzelfsprekendheid van rente als enig mogelijk verdienmodel van banken is dermate groot, dat de WRR er in het rapport met geen woord over rept. Het renteverdienmodel is gekoppeld aan de hoeveelheid digitaal geld dat door de bank wordt uitgeleend. Dit leidt tot hinken op twee gedachtes. Hoe meer digitaal geld wordt gecreëerd door banken, hoe groter het inkomen en tegelijkertijd hoe groter de risico’s. Omdat banken zoals elke andere commerciële onderneming aandeelhouderswaarde als hoogste prioriteit hebben, wordt er zoveel mogelijk uitgeleend in economisch gunstige tijden om een zo hoog mogelijke winst te behalen, een resultaat waarvan directies meeprofiteren door bonussen. Keert het tij en komen er verliezen, dan doen banken een beroep op hun maatschappelijke spilfunctie en worden de belastingbetalers uitgenodigd om de banken overeind te houden zoals dat in 2008 het geval was en het bij de volgende crisis opnieuw zal gebeuren. Dit alleen al is een krachtig argument om het verdienmodel van banken niet langer te relateren aan de hoeveelheid geld, maar aan de toegevoegde waarde van de diensten die banken leveren aan hun klanten.

Geen vaststaand gegeven

In het rapport van de WRR wordt aangestipt dat de manier waarop geld ontstaat geen vaststaand gegeven is: ‘Overigens is het goed voor ogen te houden dat dit (het huidige) systeem niet als zodanig ontworpen is, maar in de loop van de tijd is ontstaan door een samenspel van maatschappelijke, technologische, politieke en economische ontwikkelingen.’ Dat geld bijna geheel door schuld ontstaat is het gevolg van het samenspel van die factoren, waarbij technologie een belangrijke rol speelt. De enorme groei van digitaal bankengeld loopt parallel met de ontwikkeling van ICT. De enorme groei van de geldhoeveelheid na 1970 is bovendien gepaard gegaan met een groeiende ongelijkheid in vermogens. Tien procent van de Nederlandse huishoudens bezit driekwart van het totale vermogen en de helft bezit vrijwel niets tot minder dan niets. Het mag dan zo zijn dat het systeem is ontstaan door een samenspel van factoren, het is gebaseerd op lagere instincten zoals eigenbelang, hebzucht, machtsstreven en vernietigingsdrang, gelet op de vele oorlogen die uit hebzucht en machtsstreven zijn voortgekomen.

De constatering dat de manier waarop geld ontstaat geen vast gegeven is, heeft tot gevolg dat er openheid moet zijn voor een geheel andere benadering van geld en waarde dan in de huidige opvatting het geval is. De overtuiging dat geld waarde in zichzelf heeft zit diep ‘in het dna’ van de mensheid. Toch zijn er steeds meer mensen die dit geen vanzelfsprekendheid vinden en die geld als niet meer dan uitsluitend een ruilmiddel zien. Bovendien is het aantal mensen aan het toenemen die geld met geld verdienen als een ziekte beschouwen waaraan zo snel mogelijk een eind moet komen. De factor mens gaat daarom in de komende jaren steeds meer een rol spelen en gaat leiden tot de ontwikkeling van een ander geldsysteem dat ruimte geeft aan de ontwikkeling van een menswaardiger samenleving dan de huidige, door geld gedomineerde.

De constatering van de WRR dat het niet mogelijk is om een financieel-monetair systeem op de tekentafel te ontwerpen en precies zo in de praktijk te brengen, is juist. Het is echter wel mogelijk om een nieuw ‘systeem’ tot ontwikkeling te laten komen in een proces waarbij banken en politiek geen belemmeringen opwerpen voor vernieuwende initiatieven door vast te houden aan oude waarden waarvan de houdbaarheidsdatum al langer verstreken is.

Petitie ‘Stop de onwettige digitale euro’

De petitie ‘Stop de onwettige digitale euro’ is erop gericht om de hierboven behandelde onderwerpen opnieuw in het parlement ter discussie te brengen:

  1. Geldschepping tot een taak van de overheid te maken, in het bijzonder door wetgeving te ontwerpen die een einde maakt aan het onwettige karakter van de huidige digitale ‘geld’schepping.
  2. Geld door schuld stap voor stap weg te werken, doordat de overheid actief initiatieven die leiden tot een rente- en schuldvrij geldsysteem gaat ondersteunen, met als doel de ontwikkeling van een menswaardiger samenleving, waarin welvaart en welzijn voor iedereen centraal staan.
  3. Het verdienmodel van banken te wijzigen van op rente gebaseerd naar op toegevoegde waarde, omdat geld met geld verdienen een buitenproportionele beloning betekent voor wat banken in feite leveren. (“Een bank is niets meer dan een computer met een marmeren poort” (Duisenberg))

© Ad Broere, econoom en auteur