ECB houdt geen toezicht op pensioenfondsen.

Jurist Frits Schuurman diende een klacht wegens wanbeheer in bij de Europese ombudsman. “Zijn pijlen zijn gericht op de Europese Centrale Bank (ECB), omdat de ECB de oorzaak is van het wanbeleid dat wordt gevoerd door de pensioenfondsen. Of de pijlen doel gaan treffen? We zullen het merken.” Dit schreef ik op mijn blog op 21 november 2019.

De brief werd geretourneerd door de Europese ombudsman. Eerst moest er een uitspraak zijn van de ECB over hun rol in het wanbeleid. Schuurman schreef daarop op 29 november een brief naar de ECB en kreeg op 5 december de volgende reactie:

‘Hartelijk dank voor uw e-mail van 29 november 2019 en voor het delen van uw inzichten. U kunt er zeker van zijn dat we ons zeer bewust zijn van de situatie waarin spaarders/gepensioneerden zich bevinden en dat we begrip hebben voor hun zorgen over de lage rente. 

Wat betreft uw klacht vragen we uw begrip voor het feit dat, in verband met het grote aantal, het voor de Europese Centrale Bank (ECB) niet mogelijk is om op alle beweringen of mediaberichtgeving m.b.t. de ECB in te gaan. Dit betekent echter niet dat de ECB het eens is met dergelijke beweringen. 

Wat betreft uw opmerking over de invloed die de door De Nederlandsche Bank (DNB) gehanteerde rekenrente heeft op pensioenen, willen we u wijzen op wat voormalig ECB-president Mario Draghi zei in het Nederlandse parlement op 11 mei 2017 (link naar YouTube video), namelijk dat “de regulering van en het toezicht op pensioenfondsen niet valt onder de competentie van de Europese Centrale Bank” (in het Engels: “pension funds regulation and supervision don’t fall under the preview, the remit of the European Central Bank”). Met andere woorden: de rekenrente voor pensioenfondsen wordt niet vastgesteld door de ECB maar door nationale wetgeving. 

We willen er ook op wijzen dat de primaire doelstelling van de ECB het handhaven van prijsstabiliteit in de eurozone is, wat de beste bijdrage is die de ECB kan leveren om de koopkracht van burgers te beschermen en houdbare groei, economisch welzijn en de creatie van werkgelegenheid te ondersteunen. 

We hopen dat deze informatie nuttig voor u is en staan tot uw beschikking, mocht u meerdere vragen hebben. 

Met vriendelijke groet, Europese Centrale Bank’

De brief van de ECB geeft een antwoord op twee belangrijke vragen.

  1. De regulering van en het toezicht op pensioenfondsen niet valt onder de competentie van de Europese Centrale Bank.
  2. De rekenrente wordt vastgesteld door nationale wetgeving.

De Nederlandsche Bank maakt onderdeel uit van het ‘stelsel van Europese centrale banken’. Pensioenfondsen vallen niet onder het toezicht van de ECB, dus ook niet onder dat van De Nederlandsche Bank (DNB). De directeur van de ECB kan niet de directeur van DNB met boodschappen op pad sturen.

Knot mag niet hand in hand met Koolmees onze wetgeving negeren en overrulen, domweg omdat hij de bevoegdheid daarvoor niet heeft. Het was niet kloppend om Draghi/ECB daarvan de schuld te geven. Bij gebrek aan een heel klein beetje kritische onderzoeksjournalistiek lukte het nog om de verantwoordelijkheid naar de ECB te verschuiven. Tot Sinterklaas 2019 – hoop ik – want hoeveel mensen zijn nog in staat om de betekenis van de ECB brief naar juiste waarde te schatten.

We hebben een Nederlandse Pensioenwet waarin ‘marktwaardering‘ is voorgeschreven om tot vaststelling van rekenrente te komen. Artikel 126, tweede lid sub a. Sinds 2018 wordt dit voorschrift door artikel 13 van de Europese pensioenrichtlijnen IORP II gepreciseerd en wordt de verantwoordelijkheid gelegd bij pensioenfondsen die rekenrente op prudente wijze zouden moeten vaststellen. Rekening houdend met behaalde en in de toekomst te verwachten rendementen op hun vermogensportefeuilles. DNB directeur Knot mag krachtens een uitvoeringsvoorschrift (van onze Pensioenwet; op AMvBniveau) – getiteld het financieel toetsingskader Ftk – een rentestructuur publiceren. Dat is het enige waartoe DNB bevoegd is met betrekking tot de rekenrente. De Pensioenwet geeft Knot dus niet de bevoegdheid een rekenrente vast te stellen, hij mag die publiceren mits die op basis van marktwaardering is vastgesteld.

De conclusie hieruit is dat DNB moet stoppen met zich de rol van toezichthouder toe te meten. De verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de rekenrente op basis van de voorgeschreven methode ligt bij de pensioenfondsbesturen. Zij handelen namens alle pensioengerechtigden. Want een pensioenfonds is een spaarfonds en geen verzekeringsbedrijf. De verantwoordelijkheid voor een goed beheer van dit spaarfonds ligt dus eveneens bij de fondsbesturen. Zij kunnen en mogen zich niet langer verschuilen achter de rug van DNB/Overheid. En DNB/Overheid kunnen zich op hun beurt niet verschuilen achter de rug van de ECB. De tijd is dus aangebroken waarop de fondsbestuurders aan de gerechtigden in het betreffende fonds mogen uitleggen waarom het ‘geld over de plinten stroomt’ en er desondanks geen indexaties worden toegepast. Ook mogen de fondsbestuurders uitleggen aan de gerechtigden in het betreffende fonds waarom een rekenrente van 0,3% getuigt van goed beleid.

Nederlanders klagen weliswaar, maar verzetten zich niet tegen de flagrante roof van hun rechten. Hoe anders is dat in Frankrijk. En daar gaat het niet om een belegde reserve van € 1,5 biljoen die het collectief eigendom is van alle pensioengerechtigden. Fransen komen op voor zichzelf, Nederlanders buigen het hoofd. Beschamend.