‘De volgende crisis is een gegeven’

Op 13 juni 2019 vond een bespreking plaats in Den Haag naar aanleiding van het rapport ‘Geld en Schuld, de publieke rol van banken’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Bij dit gesprek waren vertegenwoordigers van Stichting Ons Geld aanwezig. Op Follow the Money verscheen een artikel naar aanleiding van deze bespreking. In dit artikel wordt de feitelijke situatie treffend weergegeven door Martijn van der Linden en Edgar Wortmann, beide van Stichting Ons Geld. Ik concludeer hieruit dat er een doodlopende weg wordt bewandeld. Het is niet wat Martijn en Edgar schrijven, maar tussen de regels door lees ik frustratie. In deze column neem ik twee quotes op uit het artikel, die ik heb voorzien van mijn commentaar. Een andere – minder inschikkelijke – houding naar de overheid toe lijkt mij nodig. De petitie van Jurgens Redczus geeft hiervoor een opening.

Martijn van der Linden/ Edgar Wortmann: Uit de kabinetsreactie op het WRR-rapport blijkt dat minister Wopke Hoekstra het – in onze ogen – belangrijkste advies van de WRR naast zich neerlegt. Natuurlijk wil je, zoals de WRR het stelt, geen experimenten doen met de ruggengraat van de economie. Ook wij ambiëren dat niet. Maar de WRR stuurt er wel op aan om de ervaring op te gaan doen, die ons in staat stelt om het geldstelsel op verantwoorde wijze beter te maken. Voor de WRR is binnen het huidige stelsel de volgende crisis een gegeven. De vraag is niet of, maar alleen wanneer deze komt. Het stelsel schreeuwt om aanpassing aan het digitale tijdperk.

Ad Broere: Een stelsel dat in zijn driehonderd jaar bestaan honderden kleine en grote crisissen heeft geproduceerd en dat zal blijven doen, mag niet worden aangepakt omdat experimenten met de ruggengraat van de economie te gevaarlijk zijn. Dus, dan maar wachten op de volgende crisis? Is dat dan niet gevaarlijk? Die crisis zou wel eens zo hevig kunnen zijn dat de hele samenleving ineenstort. Waarom dan die voorzichtigheid dat zelfs een redelijk veilig experiment als met een depositobank wordt afgewezen? Door minister Hoekstra wordt geconstateerd dat “ het kabinet ‘zowel in de politiek als in de samenleving (…) een toenemende interesse (ziet) voor het functioneren van het geldstelsel en de mogelijkheden om dit stelsel te verbeteren of anders in te richten.”

Martijn/Edgar: Hoezeer de symbiose doordringt in de psyche van de minister, blijkt uit het argument waarmee hij de publieke veilige haven van de hand wijst. Hij ziet geen behoefte aan die veilige haven, omdat de overheid al in een depositogarantiestelsel voorziet. Volgens ons is dat het paard achter de wagen spannen. De veilige haven is niet alleen wenselijk om de burger te beschermen. Zij is er ook om hem keuzevrijheid te bieden, om overheidssteun aan het bankwezen af te kunnen bouwen, en om banken aan marktdiscipline bloot te stellen. Dat maakt ze scherper en sterker, en betekent ook dat ze failliet kunnen gaan.

Het verbaast ons dat het kabinet wil vasthouden aan marktverstorende staatssteun voor banken, geflankeerd door complexe en verstikkende regelgeving die bij elke volgende crisis weer achterhaald blijkt te zijn. Door een veilige plek te creëren voor giraal geld kan de overheid dit doorbreken, en kunnen depositogaranties worden afgebouwd. Rekeninghouders krijgen dan een prikkel om kritisch naar hun bank te gaan kijken. Dit geeft banken vervolgens een prikkel om zich verantwoorder te gedragen en groter eigen vermogen aan te houden.

Ad: De symbiose waarover Martijn en Edgar schrijven is die van overheid en banken. Daar draait het allemaal om. De overheid zal, als het erop aankomt, niet afwijken van wat banken willen. Daarom blijft alles bij het oude en worden de discussies over monetaire vernieuwing steeds weer opnieuw ontkracht. Ondanks de sympathie die ik voor Stichting Ons Geld heb en voor hun inzet, verwijt ik hen toch dat ze blijven vasthouden aan de mogelijkheid om het geldstelsel van binnenuit te veranderen. Stichting Ons Geld wordt geaccepteerd als partner in het overleg met de overheid, omdat ze bereid zijn om de thema’s die er werkelijk toe doen in de ijskast te zetten. Met die thema’s bedoel ik vooral: publieke geldschepping, renteloze en schuldloze overheidsfinanciering, verandering van het verdienmodel van commerciële banken en last but not least dat digitaal geld en digitale geldschepping in een wettelijk kader worden gegoten. Want van alle verwijtbare nalatigheden van de overheid is de ergste dat het de banken werd toegestaan om hun eigen regelgeving in te voeren voor het functioneren van banken. Hierdoor zijn banken met zwijgende instemming van de overheid tot dictators geworden naar de samenleving toe in het algemeen en in het bijzonder naar hun klanten.

Jurgens Redczus startte een paar weken geleden de petitie: ‘Stop de onwettige digitale euro’. Het is duidelijk dat banken en hun aandeelhouders de dienst zullen blijven uitmaken en in symbiose blijven verkeren met de overheid zolang er geen wetgeving wordt ontwikkeld  die banken hun plaats gaat geven in de samenleving. Banken dienen dan het belang van de samenleving en niet van de aandeelhouders.

Teken de petitie om de overheid te confronteren met deze verwijtbare nalatigheid.

(c) Ad Broere