De grote ontvreemding

De doorsneeproblematiek is het gevolg van het feit dat je in de eerste fase van je werkzame leven relatief veel en in de tweede fase relatief weinig premie betaalt voor je aanvullende pensioen. Immers, hoe jonger je bent hoe langer de ingelegde premies door de wereldvernaarde beleggingen van onze pensioenfondsen (door Goldman Sachs melkkoeien) genoemd, kunnen renderen, dus in waarde kunnen vermeerderen. Dat geeft je echter niet meer rechten als je in de eerste fase zit dan in de tweede fase van je werkzame leven. Bovendien worden veel mensen zzp’er in de tweede fase of raken ze hun baan kwijt.

Om deze groeiende groep toch een aanvullend pensioen van enige waarde mee te geven, willen degenen die denken dat ze mogen beslissen over de fondsen hen die in de eerste fase zitten hogere rechten toekennen en op termijn de pensioengerechtigden die in de tweede fase verkeren, lagere rechten. Om in de overgangssituatie de pensioengerechtigden in de bestaande regeling niet te benadelen, worden de rechten van hen die in de tweede fase zitten voorlopig in stand gehouden. Althans dat is wat er wordt gezegd.
De operatie kost volgens de rekenmeesters 60 miljard euro. Die gaat de overheid niet betalen, want aanvullende pensioenen zijn vanzelfsprekend niet hun zaak. Was de overheid maar consequent in deze opstelling, dan zouden we heel wat minder ellende hebben…

Maar goed, minister Koolmees is van mening dat het uit de belegde pensioenreserves kan worden gehaald. De dekkingsgraad is volgens de boekhoudkundige regels van De Nederlandsche Bank te laag, want de toekomstige verplichtingen worden (duur woord) contant gemaakt op basis van 1,2 procent rekenrente. Zo simpel mogelijk gezegd komt het erop neer dat je bij zo’n lage rente heel veel nu in kas moet hebben om aan al je verplichtingen van nu en later te kunnen voldoen. En dan heeft De Nederlandsche Bank nog iets bedacht. We behandelen Pensioenfondsen alsof het verzekeringsbedrijven zijn, die – om te kunnen voldoen aan de verplichtingen – ook nog een hele stevige buffer moeten aanhouden. Als gevolg van de lage rekenrente en ook nog die buffers maak je vanzelf waar dat er ondanks de gigantische hoeveelheid geld die in de pot zit, niet of nauwelijks kunt voldoen aan alle huidige en toekomstige verplichtingen.

Nu wordt er in het kader van het pensioenakkoord gesproken over het opheffen van de buffers. Daardoor zou er ineens meer geld beschikbaar komen om aan alle huidige en toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Maar minister Koolmees weet wel raad met dit geld: het kan worden aangewend om de doorsneeproblematiek op te lossen, lees 60 miljard euro uit de pot te bestemmen voor dit doel. En als je het voor het ene doel bestemd dan vervallen de andere opties. Zo ook het indexeren van de aanvullende pensioenen.

Die 60 miljard euro maakt deel uit van de grote pot die bij elkaar is gespaard door alle pensioengerechtigden en het is een wonder dat er ondanks alle miskleunen, diefstal, uitnames et cetera nog zoveel in zit. Genoeg om te indexeren, genoeg, om alle pensioengerechtigden hun pensioen te kunnen garanderen, zelfs genoeg om de gepensioneerden van nu door een eenmalige uitkering te compenseren voor hun koopkrachtverlies. Want in de afgelopen decennia is er veel meer in de pot gekomen dan eruit is gegaan. Waarom? Omdat er aan de pensioengerechtigden een toezegging wordt gedaan. De enige taak die de fondsen hebben is aan die toezegging te voldoen. Dit kunnen de fondsen ruimschoots, want die toezeggingen zijn in de afgelopen decennia flink teruggeschroefd. Bij verreweg de meeste pensioengerechtigden valt bij overlijden geld vrij voor de pot. Een pot die gevormd is door het spaargeld van alle pensioengerechtigden. Maar de Hogere Wijsheid heeft bedacht dat pensioenfondsen moeten worden behandeld als waren het verzekeringsmaatschappijen en het geld dat vrijvalt in de grote pot, van inmiddels totaal 1,5 biljoen is volgens hen VAN NIEMAND. Als het dan toch van niemand is dan kan het worden aangewend voor collectief gebruik, of kunnen verzekeraars hun voordeel ermee doen als ze de fondsen zouden gaan overnemen. Gevonden geld en zeer lucratief voor hen en voor alle adviseurs, accountants, beleggers et cetera die ze in hun kielzog meenemen.

Hoe suf kunnen we met z’n allen zijn dat we dit robuuste stelsel uit handen geven? Want daar zal het waarschijnlijk wel op uitdraaien, omdat er wel gemord wordt maar te weinig er concreet ook iets aan willen doen. We hadden een prachtig spaarfonds, maar we hebben het uit onze handen laten vallen, wordt er over tien jaar geschreven. Wil je meer weten over de mythes en onwaarheden rond de pensioenen? Lees dan het boek van Rob de Brouwer.

(c) Ad Broere, econoom en auteur