Weidmann de wonderjongen

De woorden van
Bundesbank president Jens Weidmann klinken oppervlakkig bezien redelijk. Bij nadere beschouwing blijkt het echter anders te liggen. Weidmann gaat uit van de
voortreffelijkheid van het financiële stelsel.
Zolang alles zich hieraan conformeert gaat het goed. De grenzen aan de werking van dit stelsel worden slechts bepaald door juridische en politieke factoren. De ideeën van monetair gedrogeerden zoals Weidmann staan ver van menselijkheid en
een menswaardige economie, doof voor de noodkreten van de Spanjaarden, Grieken,
Italianen enz.. Het devies is; gewoon de soevereiniteit opgeven, dan komen we er wel in een democratisch Europa… Een democratie, waarin ‘hogere machten’ landen tot de orde kunnen roepen, die met hun begroting uit de pas lopen.

“Globalization has rendered the world
increasingly interdependent, but international politics is still based on the
sovereignty of states.”

George Soros, multimiljardair en new world order enthousiast

In het interview zegt Weidmann: ‘Ik ben onderdeel van het
eurosysteem. Mijn taak is het om ervoor te zorgen dat de prijsstabiliteit
verzekerd is. Als iedere centralebankpresident scenario’s gaat opwerpen, zoals
hij er persoonlijk in staat, zou dat niet zinvol zijn.’ Kortom, de president
van de Bundesbank is slechts een uitvoerder. Dat  roept de vraag op wie dan wel de scenario’s
ontwerpt. Dat doen de nationale politici van de EU landen niet en het
europarlement evenmin.  Weidmann geeft
over het centraliseren van de macht in Europa niet direct zijn eigen mening weer, maar doet dat indirect:  Ik zie meer
in wat Trichet, de oud-president van de ECB,  eerder een ‘fiscal federation by exception’
noemde: een land verliest pas zeggenschap als het de begrotingsgrenzen
overschrijdt. Dat roept dan wel onmiddellijk de vraag op, dat als Weidmann geen centraal gezag wil, wie dan de zeggenschap gaat uitoefenen over landen die ‘in de
fout gaan’. Onbedoeld (?) laat hij toch iets zien van zijn Neoliberale geloofsovertuiging, dus een kleine overheid en vertrouwen op het zelfregulerende vermogen van de vrije markt.

Jens Weidmann (1968)
geldt als de wonderjongen van de Duitse bestuurlijke elite. Hij trad vorig jaar
midden in de eurocrisis aan als jongste president ooit van de Duitse
Bundesbank. Weidmann begon na zijn studie economie in Parijs en Bonn bij het
Internationaal Monetair Fonds in Washington.

Bondskanselier Angela Merkel haalde hem op zijn 38ste naar Berlijn als haar financieel
economisch adviseur. Weidmann is zeker voor Duitse begrippen uiterst ontspannen
in de omgang. Bij de Bundesbank in Frankfurt zorgde hij voor een kleine
cultuurschok door regelmatig in de bedrijfskantine met een dienblad aan te
schuiven in de rij voor de kassa. Zijn meer conservatieve voorganger Axel Weber
beschouwt Weidmann als zijn protegé. Hij bestempelde hem bij zijn aantreden als
een ‘uitmuntend econoom’.

Weidmann

Interview met Jens
Weidmann:

Hoe moet de eurozone
nieuwe stijl precies vorm krijgen?

Weidmann: ‘Zolang er maar geen middenweg wordt bewandeld waarin wel steun wordt
verleend maar geen duidelijke afspraken worden gemaakt over het nakomen van
verplichtingen.’

Onder druk van het constitutionele hof in Karlsruhe, dat onderzoekt of het
permanente noodfonds niet in strijd is met de Duitse grondwet, is het debat
daarover in Duitsland al ver gevorderd.

Het meest uitgesproken is minister van financiën Wolfgang Schi¤uble. Die zei
onlangs in het weekblad Der Spiegel dat als Brussel zich direct met de
begrotingen van de lidstaten gaat bemoeien, de Europese Commissie een echte
regering moet vormen. Zijn voorkeur gaat er al naar uit dat de voorzitter in
dat geval direct wordt gekozen. Het Europees Parlement voert de democratische
controle uit en de regeringen van de afzonderlijke lidstaten kunnen dan een
soort Eerste Kamer vormen.

Schi¤uble is in Duitsland allesbehalve een roepende in de woestijn.

Anders dan in Nederland eist de oppositie in het parlement juist dat er vaart
moet worden gemaakt met het redden van de euro.

Om dicht bij huis te beginnen: een derde
van het Nederlandse parlement is eurosceptisch of zelfs antiEuropees. Verdwijnt
het draagvlak voor de redding van de eurozone niet in hoog tempo?

Weidmann: ‘Dat is inderdaad een belangrijk thema. In algemene zin maak ik mij
zorgen over de politieke acceptatie van wat er wordt besloten.

Niet alleen in Nederland, waar het in politieke partijen tot uitdrukking komt.
Maar ook in andere landen waar de scepsis toeneemt.

Onze taak is om op de risico’s van het uiteenvallen van de muntunie te wijzen
en op de voordelen van het voortbestaan. Ik neem de kritiek zeer serieus. De
zorgen zijn ook niet allemaal onterecht.’

Bij de vorige Europese top zijn de eerste
stappen gezet richting een bankunie. Betekent dit dat we straks alle verliezen
bij banken moeten opvangen?

Weidmann: ‘Ik was niet bij de top aanwezig, maar de tekst laat veel ruimte voor
interpretatie. Ik wil er voor waarschuwen dat een bankunie er niet toe mag
leiden dat we garant gaan staan voor risico’s die in het verleden zijn
aangegaan. Dat is de verantwoordelijkheid van de huidige toezichthouders. Het
kan alleen gaan om risico’s die onder gemeenschappelijk toezicht tot stand
komen. Daartoe moeten we eerst alle bestaande risico’s in kaart brengen. De
eurotop was in die zin ook schadelijk, omdat de indruk is ontstaan dat het
uitsluitend ging om een collectieve garantieregeling voor de banken.

De landen die steun krijgen, moeten inzien dat er twee kanten zijn van de
medaille. Het inleveren van soevereiniteit moeten ze nadrukkelijk en met
dezelfde openheid bespreken als de vraag hoe het schuldenprobleem gezamenlijk
wordt opgelost. Veel landen zien op tegen het opgeven van hun zelfstandigheid. Ik
denk daarbij bijvoorbeeld aan Frankrijk.’

In uw scenario moeten de lidstaten soevereiniteit
afstaan in ruil voor steun. Krijgen de perifere staten dan eurobonds als
beloning, zodat ze verlost zijn van hoge rentes op hun staatsobligaties?

Weidmann: ‘Ik ga niet over de beslissing of we voor elkaars schulden garant
gaan staan. Voor mij is het van belang of zo’n garantstelling de stabiliteit
van de muntunie niet ondermijnt en tot steeds meer schulden leidt. Die
garantstelling kan daarom pas aan het einde van een verdere integratie
plaatsvinden. Maar dat kan op allerlei manieren. Een centrale staat zou niet
mijn voorkeur hebben. Ik zie meer in wat Trichet (de oud-president van de ECB,
red.) eerder een ‘fiscal federation by exception’ noemde: een land verliest pas
zeggenschap als het de begrotingsgrenzen overschrijdt.

Trichet

Trichet, ex. president ECB

Dat is ook al een vergaande beslissing.

W.: ‘Het zal alleen werken als de bevolking ermee instemt. Terugkomend op uw
vraag: als iedereen zich aan de regels houdt, dan hebben we geen eurobonds
nodig.’

Wat als sommige landen geen
soevereiniteit willen afstaan? Gaat de eurozone dan uitgedund verder?

W.: ‘Dat is een absoluut crisisscenario, dat door politici niet wordt
nagestreefd. Het heeft met zekerheid grote financiële gevolgen.’

Sommige economen pleiten juist voor het
uittreden van landen als Griekenland omdat het ook in hun eigen belang is.

W: ‘Het zou gevaarlijk zijn als we de indruk wekken dat de muntunie geen vaste
club is. In dat geval zou het wisselkoersrisico weer terugkeren. Als een land
uit de euro stapt en zijn munt devalueert lost dat de structurele problemen van
het land niet op. Hoogstens tijdelijk. In het verleden hebben we vaak gezien
dat er meerdere devaluaties volgen. Er is geen ontkomen aan om problemen
structureel aan te pakken.’

Maar is een kleinere muntunie niet veel
beter werkbaar?

W: ‘Ik ben onderdeel van het eurosysteem. Mijn taak is het om ervoor te zorgen
dat de prijsstabiliteit verzekerd is. Als iedere centralebankpresident
scenario’s gaat opwerpen, zoals hij er persoonlijk in staat, zou dat niet
zinvol zijn.’

Landen die hulp
hebben gekregen, klagen nu al steen en been over het herstelprogramma dat ze
moeten volgen. Hoe moeten ze er ooit weer bovenop komen?

W: ‘We moeten het debat eerlijk voeren. De herstelprogramma’s hebben wel
degelijk zin. Wie ze ter discussie stelt, zegt eigenlijk dat die landen in de
praktijk de muntunie moeten verlaten. Dat moet dan ook in alle openheid worden
gezegd. En dan moeten ook de consequenties op tafel worden gelegd wat de
gevolgen zijn als een groot land of meerdere landen de eurozone verlaten. De
focus op Griekenland verhult dat we elders vooruitgang boeken. We vergen veel
van de bevolking, maar in Portugal en Ierland zijn er resultaten geboekt. We
zien de eerste successen.

De loonkosten gaan omlaag, en niet alleen door de recessie. Dat heeft z’n
uitwerking op de concurrentiepositie. Het uiteengroeien van de economieën in de
eurozone wordt nu al afgeremd. Natuurlijk bereiken die hervormingen niet direct
het beoogde resultaat, dat hebben we hier in Duitsland ook gezien. Maar juist
door de Europese noodfondsen krijgen landen de tijd om die periode te
overbruggen.’

Maar gaat de politiek niet te langzaam
voor de financiële markten? De Italiaanse premier Monti heeft deze week ook al
gezegd misschien een beroep te willen doen op het noodfonds.

W: ‘Als Italië de hervormingen voortzet, is het op de goede weg. Lagere
financieringskosten mogen in een muntunie niet het doorslaggevende argument
zijn om een beroep te doen op een noodfonds.

Het is het laatste redmiddel.’

Wat kan de ECB intussen nog doen om de
markten te kalmeren?

W: ‘Ik zie dat niet als onze opdracht. Ons doel is het bewaren van prijsstabiliteit.
Een hoge rente op staatsobligaties is een probleem dat door regeringen moet
worden opgelost. Mijn zorg is dat de centrale bank in een rol wordt geduwd die
frustrerend is. Want wij kunnen de problemen niet oplossen. Een analist had het
laatst over een botoxeconomie.’

Geeft de recente renteverlaging tot het
historisch lage niveau van 0,75% niet juist aan dat de ECB het niet meer zo
nauw neemt met de inflatiebestrijding?

W: ‘Nee. De economische vooruitzichten voor de eurozone zijn merkbaar
verslechterd. Tegelijkertijd is de olieprijs gedaald. Tegen deze achtergrond is
een renteverlaging te verdedigen. Maar de vraag is of het in deze tijd leidt
tot meer kredietverlening en dus een hogere economische groei. Ik laat het
antwoord open, om de discussie op gang te brengen.’

DNB-president Klaas Knot en u stellen
zich principieel op. Intussen dringen veel analisten aan op een actiever
ECB-beleid, zolang de politieke oplossingen nog op zich laten wachten.

W: ‘Veel analisten kunnen de problemen bloemrijk omschrijven, ook al zijn de
oplossingen die ze aandragen juridisch niet mogelijk en politiek niet haalbaar.
Doen we wat ze zeggen, dan zullen diezelfde mensen vervolgens zeggen dat ze
niet willen beleggen in een muntunie waarin iedereen maar voor elkaar garant
staan. We moeten de structuur van de eurozone niet door de financiële markten
laten bepalen. Bovendien, als we een duidelijk plan hebben over welke kant we
op gaan, dan heeft dat ook effect.’

Maar de Amerikaanse Fed stelt zich veel
activistischer op.

W: ‘De Fed pompt geld in de markt door de meest liquide staatsobligaties te
kopen. Wat men van ons wil is dat we de financieringsproblemen van bepaalde
landen oplossen. Dat is van een geheel andere orde. Daarmee zouden we de
financiële lasten van de lidstaten verlagen. Dat is ons op basis van de
Europese verdragen verboden, en op goede gronden. Het zou zich ook aan de
democratische controle onttrekken. Bernanke koopt toch ook geen obligaties van
de afzonderlijke Amerikaanse staten?’

Zijn Duitsland en Nederland niet zelf
schuldig aan de crisis door te exporteren naar buurlanden die zich die aankopen
eigenlijk niet kunnen veroorloven?

W: ‘Nederland en Duitsland hebben alle belang bij een stabiele muntunie. Het is
duidelijk dat we niet verder kunnen door de groei kunstmatig op peil te houden.
Uiteindelijk is het zinloos iets na te streven wat er niet is.’

Dus rijke landen moeten zelf meer
consumeren, in plaats van exportkampioen te blijven?

W: ‘Dat proces is al aan de gang. Maar het moet via de markt gebeuren. We
moeten weg van de planmatige discussie die ook het IMF soms voert: het idee dat
we op een kunstmatige manier iets moeten geven aan andere landen.’

Veel economen dringen erop aan dat
Duitsland de inflatie laat oplopen zodat de concurrentiepositie van de perifere
landen verbetert.

W: ‘Als het via de markt gaat is dat prima, maar niet bijvoorbeeld door een van
bovenaf opgelegde loonsverhoging. Sinds de hereniging van Duitsland is de
inflatie lange tijd beneden gemiddeld geweest vanwege de lage economische
groei. Nu zitten we aan de andere kant van het spectrum met een bovengemiddelde
inflatie. Deels komt dat door de loonstijging in de markt. Zo gaat dat nu
eenmaal in een muntunie, maar we zitten nog maar net boven de 2% (de inflatiedoelstelling
van de ECB, red). We hebben het over 2,1 of 2,2% en niet de 3, 4, 5 of zelfs 6%
die veel Angelsaksische economen vragen.’

Dat is ook niet de bedoeling, vindt
Weidmann
: ‘Binnen de ECB moeten we niet alleen op het gemiddelde letten
maar ook op de hoogte in delen van de muntunie.’

U noemde zelf al het IMF. Hebben die dan
zo’n andere visie op de eurocrisis?

W: ‘Het is enerzijds zinvol om een derde, neutrale partij aan tafel te hebben bij
landen die steun aanvragen. Maar tegelijkertijd maak ik me zorgen. Ze bemoeien
zich met de muntunie, maar zonder kennis van de complexiteit daarvan. Dat helpt
niet. We krijgen adviezen van de andere kant van de Atlantische Oceaan. Ze
vragen steeds om een bazooka. Het idee is dat als je maar genoeg geld in de
etalage legt, dit uiteindelijk niet hoeft te worden gebruikt. Maar in de
eurozone stuit dit op juridische en institutionele grenzen. Als de
geloofwaardigheid minder wordt naarmate je een hoger noodfonds belooft, dan
bouw je aan een toren van Babel en daar is het niet goed mee afgelopen.’

Wie uit de euro stapt, lost zijn
problemen niet op

Bron: Het Financieele Dagblad, 14 juli 2012