Een rentevrije economie door het burgerinitiatief?

Op 25 juni 2015 heeft de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven aan de Tweede Kamer voorgesteld om het burgerinitiatief ‘Ons Geld’ ontvankelijk te verklaren en het ‘in handen te stellen van de vaste commissie voor Financiën’. Verder stelt de commissie voor aan de Tweede Kamer dat de initiatiefnemers in de gelegenheid zullen worden gesteld om het burgerinitiatief nader toe te lichten. Op 2 juli 2015 heeft de Tweede Kamer het initiatief ontvankelijk verklaard. Er is een belangrijke stap gezet op weg naar het doel van de initiatiefnemers. Na het zomerreces zal blijken op welke wijze de behandeling zal plaatsvinden. Vanzelfsprekend houd ik iedereen op de hoogte van de verdere ontwikkelingen via mijn blog.

Even een terugblik

In het najaar van 2014 kwam uit overleg tussen vertegenwoordigers van Stichting Ons Geld, van de cast van ‘De Verleiders’ en econoom Ad Broere de idee naar voren om door middel van een burgerinitiatief in navolging van het initiatief van Positive Money (UK) geld, geldschepping en de rol van banken daarin bespreekbaar te maken in het parlement. Het idee werd vormgegeven en op de website www.burgerinitiatiefonsgeld.nu geplaatst. De site en de mogelijkheid om het initiatief te ondertekenen werd gelanceerd in het TV programma De Wereld Draait Door, begin november 2014. Er volgde onmiddellijk een stroom van adhesiebetuigingen. Het vereiste minimum aantal handtekeningen van 40.000 werd zelfs binnen 28 uur gehaald. Op 21 april 2015 werd het initiatief officieel aangeboden aan de commissie voor de Verzoekschriften, vergezeld van 113.878 digitale handtekeningen en een uitgebreide toelichting op het initiatief. Nu, twee maanden later heeft de Tweede Kamer het initiatief dus ontvankelijk verklaard. Na het zomerreces van de Tweede Kamer, in september zal duidelijk worden wat de verdere stappen zijn.

Burgerinitiatief 2

Mijn betrokkenheid bij het initiatief zit erin, dat ook en met name het onderwerp rente wordt geadresseerd. Ik ben er voorstander van dat geldschepping een privilege wordt van een publiek instituut en ook dat dit instituut wordt bestuurd door politiek onafhankelijke personen. Het doel van het instituut is om geldschepping tot een zaak vóór en vàn de burger te maken en niet langer van private commerciële banken die het belang van de aandeelhouders dienen. Ik ben ook voor een scheiding van geldschepping en gelddistributie, waarbij geldschepping een publieke zaak wordt en gelddistributie in de private sfeer blijft. Banken, of de instituten die de gelddistributie gaan verzorgen, kunnen hun eigen kredietbeleid voeren. Het publiek instituut toetst vooral of de geldschepping in overeenstemming blijft met de omvang en groei van het BBP (want op deze manier blijft het verband tussen geldhoeveelheid en dat wat er wordt geproduceerd aan goederen en diensten in tact) en of de verdeling van de geldstromen over de verschillende economische sectoren doelmatig is.

Het gaat om rente

Rente is wat mij betreft het cruciale punt. Ik ben er voorstander van dat de instellingen die het geld, gecreëerd door het publieke instituut, distribueren, een ander verdienmodel gaan hanteren. Niet gebaseerd op de hoeveelheid geld die wordt uitgeleend, maar op de dienstverlening. Dus op adviesuren, beheeruren, administratie etc.. Ondanks dat de klant dus de rekening gaat betalen voor deze dienstverlening is hij stukken goedkoper uit dan wanneer er over de hele looptijd rente moet worden betaald. Ik ben niet voor dwang. Banken die hun verdienmodel willen blijven baseren op rente kunnen dat in mijn optiek ook blijven doen.

Het rentevrije geld en de instellingen die het andere verdienmodel gaan gebruiken, moeten hun effectiviteit en succes in de praktijk bewijzen. Als het gaat zoals ik denk dat het zou kunnen gaan, dan worden rentedragende leningen weggeconcurreerd door rentevrije leningen. Ik hoop dat de Tweede Kamer het belang van rentevrije leningen zal inzien. De samenleving zou er zeer mee zijn gediend als om te beginnen leningen voor woningen rentevrij beschikbaar zouden zijn. Als het succes van rentevrij geld is bewezen, dan wordt een rentevrije economie haalbaar. Over de voordelen van een rentevrije economie zijn, zoals over alle verander voorstellen, de meningen verdeeld. Ik denk dat het een belangrijke bijdrage zal zijn aan de ontwikkeling van een samenleving waarin de welvaart evenwichtiger dan nu het geval is over alle burgers zal zijn verdeeld. Rente is in mijn opinie een kernoorzaak van ophoping van vermogen bij een klein deel van de bevolking en verarming van het grootste deel. Een rentevrije economie in combinatie met beheersing van de geldhoeveelheid door het publiek instituut zal bovendien de inflatie op zijn minst sterk doen afnemen en bijdragen aan stabiele prijzen van goederen en diensten. 

 

© Ad Broere