Een initiatief dat hoop biedt voor de toekomst

5 augustus
2011
Met kunst en vliegwerk wordt het wereldwijde financiële bolwerk momenteel
overeind gehouden. Maar het kraakt op steeds meer en op verschillende plekken.
De staatsschulden van Griekenland, de Verenigde Staten, Italië, Portugal,
Ierland, Spanje trekken op het ene moment de aandacht. Daarop volgen de
beurzen, die wereldwijd aan het dalen zijn. Dan zijn het weer problemen met de
euro, dollar, yen of sterling die een prominente rol spelen. Meer landen,
banken en ook bedrijven zullen in de nabije toekomst negatief in beeld komen.

Tussen
de regels door wordt bijvoorbeeld een afboeking gemeld van 310 miljoen euro van
de vordering die ING op Griekenland heeft. In zijn boek The meltdown of two trillion dollars toont Charles P. Morris aan,
dat het financiële systeem wereldwijd is verknoopt. Problemen in de V.S. door bijvoorbeeld
de huizenmarkt  en de schijnbaar
onstuitbaar oplopende staatsschuld hebben hun weerslag op de hele wereld.
Daarom zijn regeringsleiders van de grote landen al maanden vrijwel onafgebroken
bezig met het blussen van branden met als doel, dat het vertrouwen in de economie
overeind blijft. Kennelijk zijn de beleggers er echter niet langer van te overtuigen, dat
de economische ontwikkeling nog perspectief biedt. Overal gaan de beurzen
omlaag. Het is een duidelijk signaal dat de tendens opnieuw in de richting van
een neergang wijst. De ontwikkelingen die ik in een Menselijke Economie en in Ending
the Global Casino
heb voorspeld, lijken nu in sneltreinvaart werkelijkheid
te worden. Het gaat mij er niet om mijn gelijk te halen, maar om u opnieuw erop te attenderen, dat de uiterste houdbaarheidsdatum van het huidige financiële stelsel gepasseerd is. En dat er daarom met meer dan serieuze belangstelling moet worden gekeken naar welke vernieuwende mogelijkheden er zijn.

Het is echt de hoogste tijd dat alle aandacht wordt gegeven aan
nieuwe initiatieven, die ertoe kunnen bijdragen dat we onafhankelijk worden van
het grote financiële stelsel van banken, beurzen en andere financiële
instellingen van de oude garnituur. Initiatieven, die gedragen worden door
mensen die begrijpen, dat er alleen door vernieuwing een economische toekomst
voor ons allen is. Ik heb als voorbeelden hiervan op mijn website geschreven
over complementaire munten, bartering, rentevrij bankieren en crowdfunding.

Op 4 augustus 2011 stond een artikel in het FD over kredietunies. Kredietunies
zijn branchegewijs georganiseerde financiële coöperaties.  In de V.S. en Ierland zijn deze organisaties
al actief.  Ze zijn een prima bijdrage
aan de oplossing van het steeds nijpender wordende financieringsprobleem van
kleinere bedrijven. Banken zijn al sinds de vorige crisis niet meer bereid om
het werkkapitaal van kleine bedrijven te financieren, vanwege de risico’s en de
onmogelijkheid om kleine kredieten goed te beheren.  De vijf initiatiefnemers van een Nederlandse
kredietunie voorzien ongetwijfeld in een grote behoefte.

In het FD artikel komt emiritus hoogleraar
Duffhues aan het woord. Duffhues gaat voorbij aan de noodzaak dat er voor het
slagen van een kredietcoöperatie een mentaliteitsverandering noodzakelijk is
bij zowel de investeerder als de ondernemer/kredietnemer. Het plan zal een grote kans van slagen krijgen,
als de investeerder bereid is om risico’s te nemen en in te calculeren dat een
deel van het uitgeleende geld niet wordt terugbetaald. Dit klinkt voor velen vooralsnog onaannemelijk, maar tegen de achtergrond van het feit dat zelfs de meest zekere belegging in deze tijd toch risicovol blijkt te zijn wellicht begrijpelijk.

De
ondernemer/kredietnemer aan de andere kant zal zorgvuldiger met het hem toevertrouwde geld moeten
omgaan, dan in het verleden niet bij uitzondering het geval is geweest. Voor
een deel overigens door gebrek aan kennis en goede begeleiding. De behandeling
van kredietaanvragen en het beheer van de uitstaande kredieten vraagt een
expertise bij de kredietunies, die bij banken voor het kleine mkb niet (meer)
beschikbaar is. Ik denk echter dat die kwaliteiten in voldoende mate op de arbeidsmarkt beschikbaar zijn.

Het aantrekkelijke van het plan van de vijf oud-bankiers is de
branchegewijze organisatie. Dit biedt kansen voor investeerders die hun geld
willen steken in innovatieve ondernemers, die initiatieven nemen op bijvoorbeeld
het gebied van energievoorziening voor huishoudens, schone autobrandstof, en goede
en betaalbare voeding.

Het is hoopgevend dat er in deze periode mensen opstaan, die idealistisch
en tegelijkertijd nuchter en realistisch hun bijdrage leveren aan de hoogst
noodzakelijke vernieuwing. Ik wens de vijf oud-bankiers veel succes toe.

 110710.bankrupt 02

FD, 4
augustus 2011:

 

Kleine ondernemers die nu vaak ‘nee’ te horen krijgen bij de bank, kunnen
in de toekomst mogelijk bij een nieuw soort boerenleenbank terecht: de
kredietunie. Vijf oud-bankiers werken aan dit financieringsalternatief.

Kredietunies
bestaan al in onder meer Ierland en de Verenigde Staten. Het zijn coöperaties
van spaarders die via een gezamenlijke kas sparen en ondernemers die uit deze
kas geld lenen. Zowel de spaarders als de leners zijn lid en mede-eigenaar van
de coöperatie.

De
oud-bankiers willen de kredietunies in Nederland per locatie, branchevereniging
of beroepsgroep organiseren. Te denken valt aan een kredietunie voor
glazenwassers. Een gepensioneerde glazenwasser belegt daar zijn geld en met dit
geld wordt vervolgens geïnvesteerd in een startende glazenwasser. Het
uitgangspunt is dat een gepensioneerde glazenwasser beter kan inschatten of een
lening aan een startende glazenwasser potentie heeft dan een bank.

Terug naar
de basis

Banken
hebben zeker na de crisis de neiging risico’s zo veel mogelijk te mijden.
Kleine bedrijven zijn hier de dupe van. Slechts 57% van de bedrijven met minder
dan tien werknemers slaagt erin financiering te krijgen bij de bank, blijkt uit
onderzoek van EIM. Degenen wie het lukt, moeten volgens oud-bankier Paul van
Oyen, soms zo veel garanties bieden dat ze helemaal klem komen te zitten.

Met de
kredietunies grijpen de oud-bankiers terug op het gedachtegoed van de
boerenleenbanken, waarmee Rabobank ooit begon. ‘We gaan weer terug naar de
basis. Een bank die geld inneemt en geld uitzet’, zegt Van Oyen. Kredietunies
zullen dan ook geen rekening-courant kennen, geen betalingsverkeer of
beleggingsproducten. Zij hebben slechts één product: middellangetermijnfinanciering
voor bedrijven.

Niet
gemakkelijk, wél mogelijk

Doordat de
basisvorm van bankieren administratief eenvoudig is en veel gebruikgemaakt
wordt van vrijwilligers, denken de oprichters minder kosten te maken dan andere
banken. Dit moet het voor kredietunies mogelijk maken om aantrekkelijke
rendementen te bieden voor spaarders.

Volgens de
planning moeten in 2012 de eerste kredietunies starten. Een ambitieus plan,
zeker gezien de uitdagingen die nog op de weg liggen. Allereerst zijn er
vergunningen nodig van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële
Markten. De eisen voor deze vergunningen zijn de afgelopen jaren veel strenger
geworden. Van Oyen erkent dat het niet gemakkelijk is, maar weet uit ervaring
dat het wél mogelijk is. Hij heeft in 1986 de London Amsterdam Merchant Bank
opgericht en kreeg daarvoor binnen een jaar een vergunning van DNB. ‘De kunst
is om je te laten bijstaan door een paar goede accountants.’

Punt van
zorg

Met het oog
op vertragingen die met de vergunningen kunnen ontstaan, overwegen de
oud-bankiers de kredietunies eerst onder de vleugels van een bestaande bank op
te zetten. Op die manier kunnen ze op de vergunning van die bank meeliften.
‘Het zou wat betreft de backoffice ook handig zijn om eerst aan te sluiten bij
een bestaande bank’, zegt Roland Lampe, voormalig manager bij Rabobank
Nederland. De oud-bankiers zeggen reeds in gesprek te zijn met een aantal
banken.

Piet
Duffhues, emeritus hoogleraar Ondernemingsfinanciering aan de Universiteit van
Tilburg, doet onderzoek naar de merites van kredietunies. Hij ziet veel haken
en ogen aan de kredietunies, maar vindt het wel een interessant idee. Een punt
van zorg is dat er buffervermogen nodig is voor het geval investeringen
mislukken en een bedrijf dus niet kan terugbetalen. De oud-bankiers willen
daartoe een spaar- en leenkas opzetten met een startkapitaal van € 10 mln. Ze
mikken erop deze kas te vullen met geld van institutionele beleggers, zoals
pensioenfondsen. Duffhues betwijfelt of beleggers hun geld in zo’n kas steken.

Concurrentieverstorend

Duffhues
vraagt zich tevens af wie de investeringen gaat beoordelen en wat de verhouding
is tussen deze beoordelaar en de spaarders. ‘Als bijvoorbeeld een directeur
verantwoordelijk is voor de beoordelingen en hij geregeld verantwoording moet
afleggen aan een vertegenwoordiging van de spaarders, gaat het geheel toch al
behoorlijk op een gewone bank lijken.’

Ook wijst
Duffhues erop dat kredietunies concurrentieverstorend kunnen werken. Partijen
kunnen er door de kredietunie baat bij hebben dat sommige glazenwassers het
beter doen dan andere.