De pers is ziek

12 juni 2012 (Rudo de Ruijter) Voor de meeste mensen bestaan de dingen pas, wanneer de pers erover bericht
heeft. Dat is al zo sinds de pers bestaat. Als het in de krant gedrukt staat,
dan nemen we het voor waar aan. Maar omgekeerd werkt het ook: als het niet in de
krant gestaan heeft, dan zal het wel niet gebeurd zijn.

In een democratie speelt de pers een uiterst belangrijke rol. De pers moet
rapporteren wat er in de wereld gebeurt. Ze moet onderzoek doen en misstanden
aan de kaak stellen. Maar ze moet ook de politici in de gaten houden en laakbaar
handelen openbaar maken. Alleen wanneer de pers zijn rol zo breed mogelijk
vervult en het volk goed geïnformeerd is over wat er speelt, kunnen de burgers
bij de verkiezingen een juiste afweging maken. En op deze manier bepalen we
gezamenlijk welke kant we met onze maatschappij op willen. Het is dus niet voor
niets, dat er persvrijheid is, of beter gezegd, vrijheid van meningsuiting.

De pers is ziek

Maar de pers is ziek. De tijden dat abonnementen van lezers voldoende waren om
de persen te laten draaien zijn sinds lang voorbij. Er moesten steeds meer
reclame-inkomsten gevonden worden om de zaak draaiende te houden. Daarbij kwam
al meteen een groot probleem om de hoek kijken. Hoe kun je over misstanden bij
industriegiganten berichten, wanneer dat ook belangrijke opdrachtgevers voor
reclameboodschappen zijn? Met de opkomst van televisie-journaals kregen de
kranten er een geduchte concurrent bij. Maar ook de televisie werd in de meeste
landen al spoedig gecommercialiseerd, door reclame overspoeld en er financieel
afhankelijk van gemaakt.

Met de komst van het internet werd het starten van digitale krantjes een fluitje
van een cent. Geen zware investeringen meer nodig voor persen, papier en
drukinkt. Een computer en een server en draaien maar. Het internet werd voor
veel kranten zowel de bron van berichten als het kanaal om ze te verspreiden.

Het resultaat van deze ontwikkelingen is, dat we een overvloed aan
informatiekanalen hebben, maar een steeds smallere basis van journalisten die
informatie vergaren, checken en analyseren. Of je nu op publieke zenders of
commerciële zenders het journaal volgt, je ziet overal precies dezelfde stukjes
film. Alleen in de ondertiteling staat er soms een ander verhaal onder, maar
voor de rest is de nieuwsvoorziening één grote echoput geworden. En niet zomaar
een echoput, een kritiekloze echoput.

Dat werd wel heel duidelijk bewezen ten tijde van George W.Bush. Toen hij zich
opmaakte Afghanistan binnen te vallen met de smoes dat hij Osama binLaden wilde
pakken, speelden de journalisten gewillig het spel mee en informeerden niet over
de feitelijke belangen die in Afghanistan spelen. [1] Nog
geen jaar later lieten de journalisten zich gewillig gebruiken om de leugens
over massavernietigingswapens in Irak zo veel mogelijk te herhalen, terwijl er
toen al voldoende betrouwbare informatie aanwezig was om Bush te ontmaskeren en
de olie- en dollarbelangen openbaar te maken. [2]

Het niet zo verbazingwekkend, dat journalisten een speciale band hebben met
politici. Politici hebben de pers nodig om zich voor het volk te profileren en
omgekeerd hebben journalisten de politici nodig om hun rubrieken te vullen. De
uitlatingen van politici zijn in de regel leuke kapstokken om een stukje
commentaar bij te schrijven. Of je nodigt ze uit voor de camera’s om te
debatteren. Een beetje controverse en wat emoties erbij, en de kijkcijfers zijn
weer op peil. Bij gebrek aan beter is het volk gauw tevreden.

Dit spel mag dan wel op democratie lijken, maar dat is het niet. Het wordt pas
democratie, wanneer de journalisten zelf snappen waar het in een democratie om
draait en daar naar handelen. Maar dat is een uitgestorven ras.

Rudo de Ruijter analyseerde de gang van zaken rond de aanloop tot en ratificatie van het ESM verdrag in de Tweede Kamer. Meer over deze analyse op Courtfool.