De pensioenen kunnen echt wel omhoog

Er lijkt geen geldige reden te zijn om gepensioneerden niet te compenseren voor de verhoogde lasten, zoals die voor energie, zorg en wonen. Toch bedenken de pensioenfondsen via rare kronkelwegen een reden om de pensioenen niet te verhogen. Hoe wereldvreemd die redenering is toon ik aan via het ABP.

Er zijn ongeveer 3,1 miljoen pensioengerechtigden aangesloten bij het ABP. Hiervan zijn er ongeveer 1 miljoen met pensioen, 1,1 miljoen nog met een baan bij een werkgever die aangesloten is bij het ABP en 1 miljoen gewezen deelnemers, die niet meer werken voor een werkgever, aangesloten bij het ABP. De gemiddelde pensioenuitkering bedraagt € 10.000 per jaar. Veronderstel dat de 3,1 miljoen pensioengerechtigden gemiddeld 17 jaar een pensioenuitkering hebben. Een miljoen zitten al in de uitkeringsfase, dus voor hen is de resterende uitkeringstijd gemiddeld korter. Laten we uitgaan van gemiddeld 12 jaar. De totale verplichting waaraan het ABP moet voldoen bedraagt op basis van deze informatie naar boven afgerond € 490 miljard. Dit is dus de totale verplichting die het ABP tot in de verre toekomst naar de pensioengerechtigden op zich genomen heeft. En die is ruimschoots lager dan de € 600 miljard die de huidige waarde van alle beleggingen is.

afbeelding uit ‘Geld in de Bijrol’, auteur Ad Broere

En nu komt het absurde deel. Het ABP (en alle andere pensioenfondsen) moet doen alsof het geld om aan die verplichtingen te kunnen voldoen, nu al aanwezig moet zijn. Waarom? Het ABP ‘verdiende’ in 2021 11,1 procent op zijn beleggingen. Gemiddeld over de afgelopen 20 jaar verdiende het ABP 7 procent. Eind 2021 was de waarde van de beleggingen € 600 miljard. Dus, geen enkele reden om je druk te maken over die toekomst want als het ‘verdienen’ aan de beleggingen in dit tempo door gaat dan komt er jaarlijks meer bij dan er af gaat. Maar nee, De Nederlandsche Bank (DNB) denkt er anders over. Zij stellen dat er in de komende vijftig jaar niets wordt verdiend. We hebben dus geen financieel deskundigen bij DNB maar waarzeggers, die een duistere toekomst in hun glazen bol zien verschijnen. DNB heeft het fenomeen ‘rekenrente’ uitgevonden. In feite is dit een koppeling van het verdienen door het ABP en de andere pensioenfondsen aan de rente die op staatsleningen wordt verdiend. Die is de afgelopen jaren laag en zelfs negatief geweest. Dus als alle beleggingen van het ABP en van andere fondsen uit leningen met vaste rente zouden bestaan, dan zou er enige redelijkheid zitten in de redenering van DNB. Maar dan nog blijft het een drogredenering, want dat die rente de komende vijftig jaar laag of negatief zou blijven? Wie kan zoiets nauwkeurig voorspellen? Niemand toch… De meest flagrante misser is echter de ontkenning dat slechts 30 procent van de beleggingen uit leningen met een vaste rente bestaat.  Aandelen, vastgoed en andere beleggingen maken 70 procent deel uit van het totaal. En daarop wordt zoveel verdiend dat het het slechte resultaat van die 30 procent aan leningen met een vaste rente ruimschoots compenseert. Zo dat er zelfs over alle beleggingen in 2021 11,1 procent werd verdiend. De crisis geldt niet voor de grote beursgenoteerde bedrijven, want daarin zit de rijke elite en die zorgen er wel voor dat ze hun zaakjes voor elkaar hebben en houden.

Kortom, de pensioengerechtigden wordt door DNB een oor aan genaaid. Het is echt faliekante onzin, dat er onvoldoende geld ‘in kas’ zou zijn om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Ook als de pensioenen zouden worden verhoogd met bijvoorbeeld 10 procent om de afgelopen jaren enigszins te compenseren. Zolang de pensioengerechtigden en vooral de gepensioneerden zich niet uitspreken over dit afbraakbeleid, blijven de pensioenfondsen doorgaan met hun ‘u mag blij zijn dat u dit jaar niet minder krijgt’ politiek.

© Ad Broere, econoom

Bronnen: jaarverslag 2020 ABP en jaaroverzicht 2021 ABP

#ABP #rekenrente #pensioenen #pensioenfondsen # dekkingsgraad