De oliecoup in Libie

27 augustus 2011 Libië verkeert in chaos. Khadafi is van het toneel verdwenen en het ziet er
niet naar uit, dat hij daarop zal terugkeren. Niemand die nuchter nadenkt over
wat er zich in dat land afspeelt gelooft, dat het om de bevrijding gaat van het
Libische volk. De ontwikkelingen in de wereld gaan zo snel, dat we morgen
alweer zijn vergeten wat er gisteren is gebeurd. Om uw geheugen op te frissen
volgt hier een samenvatting van een door Tegenlicht op 14 maart 2011 uitgezonden
programma:

Westerse intellectuelen en
opinieleiders, onder wie Thomas Friedman, Francis Fukuyama, Richard Perle en
Benjamin Barber, werden betaald door het Amerikaanse consultancy bedrijf de
Monitor Group om het beeld van Libië en leider Khadafi op te krikken. Voor
Tegenlichtkijkers wellicht een bekend rijtje namen.

In de slipstream van het nieuws over de burgeroorlog in Libië wordt ook steeds meer
bericht over de periode daarvoor: hoe Libië en Khadafi na jaren op de lijst met
gevaarlijke vijanden opeens een acceptabele bondgenoot werd voor het Westen. De
Libische dictator Khadafi die in 1969 aan de macht kwam, en het in eigen land
nooit te nauw nam met de mensenrechten, wordt in verband gebracht met onder
andere de aanslag op het PanAm vliegtuig boven het Schotse Lockerbie, de IRA en
de bomaanslag op discotheek La Belle in Berlijn in 1986; Reagan noemde hem ‘the
mad dog from the Middle East’.

In 2003 en 2004 bood Libië de
nabestaanden van Lockerbie en andere aanslagen een hoge schadevergoeding, al
nam het nog steeds niet expliciet de verantwoordelijkheid op zich. Wellicht
bang dat zijn land hetzelfde lot tegemoet ging als Irak, kondigde Khadafi in
2003 aan te stoppen met het maken van massavernietigingswapens en zijn
nucleaire programma. De sancties tegen Libië (die sinds 1992 van kracht waren)
werden opgeheven en in 2004 bezocht Tony Blair als eerste Westerse leider het
land. Khadafi, Blair en Bush vonden na de aanslagen van 9/11 een
gemeenschappelijke vijand: Al Qaeda. Ondertussen veranderde er voor de burgers
van Libië niets.

Blair Khadafi

April 2004 – De Britse premier Tony Blair is vandaag in Tripoli
aangekomen voor een historisch bezoek aan de Libische leider Moammar
al-Khadafi. Blair wil hem een “partnerschap” met het Westen
aanbieden.

Deze ommezwaai kwam niet alleen tot
stand met handige (olie)deals voor alle partijen, maar ging ook via ‘
soft power‘: een consultancygroep uit Boston die was
opgericht door een aantal Harvard-hoogleraren, The Monitor Group, sloot in 2006
een contract om voor drie miljoen dollar per jaar plus onkosten het ‘profiel
van Libië en Muammar Khadafi te verbeteren’.

VPRO Tegenlicht 14
maart 2011

‘In huize Khadafi vonden opstandelingen een fotoboek met
Condoleeza Rice, Minister van Buitenlandse Zaken onder George W. Bush.’  (Volkskrant 27 augustus 2011)