Geld in de bijrol, een voorwaarde

Door de groeiende chaos wordt het voortdurend moeilijker om nog een richting te vinden waarheen de economie zich beweegt. Het zal veel mensen ook een zorg zijn. Het doorgaande bombardement van negatieve berichtgeving bezorgt velen een afkeer van informatie. Daardoor ontgaat het helaas een groot aantal mensen wat er zich aan het ontwikkelen is. Vier jaar geleden publiceerde ik ‘Geld in de Bijrol‘. Dit boek bevat belangrijke informatie en duidelijke uitleg over onderwerpen waarover geen helderheid bestaat. Het geeft eveneens aan hoe we ons los kunnen maken van het huidige systeem. Hierna volgt een fragment over de ‘psychische’ gespletenheid van grote beleggers.

‘BlackRock werd in 1988 opgericht door een groep Wallstreet boys onder leiding van de Amerikaan Larry Fink. In de dertig jaar van zijn bestaan heeft BlackRock samen met collega Vanguard een sleutelpositie ingenomen in de wereldwijde beleggingen. Larry Fink blijkt iemand te zijn die verder wil kijken dan het behartigen van de kortetermijnbelangen van beleggers. Dit blijkt uit het volgende citaat uit een interview met Fink

“Sinds de financiële crisis van 2008 constateert Fink een toenemende kloof tussen mensen met geld en zij die weinig te besteden hebben. De financiële crisis heeft die vergroot. Een groeiende groep heeft geen of onvoldoende pensioen en hun banen staan op de tocht. Omdat overheden niet in staat zijn oplossingen voor deze maatschappelijke problemen te vinden, wordt in toenemende mate naar het bedrijfsleven gekeken. Ondernemingen moeten ervoor zorgen dat niet alleen de aandeelhouders en bestuurders, maar ook werknemers, klanten en gemeenschappen profiteren van hun werk. Dat kan door te investeren in opleidingen, innovatie en in investeringen in langetermijngroei, aldus de BlackRock-topman. Als een bedrijf geen ‘doel’ (Fink gebruikt het woord ‘purpose’) heeft of alles opoffert aan de korte termijn, schrijft Fink, dan zal het uiteindelijk zijn bestaansrecht verliezen.”

Larry Fink legt de vinger feilloos op de zere plek. Hieruit blijkt dat er in de wereld van het grote geld in elk geval het besef is dat er een groeiende kloof is tussen een minderheid van mensen die het goed tot zeer goed hebben en een massa van mensen die armoede lijden of te weinig te besteden hebben. Ook constateert hij dat overheden niet in staat zijn om oplossingen te bieden. Dat hij vervolgens met de vinger naar de multinationals wijst, klinkt echter als de vos die de passie preekt, of de goudvink die van zich af ziet.

Het positieve is dat wordt ingezien dat ook de rijken er niets aan hebben om te leven in een wereld waarin de verschillen zo diep en groot zijn dat er daardoor een explosieve situatie ontstaat. De kortzichtigheid van Fink is echter dat hij een groep vertegenwoordigt die allereerst de hand in eigen boezem zou moeten steken. Decennialang hebben de vermogenden geprofiteerd van het neoliberale vrijemarktdenken en hebben ze elk jaar een groeiend deel van het wereld bbp naar zich toegetrokken, door het herverdelingsmechanisme (zie begrippenlijst) dat in het financiële stelsel zit. Geld met geld verdienen ligt hieraan ten grondslag, gefaciliteerd door gunstige wettelijke en fiscale regelingen voor vermogenswinsten.’

De boeken van Ad Broere zijn te koop bij de uitgever ‘Humane Economy Publishing‘.