20 oktober 2012 Commissie van Dijkhuizen (directeur NIBC Bank) heeft voorstellen gedaan om de belastingen te hervormen. Hoe pakken deze voorstellen uit als ze worden gerelateerd aan de 9,1 miljoen Nederlanders met een inkomen?

In 2010 hadden  9,1 miljoen van de in totaal 16 miljoen Nederlanders een inkomen, waarvan 2,1 miljoen een inkomen van minder dan 10.000 euro per jaar en 1,2 miljoen mensen met een inkomen tussen 10.000 en 20.000 euro per jaar.  De minimuminkomensgrens lag in 2010 rond de 20.000 euro, dus 3,3 miljoen Nederlanders verdienden minder dan het minimuminkomen. Vooral de groep zzp'ers (zelfstandigen zonder personeel ) zijn goed vertegenwoordigd in deze groep, want 60% van de miljoen  zzp'ers verdient minder dan het minimuminkomen. Als de zelfstandigenaftrek wordt beperkt zoals de commissie voorstelt, dan is deze groep die door de slechte economische situatie al onder druk staat in meerdere opzichten de dupe.

Het modale inkomen was in 2010 32.500 euro per jaar. De groep met een inkomen tussen 20.000 en 32.500 bestaat uit 1,8 miljoen mensen. In totaal hebben dus 5,1 miljoen van de 9 miljoen (57%) Nederlanders een inkomen van minder dan modaal.

Van de bovenmodale inkomens verdienden 1,6 miljoen mensen meer dan 32.500 en minder dan 50.000 euro per jaar, 1,9 miljoen meer dan 50.000 en minder dan 100.000 en 360.000 mensen verdienen meer dan 100.000 euro per jaar.

De commissie van Dijkhuizen heeft voorstellen gedaan om de belastingen te hervormen. Hoe pakken deze voorstellen uit als ze worden gerelateerd aan de bovengenoemde inkomensklassen?

Mensen met een inkomen tot 10.000 euro per jaar gaan erop achteruit: uitsluitend gebaseerd op de veranderde tarieven tot 400 euro per jaar.  Mensen met een inkomen tot 10.000 betalen grofweg 400 miljoen euro meer belasting.  De verhoging van de arbeidskorting, zoals voorgesteld door de commissie wordt een sigaar uit eigen doos, omdat men terugkrijgt wat aan het andere loket wordt ingeleverd. 

De 1,2 miljoen mensen met een inkomen tot 20.000 euro leveren door de veranderde tarieven tussen 400 en 700 euro in op jaarbasis.  Deze groep brengt grofweg 650 miljoen euro per jaar meer naar 's rijks schatkist.

De groep die het meest onder druk komt te staan zijn de 1,8 miljoen mensen met een inkomen tussen 20.000 en 32.500. In deze groep zitten de meeste tweeverdieners met een eigen huis plus hoge hypotheek. De minstverdienenden leveren 700 euro op jaarbasis in en de meest verdienenden in deze groep leveren 70 euro per jaar in. De extra belasting die de 1,8 miljoen mensen uit deze inkomensgroep gaat betalen levert zo'n 650 miljoen euro meer voor de overheid op.

Met andere woorden de minstverdienende groep van 5,1 miljoen Nederlanders met een loon gaat grofweg 1,7 miljard euro meer belasting betalen.

Schapen

Het omslagpunt van meer naar minder betalen wordt bereikt in de groep van 1,6 miljoen bovenmodale inkomens tussen 32.500 en 50.000. De minstverdienenden in deze groep leveren 70 euro op jaarbasis in en de meest verdienenden besparen zo'n 800 euro per jaar op hun inkomstenbelasting.  Deze groep houdt er –opnieuw- grofweg 600 miljoen euro per jaar aan over. Ook in deze groep zitten veel tweeverdieners met huis en hypotheek, die hun voordeel aan belastingbesparing veelal kwijt zijn aan minder hypotheekrente aftrek.

De groep tussen 50 en 100.000 euro per jaar komt er beter vanaf. Deze 1,9 miljoen mensen besparen op de te betalen inkomstenbelasting tussen 800 en 3.150 euro op jaarbasis, dit is een totaalbedrag van grofweg 3,7 miljard minder belasting voor deze 1,9 miljoen mensen.

De groep die het meest profiteert van het nieuwe belastingstelsel is zijn de 360.000 mensen die 100.000 en meer euro per jaar inkomen hebben. Ondanks de relatief kleine omvang van deze groep besparen deze 360.000 mensen grofweg 1,7 miljard euro op de jaarlijks  te betalen inkomstenbelasting.

Het uitgangspunt voor de belastingvoorstellen is stabilisering van de belastinginkomsten, waarbij vooral de hypotheekrente aftrek een belangrijke destabiliserende factor is.  Belasting hervormen vanuit het marktdenken in de trant van: 'mensen met duurdere huizen hebben hogere hypotheken, ondervinden daardoor meer nadeel van de beperking van de hypotheekrenteaftrek en moeten daarom meer worden gecompenseerd' leidt tot grotere inkomensongelijkheid en is daarom een potentiële tijdbom. Niet meer dan 10% van de Nederlanders bezit 60% van het totale vermogen en de meerderheid van 60% bezit slechts in totaal 1%.  Dit betekent, dat de groep die het meest wordt bevoordeeld door deze belastinghervorming ook de groep is die kan terugvallen op een vermogensbuffer als het inkomen onder druk komt te staan, terwijl de minstverdienende 60% dat niet kan, maar wel moet inleveren. Als het  gat dat in het inkomen wordt geslagen door de belastinghervorming wordt gerepareerd door een hogere arbeidskorting, dan komen de minstverdienende Nederlanders per saldo op nul uit en het voordeel van de meest verdienenden loopt er evenredig verder door op.

 (c) Ad Broere

 

 

Ad Broere
webdesign by vincken.eu