De koopkrachtontwikkeling in Nederland heeft zich voor veel Nederlanders ongunstig ontwikkeld. Het CBS geeft de koopkrachtontwikkeling per jaar weer voor het 20ste, 40ste, 60ste en 80ste percentiel. De percentielen behoeven niet te corresponderen met groepen in de samenleving, maar doen dit wel. Er zijn 12,95 miljoen Nederlanders met een inkomen. Incidentele veranderingen worden geabsorbeerd door patronen die behoren bij grote groepen, zoals ouderen, rijksambtenaren, laagopgeleiden, kleine zelfstandigen, zzp'ers, ondernemers, hoogopgeleiden en mensen met een uitkering.

Onderstaand plaatje toont aan wat Rutte II tussen 2012 en 2016 heeft veroorzaakt. Het laat de koopkrachtontwikkeling in die jaren zien, waarbij de bevolking wordt verdeeld in percentielen. Een moeilijk woord dat ik zal proberen zo eenvoudig mogelijk uit te leggen: Het laat zien dat 20% van de bevolking in de jaren tussen 2012 en 2016 werd geconfronteerd met een zware koopkrachtachteruitgang. Over de hele periode was die koopkrachtafname 37,3% of meer. Het twintigste percentiel betekent dat personen die op die op het twintigste procent zitten die koopkrachtachteruitgang hadden. Dus als er 100 personen zouden zijn, waarbij persoon 1 de minste en persoon 100 de meeste koopkracht heeft, dan gaat het bij de 20ste percentiel om de koopkracht van persoon 20. 

Koopkrachtontwikkeling

(c) Ad Broere


Het CBS geeft geen informatie over de koopkrachtontwikkeling van het 90ste of 100ste percentiel. Ik vraag me af waarom eigenlijk niet. Bij het 100ste percentiel kan ik me nog wat voorstellen: daarop zijn waarschijnlijk grote uitslagen te verwachten als gevolg van (in dat geval wel) incidentele factoren. Minder aannemelijk is dat er geen informatie wordt gegeven over het 90ste percentiel. Verder verklaarde het CBS dat men inkomen uit beleggingen, zoals rente op obligaties, dividend op aandelen en rente op spaartegoeden wel in aanmerking neemt bij de vaststelling van koopkrachtverandering. Niet de gerealiseerde koerswinsten op aandelen, valuta en cryptocurrencies.

Het VVD-PvdA kabinet heeft vooral werk gemaakt van de koopkrachtverbetering van de helft van de Nederlanders en de overige helft aan hun lot overgelaten.


Die helft loopt door alle leeftijdscategorieën heen:

Koopkracht 25 Tot 45 Jaar

Binnen deze leeftijdscategorie zijn de tegenstelling het grootst. Het toont aan dat mensen in de kracht van hun leven er niet vanzelfsprekend in hun koopkracht op vooruit zijn gegaan. Bij deze categorie bepaalt de markt voor een belangrijk deel (niet bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) de inkomens.

 

Koopkracht 65 Jaar Plus


De categorie 65 jaar en ouder komt er vrijwel over de hele linie bekaaid van af omdat hun inkomens in hoge mate politiek gestuurd worden.


Conclusie:
Het neoliberale uitgangspunt om de markt zijn werk te laten doen, gecombineerd met een terugtredende overheid heeft in de afgelopen jaren veel slachtoffers gemaakt.
Een overheid, die op dit punt faalt:

GRONDWET
Hoofdstuk 1
Grondrechten
1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg van de overheid.

heeft veel uit te leggen naar de helft van die bevolking en moet er alles aan doen om hierin grondige verbetering aan te brengen.


© Ad Broere, econoom

 

29 december 2017

 

 

Ad Broere
webdesign by vincken.eu