De achtenveertig wetten van de Macht

Premier Rutte lijkt Machiavelli goed gelezen te hebben. Die gedachte ging door mij heen toen ik hem onlangs zag acteren in de algemene beschouwingen. Enkele jaren geleden maakte iemand mij attent op de 48 wetten van de macht, geschreven door Robert Greene en een praktische uitwerking van de politieke filosofie van Machiavelli, waarbij mij werd gezegd dat deze wetten in de hedendaagse politiek nog steeds worden toegepast.

Hoe is het mogelijk dat iemand die een kleine minderheid van het volk vertegenwoordigt, zo soeverein kan heersen, zoals Rutte dat in de algemene beschouwingen deed. Objectief beschouwd komt er niets constructiefs, gericht op het welzijn van de samenleving uit de koker van de VVD. Alles wat Rutte doet, is erop gericht om het neoliberalisme de vrije teugel te geven en om een kleine minderheid te dienen. Dit druist zeer tegen het belang in van de grote meerderheid van de bevolking en het zou logisch zijn geweest als er geen Rutte II, laat staan Rutte III zou zijn gekomen. Hoe kan het dat een persoon en een partij die voor een kleine minderheid staan zo lang het roer in handen kan houden?

Om hierop een antwoord te vinden, volgt een korte samenvatting van wie Machiavelli was en waar hij voor stond.

‘De Florentijnse denker en politicus Niccolò Machiavelli (1469-1527) was gefascineerd door Cesare Borgia (1475-1507), heerser van Romagna en zoon van paus Alexander VI. De politiek geëngageerde Machiavelli vond in Borgia, die bekend stond als een wrede, agressieve schurk, de ‘ideale heerser’, die hem inspireerde bij het schrijven van zijn invloedrijkste politieke werk: Il Principe (De Vorst).

In Il Principe zette Machiavelli uiteen hoe volgens hem een waardig heerser zou moeten regeren. Vanuit het idee dat er in de politiek voortdurend sprake was van een zucht naar expansie en groei, argumenteerde Machiavelli dat een vorst zich allereerst moesten realiseren dat zijn macht tijdelijk was. Een vorst moest er zelf alles aan doen zijn macht zo lang mogelijk te behouden. Hoe kon een vorst dit ‘doel’ volgens Machiavelli bereiken?

Machiavelli

Niccolò Machiavelli (1469-1527)

Machiavelli maakte zich allereerst los van de middeleeuwse christelijke moraal. Zijn visie op de mens was echter allesbehalve optimistisch. Volgens Machiavelli is de mens namelijk van nature geneigd tot het kwade. En dat niet alleen: ‘De mensen zijn zo onnozel en ze richten zich zo op hun directe behoeften dat iemand die bedriegt altijd wel iemand vindt die zich wil laten bedriegen’. Het is volgens Machiavelli erg dom en naïef om slechts te leven en handelen naar de ‘goede’ christelijke moraal, want vroeg of laat zal dit nadelig uitpakken. Zo hebben christelijke waarden als deugdzaamheid, verdraagzaamheid en vredelievendheid door de eeuwen heen geresulteerd in zwak, lafhartig leiderschap en instabiele politieke situaties.

Daarom argumenteerde Machiavelli: ‘Een man die zich altijd en overal goed betoont, gaat noodzakelijk te gronde te midden van zovelen die niet goed zijn. Een heerser, wanneer hij zich wil handhaven, moet leren om niet goed te zijn. En dit vermogen dient hij wel of niet in praktijk te brengen, al naargelang de omstandigheden hem er toe dwingen’. Volgens Machiavelli mogen heersers daarom, als het zo uitkomt, best ‘moreel verwerpelijke’ middelen inzetten om hun doel te bereiken. Sterker nog: dit is soms onvermijdelijk. Wat een heerser nodig heeft, is volgens Machiavelli ‘virtù’: energie, intelligentie, daadkracht, de gave om situaties te beoordelen en ‘effectief’ op te treden – wat in de meeste gevallen wreedheid vereiste. Om macht te consolideren is het nu eenmaal noodzakelijk geweld te gebruiken.

Machiavelli formuleerde een politieke filosofie die niet zozeer ‘immoreel’ (indruisend tegen de wetten van de ethiek), maar ‘amoreel’ is: een ethische dimensie is irrelevant. Hoewel denkers vóór hem zich ook wel in meer of mindere mate met staatkundige vraagstukken bezig hadden gehouden, was Machiavelli de eerste die de politiek op deze manier ‘isoleerde’ en beschouwde als een op zichzelf staande wetenschap. Het soort opportunistische politieke opvatting dat hier uit voortvloeide, wordt ook wel aangeduid als Realpolitik.’

Amoreel, niet perse onethisch, realpolitik, dus je niet laten leiden door waarden zoals deugdzaamheid, vredelievendheid en verdraagzaamheid, want die maken je zwak. Een van de 48 wetten van de macht luidt: “Maak je tegenstander machteloos en razend met het spiegel-effect” Dit spel heeft Rutte tot kunst verheven. De frustratie droop ervan af bij de oppositie, waarbij deze wet vloeiend werd gecombineerd met: “Houd je ware bedoelingen strikt geheim en zeg altijd minder dan nodig is.” Toch wel merkwaardig dat de filosofie die wordt toegeschreven aan iemand die zeven eeuwen geleden heeft geleefd, nog steeds blijkt te werken in de hedendaagse politieke arena.

 

Ad Broere