De commissie Dijkhuizen, voorgezeten door een bankier, heeft een plan voorgelegd aan de overheid om de belastingen te hervormen. Hierover wordt nu gesteggeld tussen de coalitiepartners. De een wil vermogens meer belasten en arbeid minder, de ander wil liberalisering, dus minder overheidsbemoeienis en minder regels. Vooral dat laatste klinkt redelijk. Belastinggeld wordt inderdaad rondgepompt via huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en zo meer. Om dit te faciliteren is er veel geld nodig. Het plan om geld van de rijken af te pakken en het aan de armen te geven is een actie die niet alleen kansloos is, maar ook verkeerd. De volkomen scheve vermogensverdeling en het feit dat meer met vermogen wordt verdiend dan met arbeid, veroorzaken de groeiende tweedeling in de samenleving. Daarom is de enige juiste oplossing van het probleem een fundamentele hervorming van het financiële stelsel.


Het plan van commissie Dijkhuizen omvat acht kernpunten:

1. Er komen twee tarieven voor de inkomstenbelasting, 37% voor inkomens tot 2 x modaal (€ 69.000 in 2014) en 52% boven 2x modaal.


2. Het fictieve rendement op vermogen –box 3 vermogen- is niet langer 4%, zoals nu het geval is. Het rendement wordt gebaseerd op de werkelijke rente op spaargeld.


3. De huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag en eventueel de kinderbijslag worden ondergebracht in een huishoudentoeslag, dat volgens de commissie Dijkhuizen een besparing van 1 miljard euro gaat opleveren. Bovendien zou het fraudebestendiger zijn.


4. Ondernemers met een besloten vennootschap betalen zichzelf te weinig salaris. Daarom vindt de commissie Dijkhuizen dat ze meer belasting moeten betalen over het vermogen dat ze in hun onderneming hebben opgebouwd.


5. Een eigen huis wordt als vermogen gezien. De maximale renteaftrek mag niet meer dan 30% bedragen. De overdrachtsbelasting verdwijnt en mensen met een restschuld komen toch weer in aanmerking voor een hypotheek.


6. Gepensioneerden moeten in de komende 18 jaar hetzelfde belastingtarief gaan betalen als mensen onder 65-67 jaar.


7. Geen aftrekken en kortingen meer, zoals heffingskorting en arbeidsaftrek.


8. Verhoging van het BTW % , nu 6% en 21%, na invoering van het plan 8 en 23%

 

Commentaar:


1. Zonder dat het plan is ingevoerd, zijn de belastingtarieven al in de bedoelde richting aangepast. In 2012 waren er nog vier tarieven, te weten 33,1%, 41,95%, 42% en 52%. In 2014 zijn er nog slechts drie tarieven, die al dicht tegen de bedoeling van het plan aanliggen, te weten: 36,5%, 38% en 52%. De definitieve invoering van het plan geeft vooral verlichting voor de inkomens tussen € 56.000 en € 69.000, want deze categorie gaat 52-37=15% minder inkomstenbelasting betalen op elke euro inkomen boven   € 56.000 en bespaart daardoor tot € 1.950 euro inkomstenbelasting per jaar.


2. Dat de basis waarop vermogensrendementsbelasting wordt betaald wordt gekoppeld aan rente op spaargeld is vooral erg aantrekkelijk voor de meer vermogenden. Zij laten immers op een andere manier het geld ‘voor zich werken’ dan door het op een spaarrekening te zetten en behalen een aanzienlijk hoger rendement dan de schamele maximale 1,5% op de spaarrekening.


3. Dat de toeslagen worden samengebracht onder een noemer levert vooral de overheid besparingen op, door minder lasten voor de uitvoering van die toeslagen en ongetwijfeld doordat opgeteld gezinnen minder toeslag krijgen.


4. Dit is typisch een maatregel die voorbij gaat aan de belastingontduikers bij uitstek; de grotere bedrijven en in het bijzonder de multinationals. Als de belastingheffing van de winsten van deze categorie niet internationaal wordt aangepakt evenals de belastingontwijking door de multinationals, dan is het hoger belasten van vermogens van kleine besloten vennootschappen buitengewoon onredelijk.


5. Door de verlaging van de renteaftrek tot 30% en de verhoging van het huurwaardeforfait zoals sinds 2013 het geval, is er sprake van een stevige achteruitgang in de koopkracht van mensen met een hypotheek op hun woning. De meeste hypotheken zitten bij de minst vermogende gezinnen, want die hebben 30% van de totaal € 650 miljard aan hypotheken op hun bord. Let wel: minst vermogende en niet minst verdienende gezinnen, anders zou men niet in aanmerking komen voor een hypotheek.


6. Als gepensioneerden dezelfde tarieven moeten gaan betalen als de werkenden, dan betekent dit in feite een stevige korting op de AOW. De mythe dat gepensioneerden ‘rijk’ zijn leeft vooral bij de media. Bijna 80% van de gepensioneerden heeft een inkomen van minder dan € 30.000. Ten opzichte van de huidige belastingtarieven gaan gepensioneerden met een inkomen van € 30.000 zo’n 16% meer belasting betalen, een achteruitgang van € 4.852. Je moet wel een gaatje in je hoofd hebben om zo’n plan te bedenken.


7. Het proces van afschaffing van zelfstandigenaftrek, heffingskorting, arbeidskorting enz. is al ingezet. Dus ook op dit punt is er kennelijk al sprake van een gepasseerd station. De verlichting van belasting voor werkenden in loondienst en de ZZP’ers komt dus tot een eind. Dit heeft grote gevolgen voor de inkomens van vooral de laagst betaalden en de vele zelfstandigen zonder personeel.

8. Verhoging van de BTW legt vooral extra druk op het midden- en kleinbedrijf en beperkt de koopkracht.


Conclusie:

Het plan Dijkhuizen draagt in hoge mate bij aan de verdere verdieping van de tweedeling in onze samenleving. De categorie die profiteert van de voorgestelde belastinghervorming zijn vooral huishoudens met een hoog vermogen en een dito hoog inkomen. De overige gezinnen leveren in, de ene categorie meer dan de andere. Het is de hoogste tijd voor een fundamentele hervorming van het huidige onrechtvaardige en onbillijke financiële stelsel. Een rentevrije economie, publieke geldschepping en volop ruimte voor lokale en regionale geldinitiatieven is de enige passende remedie.


© Ad Broere

 

Ad Broere
webdesign by vincken.eu