(bewerkt op 5-2-2014) Als u een hypotheekcontract met de bank tekent voor een lening van 200.000 euro wat gebeurt er dan?  De bank tikt het getal 200.000 in de bankcomputer als zijnde een vordering die ze op u hebben. Maar omdat er altijd een linkerkant en een rechterkant op de balans is, dus ook op de bankbalans, wordt er vervolgens op de rechterkant van de balans een tegoed ten gunste van u ingetikt van hetzelfde bedrag. U heeft dan een tegoed van de bank en een schuld aan de bank en de bank heeft op dat moment 200.000 euro gecreëerd die er voor het tekenen van het contract niet was. Zoiets heet geldschepping door schuld. Dit geld is niet van de bank, het is van niemand. Toch vraagt de bank er rente voor...

 

Het huis dat u hebt gekocht wordt bij de notaris aan u overgedragen. De verkoper ontvangt het geld dat tot dat moment uw tegoed bij de bank was. Er wordt dus 200.000 euro overgeboekt van uw rekening naar die van de verkoper. Veronderstel dat de verkoper het geld niet direct nodig heeft en op een spaarrekening bij dezelfde bank laat staan. Daarover ontvangt de verkoper 1,5%, terwijl u over de hypotheeklening 5% betaalt. Het verschil, of de marge zoals dat in bankenland heet, is voor de bank. De bank ontvangt over de lening dus netto 3,5% en dat is 7.000 euro per jaar. En omdat u pas na 30 jaar alles aflost, ontvangt de bank dus 210.000 euro over geld dat niet van hen is, maar uit 'het niets' is gecreëerd.
Veronderstel dat banken gewoon betaald krijgen voor hun dienstverlening, dus voor alle handelingen die er nodig zijn om de hypotheek beschikbaar te stellen. Voor deze werkzaamheden zijn acht uur nodig (ruim genomen) en als het tarief 150 euro per uur is, dan zou de bank dus 1.200 in rekening kunnen brengen aan u. En vooruit, per jaar is er 2 uur nodig voor onderhoud en beheer, dus 300 euro. Over de genoemde dertig jaar zou de bank dus bij een normaal verdienmodel iets meer dan 10.000 euro aan u in rekening brengen. Dat is dus geheel andere koek dan het huidige -veel lucratievere- model.

Logisch dat banken willen vasthouden aan hun goudmijntje. Maar het klopt niet, het klopt van geen kant.

Daar komt nog bij dat banken heel weinig eigen vermogen (=van de aandeelhouders) en heel veel vreemd vermogen (geld dat zij lenen, spaargeld etc.) hebben. In het bovenstaande sommetje heb ik duidelijk gemaakt dat het rente verdienmodel voor hen de kip met de gouden eieren is en dat ze de winst die daardoor wordt gemaakt, maar met weinigen hoeven te delen, want er zijn verhoudingsgewijs niet veel aandeelhouders door het relatief kleine eigen vermogen. Dus als er in de goede tijd winst wordt gemaakt dan is dat vooral mooi voor die weinige aandeelhouders en voor de directeuren die worden beloond met bonussen vanwege hun inspanningen ten behoeve van die aandeelhouders. En als het tij keert en banken maken verlies, omdat ze een deel van de leningen niet kunnen incasseren vanwege slechte economische tijden, faillissementen en werkloosheid dan is er nog altijd de overheid of de FED en ECB, het ESM of het IMF, die kwistig strooien met leningen die uiteindelijk worden bekostigd door de belastingbetalers. Of de EU gaat ertoe over om het spaargeld dat u op de bank heeft staan in te pikken. Een prachtig verdienmodel dus. De winsten worden geprivatiseerd -zijn voor de directeuren en aandeelhouders- en de verliezen worden gesocialiseerd - zijn voor de belastingbetalers en nu dus ook voor de spaarders-

Fd 20110405 01008009

Wetenschappers en een bankier over geldschepping

 

Bovenstaande tekst werd door mij op Facebook geplaatst, waarop het in grote getale werd gedeeld. Veel reacties waren positief, sommige negatief. Voor degenen die moeite hebben om te kunnen geloven dat banken echt geld uit het niets scheppen volgt hierna wat gezaghebbende wetenschappelijke bronnen en een bankier zelf over geldschepping te zeggen hebben.

 

Onderzoek door Basil Moore, verricht in de periode 1979 - 2001 bevestigde hoe banken in werkelijkheid geld scheppen. Banken creëren eerst een lening aan een persoon of bedrijf en gelijktijdig een deposito of verplichting aan dezelfde persoon of hetzelfde bedrijf. Als deze geldscheppingspraktijk leidt tot onvoldoende reserves bij een bank dan wordt achteraf voor aanvulling van de buffers gezorgd. Reserves volgen dus uit geldschepping en niet andersom, dus geldschepping is niet het gevolg van beschikbare reserves, zoals spaargeld. De bevindingen van Moore zijn door meerdere onderzoekers, zoals Kydland en Prescott (1990) bevestigd.

 

De observatie, die de ex- senior vice-president van de New York Federal Reserve, Alan Holmes al in het begin van de discussie over dit onderwerp maakte, dat: 'beheersen van inflatie door controle over de geldhoeveelheid door de centrale banken berust op de naïeve veronderstelling, dat het geldvermenigvuldigingseffect in de praktijk werkt' is veelzeggend. Met het geldvermenigvuldigingseffect bedoelt Holmes, dat de commerciële banken  op basis van de beschikbare reserves (spaargeld, deposito's) geld door schuld scheppen, wat ook wel wordt aangeduid met 'fractioneel bankieren'.  Afhankelijk van de reserve eis die de centrale bank aan de commerciële banken stelt, kunnen er leningen worden verstrekt. Bijvoorbeeld, als de eis 10% reserve aan beschikbaar geld  is, dan kan een commerciële bank op basis van 100.000 euro leningen tot 900.000 euro scheppen en als de eis 20% zou zijn dan kan die bank leningen tot een bedrag van 400.000 euro creëren. Als het geldvermenigvuldigingsprincipe in de praktijk zou werken, dan zouden centrale banken zoals de Europese Centrale Bank en de Federal Reserve in de VS de geldhoeveelheid kunnen beheersen, waardoor er geen wildgroei zou plaatsvinden. De werkelijkheid is anders, want:  "In de praktijk scheppen banken kredieten en leningen en gelijktijdig deposito's om achteraf de reserve op het vereiste niveau te brengen."(Holmes 1969)

 

Er is geen grens aan geldschepping door commerciële banken. Zolang de economische omstandigheden door de banken zelf als gunstig worden gekwalificeerd, gaat het geldschepping-door-schuld proces in een onverminderd tempo door. Het lijkt op een ballon die steeds verder wordt opgeblazen en waarbij het aan het inzicht van de blazer wordt overgelaten wanneer deze moet stoppen. Dit is de reden waarom banken in economisch gunstige tijden bij wijze van spreken lopen te leuren met leningen en waarom er bij economische tegenwind zo hard op de rem wordt getrapt dat er nauwelijks meer krediet te krijgen is.

 

Commerciële banken scheppen daadwerkelijk geld uit het niets. Als u een lening contract met de bank tekent, dan gaat u niet alleen een schuld aan, maar u bent tegelijkertijd degene die de bank dekking verschaft door het gelddeposito dat door de bank op uw naam in de boeken wordt opgenomen. Over dit geld uit het niets betaalt u rente. Denkt u daar eens over na. Geld dat van niemand is, waarvoor geld wordt gevraagd. Rente is zo sterk met ons westerse materiële denken verweven geraakt, dat veel mensen  de gedachte dat er voor een lening geen rente zou moeten worden betaald, te zot voor woorden vinden. In werkelijkheid legt het geld met geld verdienen een voortdurende druk op de echte economie, die het moet hebben van de waarde van de goederen en diensten die hierin door mensen worden voortgebracht. Deze druk leidt tot exploitatie en uitputting van natuurlijke hulpbronnen, grondstoffen, planten, dieren en niet op de laatste plaats de mens zelf, omdat het grootste deel van de mensheid zich tot het uiterste moet inspannen om hun schulden met rente terug te betalen ten gunste van de enkelen .

 

De geldinjecties die vanaf het begin van de crisis door centrale banken en door overheden aan banken worden gegeven komen vanwege het hierboven geschetste geldscheppingsproces niet in de echte economie terecht. Banken maken pas op de plaats. Leningen verstrekken wordt als te risicovol gezien en de aandacht is eenzijdig gericht op het versterken van de eigen reserves. Want die zijn door het 'opblazen van de ballon' en door de vele te grote risico's die banken in de goede tijd hebben genomen op jacht naar meer winst zo sterk aangetast, dat het aanvullen van de reserves absolute prioriteit heeft. De enorme schuldenberg die in de gunstige jaren is opgebouwd kan bovendien maar moeilijk worden teruggebracht omdat door de crisis veel bedrijven en particulieren financieel in de problemen zijn geraakt. Hierdoor worden banken gedwongen om verliezen te nemen, wat weer een negatieve invloed heeft op de reserves.

Steve Keen

Prof. Steve Keen

 

 

Geen banken 'oude stijl' meer, wat dan wel?

 

Banken zijn in hun huidige vorm niet het geschikte instrument om de economie uit het slop te halen. Wat zou er kunnen worden gedaan om die economie wel de impulsen te geven die het zo nodig heeft om weer in beweging te komen?  Prof. Steve Keen schrijft in 'Debunking Economics': 'Er is een eenvoudige, maar wel zeer confronterende, manier om de negatieve spiraal te doorbreken en dat is een unilaterale afschrijving van alle schulden . Deze aanpak, die in oude culturen regelmatig werd toegepast staat bekend als een 'Jubilee' (jubeljaar). Het is strijdig met de heersende opvatting binnen de  kapitalistische samenleving waarin het afbetalen van schulden als een morele verplichting wordt gezien. De oude beschavingen onderkenden echter juist die grote zwakte in een kapitalistische structuur, namelijk dat mensen op de duur verdrinken in de steeds omvangrijker wordende schuld en renteberg. Het zou dwaas zijn om te ontkennen dat hetzelfde mechanisme niet aanwezig is in de moderne kapitalistische samenleving, want het piramidespel van schuldcreatie door de banken leidt op den duur tot de situatie waarin onze samenleving steeds nadrukkelijker komt te verkeren.'  

 

Keen pleit voor een eenmalige afschrijving van alle schulden. De methode die hij hiervoor aanbeveelt is dat de staat eenmalig geld schept ter grootte van alle publieke en private schulden en dat met dit geld de digitale kassen van de banken worden gevuld, om vervolgens daarmee alle schulden 'overheid, bedrijven en particulieren- af te lossen. Het gevolg hiervan is dat spaarders, depositohouders en anderen die geld tegoed hebben van de bank wel over dat geld beschikken, maar er geen rente meer op ontvangen omdat de bank op zijn beurt geen rente meer ontvangt op het uitgeleende geld.

Hierna volgen drie opties om het anders aan te pakken:

 'A simple argument beats a complex argument', de complexiteit van het financiële stelsel is de camouflagedeken die bewust over het systeem is getrokken, de oplossing voor de problemen die het al meer dan drie eeuwen veroorzaakt is eenvoudig...

De eerste optie : weer op de oude voet verder te gaan en binnen de bestaande kaders aanpassingen aanbrengen waardoor excessen worden voorkomen, zoals het aan banden leggen van speculatie met derivaten en 'het verstrekken van- leningen die bestemd zijn voor speculatieve doeleinden. De zaak zou ook dan op de langere duur weer vastlopen, maar minder snel.

De tweede optie : geldschepping door commerciële banken beëindigen.  Een onder democratische controle staande publieke instelling brengt schuldvrij (niet geleend van de banken of institutionele en particuliere beleggers) en rentevrij geld in omloop. De geldhoeveelheid sluit aan op de behoefte van de echte economie, waardoor er voor alle investeringen en voor de consumptie voldoende geld beschikbaar is. Geldschepping wordt daardoor van de private naar de publieke sector verschoven. Wat niet inhoudt dat de overheid gaat beslissen over de geldhoeveelheid, want dan zou het geldscheppingsproces onderhevig worden aan politieke factoren en dat zou ongewenst zijn. De rol die banken in de nieuwe structuur kunnen spelen is die van distributeur. Met de kennis en ervaring die bij banken aanwezig verondersteld mag te zijn, zou men goed in staat moeten zijn om de geldstromen zo te sturen dat ze daar terecht komen waar ze het hoogste maatschappelijke rendement opleveren en tegelijkertijd wordt voorkomen dat er bubbels ontstaan of dat er leningen worden verstrekt aan bedrijven en mensen die daar niet goed mee omgaan.  Banken moeten dan wel hun verdienmodel wijzigen en hun inkomen niet langer baseren op rente, maar op de geleverde diensten. Want banken blijven eenzijdig op hun eigen belang gefocust en niet op dat van de samenleving in zijn geheel, zolang het succes van het verdienmodel groter wordt naarmate de omvang van kredietverlening en de daaruit voortvloeiende schuldenberg toenemen. 

De derde optie is een variant op de tweede. Banken stoppen met geld door schuld te scheppen en richten zich op dat wat hun belangrijkste kerntaak is, risicoassessment en het beoordelen van ondernemingsplannen. Aan het laatste wordt een belangrijk criterium toegevoegd, namelijk wat de ondernemer met zijn onderneming kan bijdragen aan de ontwikkeling van een menswaardige economie. Omdat banken voor hun resultaat niet langer afhankelijk zijn van de hoeveelheid geld die wordt uitgeleend omdat het verdienmodel niet meer is gebaseerd op rente, kan het accent verschuiven naar de kwaliteit van de dienstverlening. Op dit criterium worden banken in de toekomst afgerekend en hierin moeten ze concurrerend worden. Banken worden niet opgeheven, maar zetten hun activiteiten voort op een voor de samenleving gezondere basis. 

Hoe komen banken in de derde optie aan geld, als zij het zelf niet creëren? Niet van de spaarders, dat is een sprookje dat we inmiddels hoop ik doorzien. Er is veel minder spaargeld beschikbaar dan dat er behoefte aan leningen en kredieten is bij bedrijven en particulieren. Bovendien sluiten de termijnen gedurende welke spaargelden beschikbaar zijn in het geheel niet aan bij de termijnen gedurende welke leningen worden gevraagd, een complete mismatch dus. In dit licht bezien is full reserve banking dan ook niet haalbaar.

Stel, u gaat naar de bank toe voor een hypothecaire lening van 200.000 euro en de bank fiatteert uw aanvraag. In de oude situatie bracht de bank 200.000 euro links en rechts in op de bankbalans, zoals hierboven beschreven. De bank nieuwe stijl meldt de goedgekeurde lening bij het publieke instituut, dat de aanvraag slechts toetst op macro economische criteria, in het bijzonder of de geldhoeveelheid in de pas blijft met het Bruto Binnenlands Product (BBP) en of de leningen niet in overmaat naar bepaalde sectoren gaan. Dit laatste om te voorkomen dat er 'bubbels' optreden en het eerste omdat dat wat wij met z'n allen produceren aan waarde van goederen en diensten de enige echte basis is voor geldschepping.

De toetsing van de hypothecaire lening is OK en de bank gaat ertoe over om de lening aan u te verstrekken. De publieke instelling die de geldschepping regelt en beheert schrijft 200.000 euro nieuw gecreëerd geld bij. Wat betaalt u aan de bank? De nota voor de dienstverlening, de nota 's voor het administratieve beheer en een bijdrage aan de reserve om niet terugbetaalde bedragen te kunnen afdekken, een soort collectieve verzekering dus. Banken nieuwe stijl moeten concurreren, dus als de tarieven die u in rekening worden gebracht te strak zijn en/of de dienstverlening van mindere kwaliteit, dan verliest deze bank zijn positie op de markt. Banken worden dus zowaar 'normale bedrijven' die niet langer concurreren op geld en varianten van geld, maar op kwaliteit.

Als het probleem volgens u zou zijn dat de staat toch niet 'zomaar' geld kan scheppen uit het niets, dan wijs ik u op wat banken al heel lang doen en dat is geldscheppen uit het niets. Dus wat dat betreft is er geen verschil tussen de oude en de nieuwe situatie. HET GROTE VERSCHIL is echter, dat commerciële banken private belangen dienen en dat het scheppen van geld door private banken met een winstoogmerk wordt gedaan op basis van een verhoudingsgewijs zeer laag eigen vermogen en dat daardoor banken altijd erop uit zijn om de leningen te verstrekken die bij een laag risico relatief veel rente opleveren. Dit is ook de reden waarom banken niet geïnteresseerd zijn in kleine(re) ondernemers en evenmin in hypotheken als die niet door de staat zijn gegarandeerd. Die hypotheken worden verkocht via Special Purpose Vehicles. Op de securitisatie van hypotheken, want zo wordt dit genoemd, kom ik terug in een afzonderlijk artikel.

 

De invloed van rente

 

Prof. Margrit Kennedy heeft belangrijk onderzoek verricht met betrekking tot rente en het herverdelingsmechanisme dat daarmee is verbonden en dat er in hoge mate toe bijdraagt dat de vermogensverdeling -ook in Nederland- enorm scheef is. Hieronder geeft zij een toelichting op haar onderzoeksconclusies:

 

Op basis van de CBS statistische informatie is door Ad Broere (c) een vergelijking gemaakt tussen de vermogensverdeling in 2006 en die in 2012. Alle Nederlandse huishoudens - 7,4 miljoen- zijn verdeeld in 10 groepen van gelijke grootte, dus van 740.000 huishoudens. Uit de laatste kolom blijkt dat de groepen 1 tot en met 8 vermogen hebben ingeleverd en dat groep 9 er iets op vooruit is gegaan, maar dat groep 10 - de rijkste Nederlanders- hun vermogen als enige groep flink hebben zien groeien: met 70 miljard of 11%. De crisis heeft de vermogensongelijkheid dus vergroot. Deze tabel bevestigt dus dat wat Margrit Kennedy heeft gezegd:

Vermogensverdeling 2006 12

Rente is niet alleen een belangrijke oorzaak van vermogensscheefgroei, het jaagt ook inflatie aan omdat de geldhoeveelheid erdoor toeneemt. Als gevolg hiervan ontwaart het geld. Als er geen rente meer zou worden gevraagd en ook niet langer zou worden vergoed dan zijn spaarders uiteindelijk beter af. Want de rentevergoeding op spaargeld houdt geen gelijke tred met de inflatie, waardoor het bezit in spaargeld minder waard wordt, ondanks de rente. In een renteloze economie behoudt het geld zijn waarde, dus de pensioenpremies die in 2014 worden ingelegd hebben dezelfde financiële waarde in 2044.

 

Conclusie

 

Als het inzicht algemeen gaat worden dat banken in hun huidige vorm niet passen in een nieuwe 'menswaardige- economie en dat de particuliere en private schuldenberg een verstikkende uitwerking heeft op de echte economie, dan is er zonder twijfel ook de wil aanwezig om tot een grondige hervorming van het financiële stelsel over te gaan,  waardoor de samenleving nieuwe kansen krijgt.

 

© Ad Broere

Ad Broere
webdesign by vincken.eu