Waarom is een economisch herstelfonds nodig?

23 november 2011 In zowel Een Menselijke Economie als in Ending the Global Casino
doe ik een pleidooi voor het herstel en de vernieuwing van de economie.
 Dit geldt in het bijzonder voor het midden- en kleinbedrijf. Als de
tendens van de afgelopen decennia zich nog een paar jaar voortzet, dan
is het MKB straks  geen factor meer in de Nederlandse economie. En dat
is slecht voor de werkgelegenheid en voor innovatieve initiatieven op
het gebied van bijvoorbeeld voeding, gezondheidszorg, schone energie, ecologische huizenbouw en nog veel meer. De overheid heeft niet langer de
beschikking over het geld om investeringen in het MKB te kunnen
ondersteunen. Banken mijden deze sector vanwege het risico, waarbij
vooral de financiering van jonge ondernemers die de Nederlandse economie
nieuw elan kunnen geven vaak problematisch is. Omdat de grote groep
Nederlanders die is aangewezen op inkomen uit werk er alle belang bij
heeft dat het MKB wordt versterkt is het van groot belang dat er een
fonds komt van waaruit renteloze leningen kunnen worden verstrekt aan ondernemers die kunnen en willen bijdragen aan de vernieuwing van de economie.

Sociaal ondernemen

Op zoek naar de menselijke maat in de economie kwam ik drie jaar
geleden in contact met Henk Smit van Driekant  en Carin Wormsbecher van
Drukkerij Wedding. Ik heb beiden geïnterviewd voor mijn eerste boek Een Menselijke Economie.
Door het contact met deze twee sociale ondernemers heb ik ontdekt dat
menselijkheid en economie  heel goed samen kunnen gaan.  Zij hebben
korte metten gemaakt met de ideeën , die er bestaan rondom  ondernemers
die niet aandeelhouderswaarde en het eigen inkomen boven aan de lijst
zetten. Over sociale ondernemers wordt vooral in termen van
‘geitenwollen sokken’ en ‘ze zijn niet zakelijk’ gedacht. Niets is
minder waar.  Want juist de aandacht voor het belangrijkste vermogen
waarover een ondernemer kan beschikken, het menselijke kapitaal,  maakt
dat Bakkerij Driekant en Drukkerij Wedding in deze economisch zware tijd
toch wegen weten te vinden om de onderneming naar een beter vaarwater
te loodsen.  Deze aandacht resulteert vooral in flexibiliteit bij de
medewerkers en de bereidheid bij hen om zich volledig te blijven
inzetten, ook als de omstandigheden ongunstig zijn. En dat onderscheidt
hen van veel collega ondernemers, die in de gouden jaren van de economie
vooral waren gericht op het maximaliseren van de winst van hun
onderneming.

Driekant

Winst

Nu is er niets mis met het behalen van winst, want ondernemers  die
dat niet doen gaan failliet of moeten hun bedrijf gedwongen opgeven.
Maar alles ondergeschikt maken aan dat ene streven van zoveel mogelijk
winst te behalen, holt de onderneming uit en maakt dat het in moeilijke
tijden niet kan overleven. Bovendien blijft  innovatie vaak achterwege,
omdat de investeringen die hiervoor nodig zijn, in de ogen van de
ondernemer te veel risico op verlies van het opgebouwde eigen vermogen
met zich meebrengt. De keus om de productie uit handen te geven aan
bedrijven in lage lonen landen ligt in het verlengde van deze houding.
Het verlaagt het risico dat verbonden is met zelf produceren en voorkomt
problemen met personeel, dat door velen als een blok aan het been wordt
ervaren. Bovendien kwam de druk op goedkoper produceren ook veelal van
de kant van multinationals, waarvan veel midden- en klein bedrijven op
hun beurt  afhankelijk zijn.  

Falende economie

De werkloosheid loopt momenteel sterk op. Hieraan is de teloorgang
van kwalitatieve werkgelegenheid vooraf gegaan. Met kwalitatieve
werkgelegenheid bedoel ik werk waarvoor jongeren op instituten, zoals de
Technische Universiteit, HTS, MTS of LTS werden opgeleid. Het midden-
en kleinbedrijf was traditioneel de motor van de economie.  Het is
steeds de bakermat van technologische vernieuwing  geweest en de
belangrijkste leverancier van werkgelegenheid. Die rol is het MKB
kwijtgeraakt. De leemte die daardoor is ontstaan, werd gedeeltelijk
overgenomen door de overheid en zorgsector. Maar nu de geldproblemen in
beide sectoren voortdurend groter worden, zien we het versneld
verdwijnen van werkgelegenheid en daardoor oplopende werkloosheid.
Vooral bij schoolverlaters met een hogere opleiding. De werkloosheid is
onder deze groep in de afgelopen twee jaar met bijna 40% gestegen.

Tekort aan werkgelegenheid

Het grootste probleem van deze tijd is het tekort aan
werkgelegenheid.  En dat komt vooral omdat de maakindustrie grotendeels
is verdwenen. Deze primaire economische activiteit is de basis voor
economische welvaart. De dienstensector kan alleen effectief
functioneren als de maaksector voldoende krachtig is.  Het onderwijs
heeft in Nederland tot dusver geen bijdrage kunnen leveren aan het keren
van dit tij, omdat de opleidingen grotendeels zijn gericht op de
dienstensector.  Daarom zal ook een impuls moeten worden gegeven aan de
vernieuwing van het onderwijs.Het initiatief dat Henk Smit heeft genomen om te werken aan het mogelijk maken van een Hogere Ambachtsschool past hier geheel in.

Crowdfunding 2

Rol overheid en banken

Voor het herstel van de economische structuur gaat het vooral om het
opleiden en financieren van ondernemers, die vaardig zijn om hun ambacht
als ondernemer uit te oefenen , oog hebben voor innovatie, voor de
economische realiteit, voor wie ze hun product maken of  aan wie ze hun
dienst verlenen en die vooral hun medewerkers als individu zien in
plaats van als productiemiddel.  Het oude gezegde: ‘De cost gaat voor de
baet uit’ gaat echter ook in deze tijd nog steeds op. Er moet worden
geïnvesteerd. En daarvoor is geld nodig, dat niet door de overheid of
door de banken zal worden geleverd. De overheid heeft zich uitgeput in
het redden van banken. De banken hebben zich begeven in activiteiten
waar men bij vandaan had moeten blijven en zich daardoor in het streven
naar meer aandeelhouderswaarde onnodig veel risico op de hals gehaald.
Niet dat banken ooit veel op hebben gehad met het midden- en
kleinbedrijf, want het ging altijd al om te kleine bedragen in
combinatie met wat banken zagen als te veel risico. Omdat de overheid
bijsprong met diverse subsidieregelingen wilde het echter in het
verleden nog wel lukken met de financiering van nieuwe MKB bedrijven.
Maar nu de overheid het noodgedwongen laat afweten,  trekken banken zich
steeds meer terug uit de financiering van het MKB.

Financiering van het herstel

Het geld om te investeren in het herstel van de economie zal daarom
moeten komen van ons zelf. Wachten op betere tijden heeft geen zin.
Bovendien, de kans dat het  MKB binnen enkele jaren geheel zal zijn
verdwenen is groot, als er niets wordt gedaan. Het gaat daarbij om
onderwijs, maar vooral om het financieren van beginnende jonge
ondernemers. In plaats van dat jonge mensen zich moeten uitputten in het
schrijven van theoretische ondernemingsplannen en diverse voordrachten
voor commissies, ambtenaren en accountmanagers, terwijl nog geen 10% van
hen de financiering voor elkaar krijgt, zouden startende ondernemers
veel meer getoetst moeten worden op de eerdergenoemde kwaliteiten door
ervaren ondernemers en in aanmerking moeten  komen voor een renteloze
lening. Renteloos? Ja, want het is ronduit schandalig hoe een
beginnende ondernemer op achterstand wordt gezet door rentetoeslagen,
omdat de financiering risicovol zou zijn. Of als er al een informal
investor zou zijn door vaak belachelijk hoge rendementseisen.

Wat u kunt doen

Hoe krijgen we het voor elkaar om renteloze leningen te verstrekken
aan beginnende ondernemers en ondernemers-voor-ondernemers
opleidingsinstituten? Nederland telt 600 goede doelen fondsen, waaraan
in het algemeen ruimhartig wordt gedoneerd. Want Nederlanders zijn
–gelukkig nog steeds- een vrijgevig volk met een open oog voor de noden
in de wereld. Nu is het echter de hoogste tijd om voorrang te geven aan
de eigen economie. Als dat niet gebeurt, dan hebben de 600 fondsen
straks weinig donateurs meer. 

Op dit moment is er nog geen fonds in oprichting. Voor het realiseren
hiervan is veel inzet nodig, zoals het vinden van geschikte mensen,
organisatorisch, juridisch, ICT en financieel. Ik roep daarom iedereen
op die hieraan een positieve en constructieve  bijdrage kan en wil
leveren om contact met mij op te nemen op info@adbroere.nl.

Ad Broere, econoom

De Volkskrant, 26 november 2011 in het artikel Is dit onze toekomst?:

‘Over de hele wereld hebben mensen het gehad met het huidige kapitalistische systeem.’

De financiële sector zou zijn oorspronkelijke functie moeten terugkrijgen: investeren in de reële economie in plaats van de onderlinge handel in financiële producten die op lucht gebaseerd zijn.’

Er zijn allerlei nuttige projecten waarvoor geld nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en alternatieve energiebronnen.’

De meeste burgers prefereren economisch herstel boven een wereld waarin ik jouw belastingformulier invul als jij mijn haar knipt.’

En de conclusie: Gedurfde ideeën zijn nodig. We kunnen ons de luxe om niet utopisch te denken niet meer permitteren.’

Welnu, ik reik hier een gedurfd idee aan op basis van een utopische gedachte. Wie is bereid in te stappen?

info@adbroere.nl

FD 28 november 2011:

Kabinet miskent belang sector en laat onnodig hoogwaardige
industrie weglekken naar lagelonenlanden

Het kabinet laat de maakindustrie in de kou
staan. Kleinere industriële sectoren zitten te veel ‘onder de radar’; een
gemiste kans om de internationale concurrentiekracht te versterken. Steeds meer
hoogwaardige industriële activiteiten lekken zo onnodig weg naar
lagelonenlanden. Geef dit vakmanschap meer aandacht, anders sterft de sector
over twintig jaar uit. Dit is funest voor de slagkracht van onze economie.

Van de beroepsbevolking werkt 16% in de industrie, die goed is voor ongeveer €
23 mrd aan omzet in 2010, voor 50% bijdraagt aan de economische groei en goed
is voor 80% van de R&D-investeringen.

Behoud daarvan moet een van de troefkaarten van het kabinet zijn.

De overheid richt zich te veel op multinationals en hightechbedrijven.

Er moeten keuzes worden gemaakt, maar de accenten liggen niet goed. De
kleinere, hoogwaardige maakindustrie krijgt onvoldoende steun door de sterke
lobby van de hightechindustrie. De toegevoegde waarde van het ambacht wordt zo
onderschat.

FD 1 december 2011:

Voor mkb’ers die bij de bank geld willen lenen wordt 2012
een moeilijk jaar. Volgens economisch adviseur en oud-cfo van het ABP, Jan van
de Poel, zal de financiering die banken het mkb verstrekken in 2012 met 20% dalen.
ABN Amro en ING erkennen dat de kredietverlening zal afnemen.

Van de Poel: ‘Een bankier moet evenveel energie steken in een
kleine als een grote ondernemer. de transactiekosten in het mkb zijn hoog. dat
er geknepen wordt, is begrijpelijk. Het is een gemakkelijke uitweg.’ Volgens de
oudhoogleraar accounting dreigt het mkb de dupe te worden van het aan banden
leggen van de banken.

Van de Poel roept minister Maxime Verhagen van Economische
Zaken, Landbouw & Innovatie op om bedrijven te helpen bij het zoeken naar
alternatieve, niet bancaire, financiering. ‘dat houdt meer in dan ergens op een
namiddag een ”round table” organiseren.

Er moet snel iets gebeuren.’

Van de Poel was lid van de expertgroep die in opdracht van
Verhagen onderzoek deed naar de beschikbaarheid van krediet voor het mkb, dat
voor 90% afhankelijk is van bancaire financiering. de expertgroep constateerde
afgelopen zomer al dat sprake is van ‘structurele fricties’ in de financiering
van het mkb. daarbij gaat het om kleinere, op Nederland gerichte bedrijven en
snelle groeiers.

Een woordvoerder van ABN Amro erkent dat de kredietverlening in
2012 zal afnemen.  Een woordvoerder van ING zegt dat beperkende maatregelen
voor banken kredietverlening aan ondernemers moeilijker maken.

Volkskrant 19 december 2011:

‘Fondsen en investeerders die geld willen steken in de creatieve industrie, krijgen hun bijdrage verdubbeld door het nieuwe MKB+ innovatiefonds. Daarvoor is 8 miljoen euro beschikbaar. Minister Verhagen van Innovatie maakte dit vandaag bekend. De creatieve sector krijgt een extra zetje omdat het vaak om kleine ondernemingen gaat, die moeilijker aan kapitaal kunnen komen. Nieuw aan dit fonds is, dat ondernemers die hun vernieuwende producten op de markt brengen, de investering van het fonds terugbetalen. Zo kan het Fonds in plaats van een ondernemer, vier tot vijf ondernemers van krediet voorzien.’

Het economisch herstelfonds krijgt dus steun uit onverwachte hoek. Elke euro die renteloos door het herstelfonds wordt uitgeleend aan startende innovatieve ondernemers in de creatieve industrie -waarin vernieuwingen op het gebied van voeding, gezondheid, energie, huizenbouw enz. zijn begrepen- wordt verdubbeld met een renteloze lening door het innovatie.

De gedachte van terugbetaling van de lening waardoor er meer ondernemers kunnen worden geholpen vanuit het fonds, werd al door mij als een van de peilers van het economisch herstelfonds naar voren gebracht.