De pensioenen staan op de tocht. Berichten in de media over dit onderwerp worden steeds alarmerender. Een paar maanden geleden ging het nog over een beperkte korting in 2013. Nu is er alweer een tweede verlaging in zicht. Om er nog een schepje bovenop te doen zijn de belastingtarieven in de laagste schijf tot 18.945 euro vanaf 1 januari 2013 van 1,95% naar 5,85%.  Voor 65plussers betekent dit een belastingverhoging tot 740 euro per jaar. of 60 euro per maand. In april 2013 volgt nog de aangekondigde korting van de pensioeninstellingen, met een open einde want de tweede korting van onbekende omvang volgt een jaar later. De sterk groeiende groep van 65plussers wordt dus op meerdere manieren gekort. Ten eerste door de overheid die zich politiek ondergeschikt heeft gemaakt aan de begrotingsafspraken binnen de EU en die er niet voor terugschrikt om ouderen met een laag pensioen die al moeten rekenen om rond te komen nog wat meer te korten. Ten tweede door de pensioeninstellingen, die te weinig reserves zouden hebben om aan hun (zeer) langlopende verplichtingen te kunnen voldoen. Toch is er geen land ter wereld waar zo ijverig is gespaard voor de 'oude dag'. Het is daarom tijd om alles eens op een rij te ztten.

 

AOW

 

Wat de meeste mensen onder pensioen verstaan is de Algemene Ouderdomswet (A.O.W.) . Elke Nederlander die de 65 is gepasseerd ontvangt AOW. Deze collectieve voorziening is gebaseerd op het zogenaamde omslagstelsel.  Dit betekent, dat er geld wordt ingehouden op het loon van de werkende Nederlanders en op het inkomen van welvarende 65+ers en dat de op die manier verkregen middelen door de overheid tot uitkering worden gebracht. Toen er nog verhoudingsgewijs veel werkenden waren ten opzichte van 65-plussers, was de uitkering van de AOW geen probleem.  Maar in deze jaren komen er steeds meer 65-plussers en minder werkenden, waardoor de pot krapper wordt. In de nabije toekomst kan er onvoldoende geld zijn om de AOW nog te kunnen betalen. Als dat het geval is dan moet de overheid de AOW gedeeltelijk gaan betalen met belastinggeld. Om deze ongewenste situatie te voorkomen is een kunstgreep bedacht. En dat is het verhogen van de AOW gerechtigde leeftijd. De verhitte discussie die in de afgelopen maanden is gevoerd ging hoofdzakelijk over dit onderwerp. 

 

AOW heeft dus niets te maken met pensioenfondsen en beleggingen. Het is gebaseerd op het solidariteitsbeginsel, dat jongeren voor ouderen zorgen. Zo heeft 'vadertje' Drees het in de vijftiger jaren van de vorige eeuw bedacht in een tijd dat de samenleving er nog anders uitzag en mensen gemiddeld niet zo oud werden.  De geboortegolf van na de tweede wereldoorlog hielp mee om de AOW voor de ouderen lang zonder problemen op te kunnen brengen, omdat er vanaf de jaren zeventig ruimschoots meer werkenden dan gepensioneerden waren. Nu de geboortegolf zelf de 65 gaat passeren wordt de druk op de geldpot echter steeds groter en is in 2013 al de tijd aangebroken, dat de overheid de pensioengerechtigde leeftijd geleidelijk gaat verhogen tot 67 jaar. 

 

De AOW was en is dus een zaak van werkenden en gepensioneerden, aangevuld met bijdragen van de meer welvarende 65+ers. De overheid is zich ermee gaan bemoeien, omdat de geïnde AOW premies niet langer toereikend zijn voor de uit te betalen AOW aan de pensionado's. Het is navrant, dat in de jaren dat de AOW premies groter waren dan de AOW betalingen, er zo hier en daar wel eens een andere bestemming is gegeven aan de AOW pot�?�

 

 

 

Collectieve Pensioenen

 

Anders dan met de AOW ligt het met de collectieve pensioenen.  Collectieve pensioenen lopen via bedrijfstakpensioenfondsen zoals het ABP, het PME en Zorg en Welzijn (PGGM) en fondsen van individuele grote ondernemingen, zoals Shell en ING. Naast de AOW premie wordt op uw inkomen pensioenpremie ingehouden. Het geld dat u hiervoor maandelijks via uw werkgever betaalt, vloeit in de kas van het pensioenfonds.  Hiermee bouwt u, anders dan bij de AOW, een persoonlijk pensioenrecht op.  De pensioenpremie wordt voor een kleiner deel door uzelf betaald en voor een groter deel afgedragen door de werkgever. De premies verschillen per bedrijfstak.  Aan het ABP wordt 21% van het inkomen aan pensioenpremie afgedragen.  In de detailhandel is dit ruim 16%. In het algemeen wordt over het eerste gedeelte van het inkomen ' meestal zo'n 10.000 euro- geen premie betaald.  Dit heet franchise. Het totale bezit (vermogen) van de pensioenfondsen bedraagt ongeveer 750 miljard euro.  Er zijn in Nederland ongeveer 7,4 miljoen huishoudens. Dit betekent, dat er op dit moment per huishouden een pensioenpot van 100.000 euro beschikbaar is. 

 

Het woord onderdekking duikt steeds op in de media, zonder dat echt duidelijk wordt gemaakt wat ermee wordt bedoeld. Onderdekking betekent, dat het pensioenkapitaal onvoldoende is om aan alle verplichtingen voor de komende veertig jaar te kunnen voldoen. Hoe komt het dat men zo zeker weet dat het pensioenvermogen dermate ontoereikend is, dat Gerard Riemen, directeur van de Pensioenfederatie bij Pauw en Witteman een aantal maanden geleden de noodklok heeft geluid over de pensioenen en kortingen tot 15% op de eerder gedane toezeggingen  in het vooruitzicht heeft gesteld? Volgens Riemen komt dit vooral door het feit dat 'wij' langer leven dan werd voorzien en de druk op de fondsen daardoor steeds groter wordt. Wat hij niet zegt is, dat er sprake is van een rekenrente, waarmee de toekomstige verplichtingen contant worden gemaakt naar vandaag. 

 

Dit is een punt waarop velen zullen afhaken. En toch is het belangrijk om te begrijpen wat met deze abracadabra wordt bedoeld. Dus leest u alstublieft door. Als u uw kind hebt beloofd over exact een jaar 2000 euro te schenken, hoeveel moet u dan nu op uw spaarrekening zetten om over dat ene jaar 2000 euro  tot uw beschikking te hebben? U moet, om hierop een antwoord te kunnen geven, weten hoeveel rente er op de spaarrekening wordt vergoed. Als dat 2% is, dan is het bedrag dat u nu moet inleggen 1.961 euro. Want 2% over 1.961 euro levert u in een jaar 39 euro rente op en maakt dus dat u over een jaar 2000 euro beschikbaar hebt. Precies hetzelfde principe wordt toegepast door de pensioenfondsen.  Maar anders dan bij de spaarrekening in het voorbeeld, moeten pensioenfondsen rekenen met een fictief percentage waarmee hun vermogen groeit. Dit fictieve percentage heet rekenrente. Het wordt ontleend aan wat een 'risicoloze' investering op dit moment oplevert. Zo'n 'risicoloze' investering is bijvoorbeeld de Duitse staatslening, waarop een erg lage rente wordt vergoed. Het gevolg hiervan is, dat de rekenrente zeer laag is en dat de pensioenfondsen veel kapitaal moeten hebben om op papier aan hun toekomstige verplichtingen tot over veertig jaar te kunnen voldoen.

 

Als de pensioenfondsen in werkelijkheid het aan hen toevertrouwde geld uitsluitend zouden beleggen  in 'risicoloze' investeringen, dan zou het juist zijn om een lage rekenrente te hanteren. De werkelijkheid is echter, dat pensioenfondsen het aan hen toevertrouwde  geld voor een belangrijk deel in aandelen beleggen en bij hun beleggingen allerlei (dure) financiële technieken gebruiken om de winst veilig te stellen. Daardoor is het percentage dat pensioenfondsen verdienen veel hoger dan de rekenrente. Het ABP bijvoorbeeld, maakte in 2010 28 miljard winst op een totaal kapitaal van 271 miljard euro en dat is meer dan 10%. Ook onder moeilijke omstandigheden heeft het ABP in het eerste halfjaar 2012 nog een rendement van 6% geboekt, nog altijd ruimschoots meer dan de huidige rekenrente van 2,74%. Maar hoe meer winst de pensioenfondsen nastreven, hoe groter het risico is waaraan zij blootstaan. Welk risico? Dat de aandelen in waarde zakken, omdat de beurs onderuit gaat. En dat heeft grote gevolgen. Het ABP heeft bijvoorbeeld 96 miljard aandelen van de totaal 271 miljard euro kapitaal in bezit (35%). Voeg daaraan de vastgoed beleggingen, derivaten en risicovolle leningen (aan landen zoals Italië, Spanje, Portugal, Griekenland etc.) toe en de ontstellende conclusie is,  dat er meer dan 200 miljard van de totaal 271 min of meer risicovol is, kan worden getrokken. Uw aanvullende pensioen is dus zeer afhankelijk van de financiële markt in het algemeen en de beurs in het bijzonder.  Het enorme kapitaal dat door de pensioenfondsen wordt beheerd staat  allerminst vast. Het zou daarom beter zijn als de pensioenfondsen minder risico zouden nemen. Waarom doen ze dat niet? Dat is het gevolg van het wanbeleid dat in de periode tussen 1980 en 2006 is gevoerd.

 

Pensioendiefstal

 

De afhankelijkheid van de beurs heeft in de 'gouden' jaren  vanaf 1980, de hoogtijdagen van de vrije handel en het globalistische denken enorme voordelen opgeleverd. In de periode tussen 1980 en 2006 werd er dermate veel verdiend door de pensioenfondsen, dat de vermogens waarover men beschikte ruimschoots voldoende waren om aan alle verplichtingen voor de zeer lange termijn te kunnen voldoen. Tenminste, dat dacht men met de kennis van toen. Het was dan ook zeer verleidelijk voor de werkgevers, inclusief de grootste van Nederland, de overheid, om de bijdragen aan het fonds te verminderen. Er was immers toch genoeg. Jarenlang hebben vrijwel alle werkgevers daarom het werkgeversdeel van de pensioenpremies niet afgedragen aan de pensioenfondsen. Dit tot groot genoegen van de aandeelhouders van de bedrijven met bedrijfspensoenfondsen zoals Shell, ING etc., die profiteerden van de besparingen op de kosten, die hierdoor werden geboekt. En de overheid profiteerde van de lagere uitgaven, waardoor er geld beschikbaar kwam voor andere doeleinden. 

 

Hier bleef het helaas niet bij. Veel werkgevers deden bovendien ook nog een greep in de pensioenpot. Zij onttrokken geld uit de kas van 'hun' pensioenfonds om dit geld op een andere manier te besteden dan waarvoor het bestemd was. In Zembla van de VARA werd op 5 februari 2011 uit de doeken gedaan, dat in de regeringsperiode van minister president Ruud Lubbers en minister van financiën Onno Ruding 30 miljard gulden werd onttrokken aan de kas van het ABP. Ruding verklaarde op het waarom van deze handeling in Zembla, dat de reorganisatie van de overheid met deze middelen moest worden gefinancierd en dat de aardgasbaten niet meer toereikend waren om het daaruit te kunnen doen.  Zoiets heet gelegaliseerde diefstal! Gelegaliseerd omdat er een 'uitnamewet' door het parlement werd goedgekeurd en er dus juridisch niets tegen deze gapperij kon worden gedaan.

 

Het geld dat door de pensioenfondsen wordt beheerd  is het uitgestelde loon van werknemers! Daar moet de werkgever van afblijven. En ook niet besluiten om zijn deel maar niet meer bij te dragen, omdat er toch wel genoeg is. In opdracht van Zembla werd uitgezocht dat, als alle premies normaal zouden zijn doorbetaald en er geen onttrekkingen zouden zijn gedaan uit de kas, dan was het totale vermogen van de pensioenfondsen meer dan het dubbele geweest van wat het nu is. Er zou dan geen sprake zijn geweest van onderdekking en nood maatregelen. Zelfs al zou de overheid het geld dat onttrokken is terugstorten in de kas van het ABP, dan is het gemiste rendement over 30 jaar (tussen 1982 en 2012) nog een belangrijke factor. Het gemiddelde 15-jaarsrendement van het ABP is 6%. Als er in de jaren 80 geen 30 miljard gulden zou zijn onttrokken, dan zou er 172 miljard gulden meer vermogen zijn geweest. Nog afgezien van het effect van de te lage premieafdrachten, die volgens Frijns, oud-directeur beleggingen van het ABP, in de jaren negentig zo'n 25 miljard euro hebben bedragen

 

Sterker nog, de pensioenfondsen hadden het zich kunnen permitteren om in deze moeilijke periode over te schakelen op een beleid waarin risico's zoveel mogelijk worden gemeden, omdat er immers toch ruim voldoende kapitaal aanwezig was.

 

De directe korting tot 15% op pensioenen is niet het enige konijn, dat de autoriteiten uit de hoge hoed hebben getoverd. Al jaren wordt er indirect gekort op pensioenen, door van eindloonregeling over te stappen op middelloonregeling. Een pensioenuitkering over het eindloon houdt in, dat de basis voor de uitkering het laatst genoten salaris is. Vanzelfsprekend is dit een dure regeling, want de premies zijn, in de veertig jaar waarin iemand zijn pensioen opbouwt, betaald over de echte lonen en die zijn altijd lager dan het laatst genoten loon. Een pensioen over het gemiddelde loon of anders gezegd, een middelloonregeling, is daarom beter op te brengen voor de pensioenfondsen dan een eindloonregeling. Maar toch, de kosten van levensonderhoud zijn voor gepensioneerden niet gebaseerd op het gemiddelde van de kosten over de afgelopen veertig jaar. Want er is sprake van inflatie en voor een euro kan nu minder worden gekocht dan twintig of veertig jaar geleden.

 

In het licht van het bovenstaande is de uitspraak van Riemen bij Pauw en Witteman, dat we niet zo zwaar moeten tillen aan de lagere pensioenuitkeringen omdat het bij aanvullende pensioenen gaat om gemiddeld niet meer dan 500 euro per maand per huishouden en dat we per slot van rekening toch ook nog de AOW hebben, wel erg badinerend . Als er op die manier over pensioenen wordt gesproken, dan vrees ik het ergste voor nieuwe onttrekkingen. Nederland heeft bijvoorbeeld een verplichting van 40 miljard euro aan het Europees Stabiliteit Mechanisme (ESM). Met een beroep op de solidariteit van pensioengerechtigden in deze tijden van nood zou het verschuldigde geld zomaar kunnen worden 'geleend' uit de pensioenfondsen. Nadat de pensioengerechtigden zich door de verhalen over ernstige onderdekking eerst hebben verzoend met de gedachte dat onze pensioenen niets meer waard zijn en deze zwaar gekort zijn, valt er een belangrijk deel van de verplichtingen van de pensioenfondsen vrij. Na wat er in het verleden is uitgehaald, kan deze redenering in elk geval niet naar het rijk der fabelen worden verwezen.

 

 

 

Crowdfunding 1

Een taak voor de overheid

 

Pensioengerechtigden verkeren in een afhankelijke positie. Een verantwoordelijke overheid zorgt ervoor, dat deze positie wordt beschermd. Door de uitnamewet in de tachtiger jaren aan te nemen en grote bedragen aan het ABP te onttrekken heeft diezelfde overheid in dit verband een verkeerd signaal afgegeven. Een nieuwe greep in de kassen van de pensioenfondsen is zeker niet onwaarschijnlijk. In dit licht worden de kortingen op pensioenen en het schimmige gedoe rond de dekkingsgraad verdacht. Verdacht omdat hierdoor de ruimte ontstaat om opnieuw diefstal te plegen. Pensioenreserves worden kennelijk beschouwd als geld dat naar believen voor andere doeleinden kan worden gebruikt. De algemene gedachte was destijds dat er toch meer dan voldoende aanwezig was. Deze mentaliteit bleef onveranderd in de negentiger jaren toen het niet zo nauw werd genomen met de premiestortingen in de pensioenfondsen. Werkgevers, waaronder ook de overheid hebben jarenlang gekort op hun premiestortingsverplichting en maakten hierin de werknemers tot 'medeplichtigen' door ook op het werknemersdeel te korten. Want er was immers toch voldoende dekking. Onbegrijpelijk, want het kan gewoon niet waar zijn dat de planners geen rekening hebben gehouden met economische tegenwind en het ouder worden van de babyboom generatie.

 

Er waren eind 2011 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 2,6 miljoen 65plussers in Nederland. 60% hiervan had een inkomen beneden 20.000 euro en 80% minder dan 30.000 euro. Verreweg de meeste Nederlanders hebben dus een bescheiden inkomen na hun 65ste.  De overheid haalt door de belastingverhoging 1,4 miljard euro weg bij een groep die deze inkomensverlaging niet kan missen. Dit is in strijd met de zorgplicht van diezelfde overheid en het is daarom vanzelfsprekend dat de 80% worden gecompenseerd. Dit betekent een extra uitgave van 1,4 miljard euro. Beschouw het als een terechte compensatie voor het onttrokken geld tijdens de periode Lubbers-Ruding en leg Brussel maar uit dat deze lastenverzwaring iets te enthousiast is geweest.

 

 

© Ad Broere

 

Dit is een bewerking van een op 20 juli 2012 geplaatst artikel

Ad Broere
webdesign by vincken.eu