De Rechten van de Mens

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd op
10 december 1948 door alle lidstaten van de Verenigde Naties ondertekend. In
deze verklaring werden 30 rechten vastgelegd die voor iedereen ter wereld
gelden. Vooral in deze tijd is het van groot belang om stil te staan bij deze dertig rechten. Laten we ons niet ontnemen wat de basis is van ons leven en voorwaarde voor menswaardigheid.

Bij de ondertekening spraken de lidstaten met elkaar af deze
rechten wereldwijd op alle scholen te onderwijzen, zodat de wereld er een
generatie later beter uit zou zien.

Maar zestig jaar later kent vrijwel niemand de Universele
Verklaring, laat staan de inhoud van deze dertig rechten! Hoe kunnen we voor de
mensenrechten opkomen, als we niet eens weten welke het zijn? En hoe kunnen we
begrijpen, dat wat er nu in de EU gebeurt , volkomen in strijd is met verschillende
van deze rechten? Hoe kunnen wij vanuit Europa  een voorbeeld geven aan de rest van de wereld als
we er zelf steeds meer een potje van maken? Gaat u zelf maar na door de hier onderstaande
rechten een voor een te lezen en daarbij een of meerdere overtredingen te
bedenken uit recente gebeurtenissen.

Grow The Real Economy 9748

UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS

Preambule

Overwegende,
dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare
rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid,
gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende,
dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid
hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben
aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van
meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en
gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Overwegende,
dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden
door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in
laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en
onderdrukking;

Overwegende,
dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke
betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende,
dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de
fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en
in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en
besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter
vrijheid te bevorderen;

Overwegende,
dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden
hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal
de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden te bevorderen;

Overwegende,
dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze
verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond
daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties
te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met
deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding
de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door
vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze
rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de
volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de
volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

Artikel 1

Alle mensen
worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met
verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van
broederschap te gedragen.

Artikel 2

Een ieder
heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd,
zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal,
godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke
afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal
geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale
status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een
onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een
andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3

Een ieder
heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal
in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere
vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal
onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of
onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Een ieder
heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor
de wet.

Artikel 7

Allen zijn
gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke
bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen
iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing
tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Een ieder
heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke
instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem
toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal
onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Een ieder
heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van
zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij
het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de
gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

  1. Een ieder, die wegens een
    strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden
    te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een
    openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn
    verdediging, zijn toegekend.

  2. Niemand zal voor schuldig
    gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige
    handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht
    geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de
    handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf
    worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare
    feit van toepassing was.

Imf

Artikel 12

Niemand zal
onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke
aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan
enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of
aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

  1. Een ieder heeft het recht zich
    vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.

  2. Een ieder heeft het recht welk
    land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug
    te keren.

Artikel 14

  1. Een ieder heeft het recht om in
    andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.

  2. Op dit recht kan geen beroep
    worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van
    niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en
    beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

  1. Een ieder heeft het recht op
    een nationaliteit.

  2. Aan niemand mag willekeurig
    zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van
    nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond
    van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare
    leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben
    gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de
    ontbinding ervan.

  2. Een huwelijk kan slechts worden
    gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande
    echtgenoten.

  3. Het gezin is de natuurlijke en
    fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op
    bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

  1. Een ieder heeft recht op
    eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.

  2. Niemand mag willekeurig van
    zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Een ieder
heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat
tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de
vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn
particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het
onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de
inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Een ieder
heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de
vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen
en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en
door te geven.

Artikel 20

  1. Een ieder heeft recht op
    vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.

  2. Niemand mag worden gedwongen om
    tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

  1. Een ieder heeft het recht om
    deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel
    van vrij gekozen vertegenwoordigers.

  2. Een ieder heeft het recht om op
    voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn
    land.

  3. De wil van het volk zal de
    grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting
    komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden
    krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of
    volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

Artikel 22

Een ieder
heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft
er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale
samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de
betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar
zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn
persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

  1. Een ieder heeft recht op arbeid,
    op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden
    en op bescherming tegen werkloosheid.

  2. Een ieder, zonder enige
    achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.

  3. Een ieder, die arbeid verricht,
    heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn
    gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met
    andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.

  4. Een ieder heeft het recht om
    vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter
    bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder
heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke
beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

  1. Een ieder heeft recht op een
    levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van
    zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting
    en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede
    het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit,
    overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan
    bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk
    van zijn wil.

  2. Moeder en kind hebben recht op
    bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen
    dezelfde sociale bescherming genieten.

Sun And Earth By Hafez1

Artikel 26

  1. Een ieder heeft recht op
    onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en
    basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn.
    Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden
    gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de
    begaafdheid bezit.

  2. Het onderwijs zal gericht zijn
    op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de
    versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele
    vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder
    alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de
    werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede
    steunen.

  3. Aan de ouders komt in de eerste
    plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen,
    welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

  1. Een ieder heeft het recht om vrijelijk
    deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten
    van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de
    vruchten daarvan.

  2. Een ieder heeft het recht op de
    bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit
    een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft
    voortgebracht.

Artikel 28

Een ieder
heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale
orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle
kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29

  1. Een ieder heeft plichten jegens
    de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn
    persoonlijkheid niet mogelijk is.

  2. In de uitoefening van zijn
    rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die
    beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter
    verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en
    vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van
    de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een
    democratische gemeenschap.

  3. Deze rechten en vrijheden mogen
    in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen
    van de Verenigde Naties.

Artikel 30

Geen bepaling
in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep
of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of
handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de
rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.

 

Meer informatie op www.jvmr.nl, Jongeren voor Mensenrechten Nederland.