De heilige koe

4 mei 2011 De Heilige Koe als melkkoe voor 
overheid en (aandeelhouders van) oliemaatschappijen
Het gaat goed met Exxon en Shell. Verheugend nieuws voor
directie en aandeelhouders van deze multinationals. De winst van de concerns
was in het eerste kwartaal 2011 bij Exxon 68% hoger dan het eerste kwartaal
2010 en bij Shell 60%. BP, dat problemen heeft als gevolg van de catastrofale
olieramp in de Golf van Mexico leed verlies.

Anp 12480170

Volgens de media is de winststijging van Exxon en Shell
vooral te danken aan de hoge olieprijzen. Dit is maar gedeeltelijk juist. Want
als de productiekosten, transport-, distributiekosten en de claims, die de
overheid op de opbrengst legt evenredig zouden zijn gestegen met de
verkoopprijzen van olie, dan zou de winst niet zo zijn geëxplodeerd als nu het
geval is. De toename van het resultaat komt vooral door een sterk verbeterde
winstmarge. 1) De kosten van productie, transport en distributie
zijn relatief minder gestegen dan de olieprijzen. De rechtvaardiging voor de
enorme prijsstijging kan in elk geval niet worden gevonden in de toename van
deze kosten.

Maar ook de Nederlandse overheid heeft bijgedragen aan de
verbeterde winstmarge van de oliemaatschappijen.  Hoe dat mogelijk is? Op elke liter brandstof
die wordt verkocht rust een claim vanwege accijns. Het bedrag voor deze heffing
wordt jaarlijks in januari vastgesteld. Voor benzine was dat in 2009 70,9
eurocent per liter en in 2011 72,8 eurocent per liter, dit is een stijging van
2,7%.  Op 2 mei 2009 was de benzineprijs
€ 1,359 en op 2 mei 2011 € 1,755, een stijging van 29 %. 

Er zijn 8 miljoen auto’s in Nederland geregistreerd, die
gemiddeld 13.500 kilometer per jaar rijden. Een redelijke schatting van het
brandstofverbruik is 10 miljard liter per jaar. Op basis van de prijzen voor
benzine en diesel per 2 mei 2009 en 2 mei 2011, zou de totale omzet in 2009 €
13 miljard en in 2011 € 17 miljard bedragen. Waarvan de overheid voor accijns
in 2009 € 6,5 miljard en in 2011 € 6,7 miljard opstrijkt. Het aandeel van de
overheid vanwege accijns loopt bij deze cijfers terug van bijna 51% van de
totale omzet in 2009 tot 40% in 2011. Wat de overheid relatief minder ontvangt
wordt toegevoegd aan de winst van de oliemaatschappijen.

Het is echter niet waar dat de overheid helemaal niet
profiteert van de hoge olieprijzen.  Door
BTW heffing heeft de belastingdienst op basis van bovengenoemde prijzen € 0,6  miljard op jaarbasis meer inkomsten (hoeveel
wordt er nog maar bezuinigd op cultuur,  de
linkse hobby volgens Wilders?) . De overheid melkt onze Heilige Koe tot de
laatste druppel uit, we weten het, maar de opbrengst krijgt  nog meer perspectief door de onderstaande berekening
op basis van de huidige olieprijzen, aantal geregistreerde kentekens en aankoop
nieuwe auto’s:

                                     

accijns   

€ 6,7 miljard
omzetbelasting € 2,7 miljard
motorrijtuigenbelasting € 3,0 miljard
bijzondere verbruiksbelasting € 2,0 miljard
totaal € 14,4 miljard

                           

In een eerdere column schreef ik dat de opbrengst aan vennootschapsbelasting
( de belasting over de winst van alle
besloten en naamloze vennootschappen, zoals Shell, Philips en Unilever) volgens
de rijksbegroting eveneens  €  14 miljard bedraagt in 2011. Hieruit wordt
duidelijk hoe belangrijk de auto voor de schatkist is en dat de overheid niet
voorop zal lopen in het aanpakken van het oliekartel.

Terug naar Exxon en Shell. In de gouden jaren van 2004 tot
en met 2006 besteedden deze oliemaatschappijen evenals BP en Texaco enorme
bedragen aan het inkopen van eigen aandelen ($ 112,4 miljard dollar). Wie de
verkopers waren van deze aandelen was onduidelijk. De aandelen staan niet op
naam van de bezitter ervan, zoals dat tegenwoordig  wel het geval is met goud. Toch werd onlangs
een tipje van de sluier opgetild door een artikel van Dean Henderson,  de auteur van
Big Oil & Their
Bankers in the Persian Gulf.

Hij schrijft in het door WijWordenWakker.org in het Nederlands vertaalde en zeer lezenswaard
artikel (mei 2011): Olieprijzen en Amerika’s
oorlogen, de vier ruiters achter het spel van de olieoorlogen:

“Vanaf 1993 was Banker’s Trust de grootse aandeelhouder
van Exxon. Chemical Bank was nummer 4 en J.P. Morgan was de 5 na grootste
aandeelhouder. Beiden zijn nu een deel van JP Morgan Chase. Banker’s Trust was
ook de grootste aandeelhouder van Mobil. BP gaf Morgan Guaranty op als grootste
aandeelhouder in 1993, terwijl Amoco Banker’s Trust als een na grootste
aandeelhouder aanduidde. Bij Chevron was Banker’s Trust de vijfde
aandeelhouder. Texaco had J.P. Morgan als vierde eigenaar en Banker’s Trust als
nummer 9.

Dus, de Deutsche Bank en JP Morgan Chase, de banken van
Warburg en Rockefeller, hebben veel aandelen in Exxon Mobil, BP Amoco en
Chevron Texaco. De door de Rothschilds gecontroleerde Bank of America en Wells
Fargo hebben controle over de olie in de Westkust. Wells Fargo en Mellon Bank
waren beiden vanaf 1993 bij de top 10 aandeelhouders van Exxon Mobil, Chevron
Texaco en BP Amoco.

Informatie over RoyalDutch/Shell is moeilijker te
verkrijgen. 60% is in handen van Royal Dutch Petroleum of Holland en 40% is in
handen van Shell Trading & Transport uit Engeland. RD/S heeft slechts 14.000
aandeelhouders en een paar directeuren. Men is het erover eens dat het bedrijf
waarschijnlijk voornamelijk in handen is van de families Rothschild,
Oppenheimer, Nobel, Samuel en het Britse House of Windsor en het Hollandse Huis
van Oranje.

Hiermee wordt een tipje van de sluier opgelicht over wie de voor
hen voordelige transacties met de oliemaatschappijen hebben afgesloten. Als een
belangrijk deel van de $ 112,4 miljard 2),
die aan het inkopen van eigen aandelen
werd besteed naar de bovengenoemde groot aandeelhouders is gegaan, dan
weten we
weer wat meer. De vraag waarom die schijnbaar onverzadigbare honger naar
meer de
superrijken drijft,  blijft vooralsnog onbeantwoord.Maar het goede
nieuws is dat de inkoop van eigen aandelen door de ‘fossils’ weer hervat
kan worden na een paar mindere jaren.

 

© Ad Broere 4 mei 2011

 

1)  
Exxon boekte in het eerste kwartaal 2011
26,7% meer omzet dan in het eerste kwartaal 2010 en de bedrijfskosten waren
21,8% hoger. Shell boekte in het eerste kwartaal 2011 30,6% meer omzet dan in
het eerste kwartaal 2010 en de bedrijfskosten waren 20% hoger.

(bron: kwartaalverslagen van Exxon Mobil en
Royal Dutch/Shell)

2) Een Menselijke Economie, 2009, Ad Broere, hoofdstuk 2