In 1843 schreef de Engelsman Charles Dickens de Christmas Carol. Velen kennen het verhaal over de vrek Scrooge, die door de Drie Geesten van Kerst geleid tot inkeer kwam. Ik dacht aan deze kerstvertelling toen ik de column van Peter de Waard in de Volkskrant van 23 december 2011 las.

Scrooge Icon

Scrooge, de icoon van vrekkigheid

De bankiers uit de 19e eeuw waren in tegenstelling tot hun 21e eeuwse vakbroeders nog gevoelig voor het heil van hun ziel, zo blijkt uit het artikel van Peter de Waard, dat hieronder staat weergegeven:


'Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker voor een kameel door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke het Koninkrijk Gods binnen te gaan.' Dit zei Jezus in het Evangelie naar Matteüs tot zijn discipelen nadat een rijke jongeling weigerde al zijn bezittingen aan de armen te geven in ruil voor het eeuwige leven.

In de 19de eeuw kenden bankiers niet alleen de Bijbel, ze lazen die ook en geloofden dat ze bij de hemelpoort ter verantwoording zouden worden geroepen.

Bankiers wilden graag in hun aardse bestaan veel geld verdienen, maar ze wilden niet rijk sterven. Het delen van hun vermogen met anderen was niet voldoende, ze wilden er voor hun dood eigenlijk helemaal van af. En de weg daarvoor was de filantropie.

Vorige maand was op de BBC een documentaire te zien over een aantal Britse bankiers in de Victoriaanse tijd: When bankers were good. Daaruit bleek dat veel van de Britse bankiers uit de industriële revolutie hun vak als een bijna religieuze roeping zagen. Families als de Barclays en de Lloyds - de grondleggers van de huidige Barclays Bank en Lloyd TSB, wier bazen nu zichzelf met grote bonussen belonen - vonden dat het vak hun de mogelijkheid bood goede werken te doen.

Bankiers in het 19de-eeuwse Groot-Brittannië kwamen vaak voort uit de Quakers-beweging, het Genootschap der Vrienden dat overtuigd is dat in ieder mens iets van een God schuilt. Elisabeth Fry, die tot de Gurney-bankiersfamilie behoorde, gaf al haar geld weg aan onderwijs en heropvoeding van gestraften die in Victoriaanse gevangenissen crepeerden. George Peabody, grondlegger van de eerste zakenbank Peabody, stak in die tijd al zijn geld in de huisvesting voor armen in de Londense sloppenwijken, waar nu nog altijd 50 duizend Londenaren wonen.

Angela Burdett-Coutts - de erfgename van de oprichter van Coutts, het meest exclusieve bankiershuis van Londen dat onder meer de koninklijke familie als klant had - beschouwde haar rijkdom als een vloek. Zij stak haar erfenis in scholen, ziekenhuizen, bibliotheken en waterleidingbedrijven.

Nathan Rothschild, de erfgenaam van het bekende bankiershuis Rothschild, richtte de Four Percent Dwellings Company op die woningen bouwden voor joden in de East End maar was ook medefinancier van de Londense moskee.

Al deze bankiers waren bang dat ze voor hun graaizucht voor eeuwig in de hel zouden branden. De huidige generatie bankiers vreest geen God  en is vast voornemens rijk te sterven. Het enige wat rest is ze te belasten. Zo zwaar mogelijk.


Belasten van graaiende bankiers is een logische gedachte, gebaseerd op het rechtvaardigheidsprincipe. Maar degenen die belast zouden moeten worden, hebben zich buiten de jurisdictie van welk land dan ook geplaatst. Het enige wat zou helpen is als de bankiers ook hun Scrooge Moment zouden krijgen. Volop werk voor de Geesten van de Voorbije Kerst, deze Kerst en die van de Toekomst dus! Moge zij huiveren tot op het bot in de confrontatie met hun zelfgeschapen lot.



 

Reageer





Ad Broere
webdesign by vincken.eu