De dominantie van het geld

geactualiseerd op 16 september 2011 In  de BBC
documentaire All Watched over by Machines
of Loving Grace
werd op 23 mei 2011 op de Britse televisie uit de doeken
gedaan hoe de financiële crisis van 1997 in Azië zijn sporen heeft nagelaten in
landen zoals Indonesië.  In de  hoogtijdagen van het globalistische vrije
marktdenken werd door grote westerse beleggers massaal geïnvesteerd in de
opkomende economieën in Azië. Vooral door een verkeerde taxatie van de enorme
cultuurverschillen, bleek al spoedig dat in deze landen geen snelle winst kon
worden gemaakt. Na een paar jaar begonnen de beleggers daarom hun geïnvesteerde
geld weer terug te trekken. Dit had grote problemen tot gevolg, zoals een groot
aantal faillissementen, snel toenemende werkloosheid en overheidstekorten.  Het IMF verstrekte leningen aan de in
problemen geraakte landen.  Hierdoor
werden de problemen slechts verergerd. Want met de IMF leningen werden vooral
de westerse beleggers terugbetaald, in plaats van gebruikt om de economie overeind
te houden. Het gevolg hiervan was,  dat
de financiën van de betreffende landen geheel ontspoorden, de waarde van de
nationale valuta devalueerde, inflatie en werkloosheid explodeerden en de landen
op de rand van de afgrond werden gebracht.

Crisis Oost Azie

Hieruit wordt duidelijk, dat grote beleggers korte termijn
doelstellingen hebben, dat wil zeggen, de winst moet snel komen, want anders
wordt een streep onder de investering gezet. 
De leningen die door het IMF worden verstrekt zijn er vooral op gericht
om de belangen van de rijken te beschermen.  Het beeld dat in de BBC documentaire wordt
geschetst is ernstig. De bevolking van de getroffen landen is niet meer dan een
speelbal van internationale beleggers, instituten en hun overheid. Toch is de
werkelijkheid nog schokkender dan dat. John Perkins beschrijft in Bekentenissen van een Economische
Huurmoordenaar
 glashelder hoe de corpocratie,
zoals hij multinationale banken en bedrijven noemt, doelbewust opkomende landen
in financiële moeilijkheden heeft gebracht en brengt, om vervolgens  greep te krijgen op de nationale bezittingen,
zoals grondstoffen en goedkope arbeid. Hierbij is het lot van de bevolking van
deze landen een factor waarmee in het geheel geen rekening wordt gehouden.
Sterker nog, uiteindelijk krijgen zij de rekening gepresenteerd van wat er zich
buiten hun gezichtsveld heeft afgespeeld.

De financiële crisis, die in 2007 begon en vooral de
ontwikkelde economieën trof volgde (volgt) hetzelfde patroon. De problemen die
veroorzaakt zijn door de grote spelers in het wereldcasino, door het geknoei
met collateralised debt obligations, credit default swaps, interest swaps en
wat dies meer zij, heeft de dreigende ineenstorting van de banken en daardoor
van de economieën tot gevolg gehad. Met heel veel overheidsgeld is het systeem vooralsnog
overeind gehouden. Het gevolg van deze operatie is dat landen, mede onder druk
van het IMF (…) moeten bezuinigen, wat weer ernstige gevolgen heeft voor veel
via de overheid gefinancierde zaken en vooral ook voor de werkgelegenheid.  Overheden zoeken naar wegen om hun inkomsten
te vergroten.  Omdat het verhogen van de
directe belastingen niet erg populair is, wordt de oplossing voorlopig nog meer
gezocht in de indirecte belastingen. Hoge grondstoffen en voedselprijzen werken
hierbij in voor de staatsfinanciën gunstige zin mee. De absurd en onevenredig hoge
olieprijzen bijvoorbeeld, zijn een welkome steun vanwege  de toegenomen ontvangsten aan accijns en
btw.  De inflatie die hiervan het gevolg
is, kan echter steeds moeilijker worden weggepoetst in de statistieken. In
Engeland is deze inmiddels al toegenomen tot vijf procent. Inflatie is
overigens voor overheden een manier om de druk van de staatsschuld te verminderen.  Immers, als de inflatie toeneemt stijgen de
prijzen en (in mindere mate) de inkomens en neemt daardoor  de ontvangst aan inkomstenbelasting en BTW
toe.  Omdat het bedrag van de
staatsschuld gelijk blijft, wordt de last van de overheid verminderd.  Het gevolg hiervan is, dat het besteedbare
inkomen van de burgers geleidelijk vermindert. In een Calvinistische cultuur is
dit langer vol te houden, omdat ‘het de broekriem aanhalen’ goed past in de
gedachte van soberheid.  Maar
uiteindelijk betalen ook de burgers van de ‘rijke’ landen de rekening , die
gepresenteerd werd door de corpocratie. 

Od10 06 12

Alle problemen, die in dit artikel worden geschetst zijn
terug te voeren tot een paar eenvoudige factoren:

1.      
Geld heeft waarde in ‘zichzelf’

2.      
Er is veel te veel geld in omloop

3.      
Het geld zit in de verkeerde zakken

Wij zijn tot op het bot geconditioneerd met de gedachte, dat
geld waarde in zichzelf heeft.  Het is
een volkomen onjuiste gedachte,  die de
mensheid massaal in de problemen heeft gebracht.  De mens
geeft waarde aan het geld. Niet het geld zelf heeft waarde.
De persoon die
veel geld bezit heeft veel waarde onttrokken aan zijn medemens. Door onze
geconditioneerdheid kennen wij echter deze waarde toe aan de persoon in
kwestie, die er op zijn beurt weer macht aan ontleent.

In het streven naar ‘hoe maken we het zo ingewikkeld, dat
niemand het meer begrijpt en afhaakt zodra het over financiën gaat’ , zijn er
diverse soorten geld bedacht. Geld dat je concreet in de portemonnee kunt doen,
geld dat digitaal is en op en van de bankrekening wordt bij en afgeschreven,
geld dat virtueel is en misschien wel en misschien niet, afhankelijk van de
omstandigheden materialiseert of beter, digitaliseert. Banken duiden deze
verschillende soorten geld aan met termen zoals, M1, M2, M3, waarbij men streng
wordt terechtgewezen door de specialist op dit terrein als de verkeerde
definitie wordt gebruikt. Ook in dit onderwerp is er sprake van een dik
rookgordijn. Maar niemand kan ontkennen, dat er van al deze soorten geld veel
te veel in omloop is. De omvang van het virtuele geld of derivaten bijvoorbeeld
is volgens schatting meer dan tien keer zo groot als de waarde van alles wat er
op de hele aarde aan producten en diensten wordt geproduceerd. Het is logisch
dat er met zoveel geld in omloop voortdurend naarstig wordt gezocht naar
investeringsmogelijkheden en dat er daar veel minder van beschikbaar is dan er
geld voorhanden is. Grondstoffenbeleggingsspecialist Willem Middelkoop heeft het over het onvoorstelbare bedrag van 200.000 miljard dollar aan wat hij plastisch noemt ‘rondklotsend geld’. Geld waarvoor de bezitter een beleggingsbestemming wil, die niet wordt gezocht in de echte economie omdat dit als te riskant wordt beschouwd.  Dit is de reden waarom er in financiële centra zoals Wall Street
in de V.S.  en de City in de U.K. een
veelheid van financiële producten is ontwikkeld.  Het gokken in deze illusionaire  wereld heeft een enorme omvang. Hoewel het in
feite absurd is, wordt  de ‘waarde’ van
deze transacties tot het Bruto Binnenlands Product (BBP) gerekend.  In de V.S. bijvoorbeeld bestond 40% van het
BBP uit financiële transacties. Een luchtbel, omdat er geen reële waarde aan
ten grondslag ligt.

‘Vroeg of laat begint bij vermogenden de zoektocht naar een geschikte adviseur in wealth management’, het is geen grap, maar een serieuze uitspraak in Media Planet, een bijlage bij De Telegraaf.


Kilian Wawoe ex ABNAmro medewerker verklaarde in De wereld draait door op 16 september 2011, dat de risico’s die worden genomen ver buiten alle grenzen gaan. Wawoe zegt letterlijk dat een einde aan dit casino moet worden gemaakt, omdat dit de reden is waardoor landen, bedrijven en burgers financieel in de problemen komen. Als voorbeeld noemde hij het gokken op het faillissement van Griekenland, waardoor als dat gaat gebeuren er weer een aantal gewetenloze lieden zijn die hun vermogen spekken ten koste van de Europese belastingbetaler.

 

Totnespoundfinal 01

Het geld zit in de verkeerde zakken. Er is een relatief
kleine groep mensen (families), die zoveel geld naar zich toe hebben getrokken,
dat men zich aan de controle en de belastingdienst van welk land en welke
supranationale organisatie dan ook kan onttrekken.  Twee eeuwen geleden zei Napoleon al over deze
groep mensen, dat ze geen patriottisme kennen en uitsluitend de door henzelf
gemaakte wetten van het geld volgen.  De
nationale ‘Quote 500’ van welk land dan ook vermeldt hen niet. De wereld zoals
die er nu uitziet, toont duidelijk wat deze financiële elite heeft gedaan met de
macht van het geld.  Het laat ook zien,
dat het onbillijke financiële systeem waaronder de mensheid al eeuwenlang
gebukt gaat, geen ruimte geeft voor menselijkheid en evenmin voor sociale winst op de gedane
investeringen in plaats van financiële winstgevendheid. Maar laten we eerlijk
zijn. Het huidige systeem heeft alleen zolang kunnen bestaan doordat het de steun heeft
gehad van de massa. Het geloof in de waarde van geld en het streven van de
meeste mensen om er zoveel mogelijk van in bezit te krijgen, desnoods ten koste
van de medemens, weerspiegelt in het klein wat de financiële elite in het groot
doet.  Het is daarom de hoogste tijd voor
bewustzijnsverandering. Te beginnen met het deconditioneren van onze ideeën
over geld en bezit.  Op de vaak gestelde
vraag hoe dat dan moet kan ik slechts wijzen op de vele hoopvolle
ontwikkelingen, die overal in de wereld al gaande zijn. In mijn twee boeken Een Menselijke Economie en Ending the Global Casino? schrijf ik hierover
en in mijn derde boek  wil ik er voorbeelden
van geven  door middel van interviews met mensen
bij wie ‘de schakelaar al is omgezet’. Het is echter essentieel dat u in uw
eigen leven gaat kijken wat u kunt doen (of laten) om een bijdrage te leveren
aan vermenselijking van de economie.

© Ad Broere, 27 mei 2011