Crisis als Kans

De
Belgische geldspecialist Bernard Lietaer ziet in de financiële crisis
een potentiële ramp, maar ook een kans. De kans om het soort
complementaire munten te scheppen dat nodig is om de problemen van deze
tijd op te lossen. Dat is overigens volop bezig, van Brazilië over
Duitsland en Japan, tot Vlaanderen.

Bomen als spaarmunten, geld dat mensen bij elkaar brengt, Bernard
Lietaer durft buiten de box te denken. Hij is niet verbaasd dat de
wereld kreunt onder een geldcrisis. In zijn boek Het geld van de toekomst
(1999) schreef hij al dat de crisissen van de jaren negentig  geen
ongelukken waren maar tekenen van een systematische ontwrichting van
het officiële muntsysteem. Hij definieert geld als ‘een
overeenkomst in een gemeenschap om iets als betaalmiddel te
gebruiken’. Lietaer noemt geld het oudste informatiesysteem van de
mens: ‘Munten scheppen eengemaakte informatieruimtes waar mensen hun
denken en handelen op afstellen.’

Verschillende soorten munten kunnen mensen op verschillende manieren
motiveren en geven zo vorm aan de samenleving. Ons huidige geld wordt
als krediet geschapen door banken die daar rente voor vragen. Die rente,
zo toont Lietaer aan, leidt onvermijdelijk tot concurrentie tussen
mensen, de noodzaak van economische groei en concentratie van welvaart.
Die rente is geld dat niet geschapen is en dat de ontlener dus moet zien
afhandig te maken van andere burgers, vandaar de dwang tot competitie
en groei. Dat biedt voordelen maar Lietaer gelooft dat je met dat soort
geld de problemen van deze tijd ‘de vergrijzing, de milieucrisis, de
instabiliteit van het geld en de werkloosheid’ niet kan oplossen.
Daartoe moeten volgens hem complementaire munten gecreëerd worden.

Lietaer kent de financiële sector door en door: op de Nationale Bank
van België was hij een van de ontwerpers van de ecu, de voorloper van
de euro. Hij was ook een succesvol deviezenhandelaar en professor
internationaal financiewezen aan de KU Leuven en in de VS. Lietaer was
tevens raadgever van multinationals en ontwikkelingslanden op vier
continenten.

Zijn boek is ondertussen vertaald in 18 talen maar het werd niet meteen
in praktijk gebracht. Dat verbaast Lietaer niet: ‘De geschiedenis
leert dat geldsystemen nooit preventief worden veranderd. Dat gebeurt
pas als er problemen zijn. Als de dollar ineenstort -dat is een
kwestie van tijd- komt er verandering.’

Hoe belangrijk is de factor vertrouwen in het functioneren van geld?

Bernard Lietaer: Vertrouwen is cruciaal. Als je een biljet in
betaling aanneemt, vertrouw je dat anderen het zullen vertrouwen als jij
hen daarmee betaalt. Het is dus geloof in iemand anders geloof. Dat is
erg kwetsbaar. De kwetsbaarheid nam sterk toe nadat we in de jaren
zeventig overgingen op vlottende wisselkoersen. Vanaf dan werd de waarde
van een munt vastgelegd door de geldmarkten. De tweede stap was dat er
almaar minder regels waren over wat je met geld kon doen. Het idee was
dat we gewoon op basis van de markten tot een stabiel systeem zouden
komen. We weten nu dat dit niet klopt. Ons financieel systeem is in
feite structureel instabiel 

Hoe moet het nu verder?

Bernard Lietaer: Ik ben vrij pessimistisch. De banken zullen proberen
hun balansen aan te zuiveren en gaan dus minder krediet toestaan.
Bedrijven zullen voor jaren moeilijk aan krediet geraken. Verwacht je
aan een moeilijke periode zonder voorgaande van minstens een decennium.
In de kern van het probleem zitten de enorme schulden die de VS zijn
aangegaan. Die bedragen nu 310 procent van ’s lands bnp, meer dan
tijdens de Grote Depressie. Von Mises zei lang geleden dat er geen
middelen bestaan om de ineenstorting van een boom gebaseerd op schulden,
tegen te gaan.

Image1

Zijn we dan niet bezig om zo’n ineenstorting te voorkomen?

Bernard Lietaer: Staten hebben enorme beloftes gemaakt om het
banksysteem te redden. In de VS gaat het om 4300 miljard dollar, meer
dan wat ze aan de Tweede Wereldoorlog hebben besteed. In de EU stelden
regeringen zich garant voor 1827 miljard dollar. Regeringen hebben zich
op een nooit geziene manier leeggebloed om het banksysteem te redden. De
Belgische regering garandeert bij de drie grootste banken vermogens ter
waarde van 528 procent van het bnp. Zwitserland zit aan 773 procent.
IJsland ging al overkop. In de jaren dertig leerden regeringen dat ze de
banken niet failliet kunnen laten gaan omdat dan de economie stilvalt.
De vraag is: wat gebeurt er als blijkt dat de regeringen niet genoeg
middelen hebben om de banken te redden?

Is herregulering van de banksector de oplossing?

Bernard Lietaer: Dat is politiek onvermijdelijk. Ik sta er ook achter
maar verwacht er geen mirakels van. Banken en regulators spelen al kat
en muis sinds het recht om geld te scheppen bij de banken zit.
Regulering voorkomt dat exact dezelfde misbruiken ontstaan maar na
verloop van tijd vindt men nieuwe ontsnappingsroutes met nieuwe crises
tot gevolg.

Wat vindt u van de reddingsplannen?

Bernard Lietaer: Direct kapitaal injecteren in de banken is efficiënter dan het aanvankelijke plan van de VS om de slechte financiële producten van banken op te kopen. Vermits banken geld
scheppen, kan een kapitaalsinjectie van een miljard euro vertaald worden
in een geldcreatie van  minstens tien miljard. Veel banken hanteerden
veel grotere hefbomen. Deutsche Bank zit met een hefboom van 83. Maar
die aanpak voorkomt niet dat de reële economie in een tweede golf
geraakt wordt door de bankcrisis. Deze schept een moreel dilemma omdat
ze banken beloont voor slecht beleid en hen aanzet in de toekomst weer
onvoorzichtig te zijn.

Hoe kan je de moral hazard aanpakken?

Bernard Lietaer: In tegenstelling tot wat velen geloven, wordt ons
geld sinds 300 jaar niet meer gecreëerd door regeringen maar door
banken. De overheid is via centrale banken goed voor vijf tot tien
procent van de geldcreatie. Indien de banksector dit privilege
misbruikt, kan het hen ontnomen worden: geld is een publiek goed en het
recht om wettelijke betaalmiddelen uit te geven komt, theoretisch ten
minste, toe aan overheden. In een door regeringen gerund muntsysteem
zouden overheden geld scheppen door het uit te geven zonder intrest te
moeten betalen. Banken worden dan enkel bemiddelaars van het geld dat
bij hen wordt gedeponeerd. Dit zou zeker de bankcrisissen uit de wereld
helpen en ook toelaten goedkoper een Keynesiaans stimuleringsbeleid te
voeren vermits er geen intresten moeten betaald worden voor de
regeringsleningen.

Waarom gebeurt dat dan niet? 

 Bernard Lietaer: De voornaamste reden is de lobby van de financiële
sector. Als banken het recht om geld te scheppen verliezen, worden ze
geraakt in de kern van hun huidige zakenmodel. Toch zal de vraag om
nationalisering van de geldschepping opnieuw de kop opsteken.

Zelf bent u er niet zo voor gewonnen?

Bernard Lietaer: Neen, omdat het misschien wel bankcrisissen voorkomt
maar geen muntcrisissen. Ons geldstelsel is systemisch onstabiel.
Wat zou er gebeuren indien je alle rijstvariëteiten in de wereld zou
vervangen door één zeer productieve variëteit? Dan zal je wellicht een
aantal reuzeoogsten halen maar het is voorspelbaar dat het systeem eraan
gaat, als die ene varieteit een ziekte of een ander probleem krijgt.
Hetzelfde geldt voor munten.

Waarom?

Bernard Lietaer: Onderzoek van ecosystemen toont aan dat de
duurzaamheid ervan niet enkel afhangt van de efficiëntie waarmee ze
energie of materie verwerken, maar ook van hun diversiteit en
interconnectiviteit. Als die groot zijn, kan een systeem zich beter
herstellen van een verstoring. Dit geldt voor alle complexe systemen met
een gelijkaardige structuur. In een ecosysteem vloeit er biomassa door
het netwerk, in een elektrisch netwerk zijn het elektronen en in een
economie geld.

Ons internationaal geldsysteem is extreem efficiënt: elke dag worden
3000 miljard dollar deviezen gewisseld. Maar het is ook erg fragiel,
blijkt nu. De oplossing kan een verrassing zijn voor wie conventioneel
denkt: men moet meer diversiteit in het gebruik van
uitwisselingsintrumenten toelaten. Daarom stel ik de creatie van
complementaire munten voor. Die kunnen in geval van crisis van het officiële muntstelsel de schok verzachten omdat ze een deel van de
activiteit kunnen overnemen. Bovendien zijn ze  beter geschikt om
belangrijke maatschappelijke noden te beantwoorden.

Wir Bank 2

Maak dat eens concreter: wat moet er nu gebeuren?

Bernard Lietaer: Om een domino-effect van faillieten en ontslagen te
voorkomen, ontwikkelen bedrijven best zo snel mogelijk een wederzijds
kredietsysteem op de schaal die hen best past. De Zwitserse Wir is een
voorbeeld van een munt die is afgestemd op bedrijfsnoden. De munt werd
in de jaren dertig opgericht toen bedrijven moeite hadden om aan geld te
komen. Een vijfde van de Zwitserse kmo’s is er lid van.

Wie iets verkoopt, verwerft een tegoed in Wir dat bijgehouden wordt
in de centrale in Bazel. Die verkoper kan met dat tegoed op zijn beurt
dingen kopen in het Wir-netwerk. Vorig jaar werd voor 1,7 miljard
Zwitserse frank omgezet via de Wir. Macro-economisch onderzoek toont aan
dat het volume in Wir automatisch stijgt wanneer bankkrediet moeilijker
te krijgen is en spontaan daalt als de activiteit in de officiële
economie groeit. De Wir fungeert als bumper in crisistijden.

Kunnen munten ook de vergrijzing helpen opvangen?

Bernard Lietaer: De Japanse fureai kippu zorgzame
relatiebiljetten helpen de financiële gevolgen van de vergrijzing op
te vangen. Buren kunnen Japanse ouderen bijstaan in hun dagelijkse
problemen en zo fureai kippu winnen, die uitgedrukt worden in aantal
uren. Die kunnen ze sparen tot ze ze zelf nodig hebben of doorsturen
naar hun ouders of verwanten elders in Japan die dezelfde noden hebben.
Dit soort munt bevordert de samenhang tussen de mensen.

Regionale munten kunnen regionale noden beantwoorden?

Bernard Lietaer: In Brazilië komen tientallen lokale munten op de
markt. In het Duitse taalgebied worden drieënzestig regionale munten
gelanceerd. Dertig ervan zijn al operationeel. In het Oostenrijkse
Vorarlberg verbindt de Talente-Tauschkreis 1500 deelnemers die hun
talenten aanbieden auto’s herstellen, aardappelen telen, breien.
Ze worden vergoed in de lokale munt die door honderd winkelzaken als
betaalmiddel wordt aanvaard. De lokale munten versterken contacten
tussen mensen en benutten de aanwezige talenten. Er zit geen rente op
deze munten.

Munten zijn motivators. Als je munten wil die fietsen of recycleren
bevorderen, dan moet je die creëren. (Limburg doet dat, zie kader). Ik
werk aan een spaarsysteem dat niet kwetsbaar is voor inflatie. Het
kapitaal bestaat uit bomen die met vijf tot zeven procent per jaar
groeien. Tachtig procent van de allerarmste mensen van de wereld zijn
minstens gedeeltelijk afhankelijk van bossen. Die worden massaal gekapt,
wat een ramp is voor het klimaat. Als de bomen voor de lokale bevolking
een waarde vertegenwoordigen, hebben ze er alle belang bij die te
beschermen

Auteur: Alma De Walsche en John Vandaele .25 januari 2009

Bron: MO* – www.mo.be

The Future of Money, geschreven door Bernard Lietaer, is opnieuw vertaald in het Nederlands onder de titel Het Geld van de Toekomst en kan worden besteld via dit mailadres.